Afdeling 3. De werking van de uitvoerende macht
Onderafdeling 1. De beraadslaging in de regering en de besluitvorming met consensus
Consensusregel:
- Beslissingen federale regering worden genomen na collegiale besprekingen
o Standpunten dichter bij elkaar komen
- De besluitvorming sluit via consensus elke stemming uit
o Beslissingen worden genomen na collegiale besprekingen
- Rol 1ste minister
o Beide partijen proberen te verzoenen
- => elke coalitiepartners v/d regering kan van elke mogelijke zaak een regeringskwestie maken,
waarbij hij de verdere deelname aan zijn regering van hem persoonlijk afhankelijk maakt
- => elke coalitiepartner is op elk moment houder van het ‘kernwapen’
o Ontmoedigingswapen
- Bevoegdheid om zich tegen elke ontwerp van besluit te verzetten
o Evenwicht regeringscoalitie
- Regeringskwestie
o Politieke partij weigert toegevingen te doen
o Indien akkoord
Alle leden van de coalitie moeten dit verdedigen naar buitenwereld toe
Zo niet: ontslag nemen
- Geen enkele taalgroep kan haar standpunten opleggen aan de ander
- Beraadslagingen federale niveau
o Algemeen beleid
o Uitspraak doen over bijzondere ontwerpen
o Staatsecretarissen:
Enkel deelnemen aan beraadslagingen van de Raad van ministers
Aangelegenheden onder hun bevoegdheden
- Kernkabinet
o Niet in GW
Geen verplichting
Regering Martens V
o Maar van cruciaal belang
o Nemen van meest grote beslissingen
Daarna goedkeuring ministerraad
Loutere formaliteit
- DAB
o Directeurs van algemeen beleid
o Kabinetschefs 1ste minister + Vice-Eerste ministers
o Kern op onderliggend niveau
100
, o Op donderdag bijeenkomst
Dag voor bijeenkomst ministerraad
- Deelentiteiten
o Art. 69 BWHI
o Consensusvereiste
- Agenda
o Prerogatief regeringsleider
- Secretaris van de ministerraad
o Benoeming door 1ste minister
o Vaak eigen kabinetschef
o Regeringssecretaris op niveau deelentiteiten
- Beraadslaging achter gesloten deuren
Onderafdeling 2. De verdeling van de ministerportefeuilles
- Neergeschreven in KB ter benoeming v/d leden
- 1ste minister vaak geen hoofd ministerieel departement
o Kanselarij ter beschikking
Bijstand bij voorbereiden, coördineren & uitvoeren regeringsbeleid
Onderafdeling 3. De ministeriële kabinetten
- Openbare ambt
o Vol vertrouwen v/d minister constant hebben anders meteen ontslag
Dus nooit zeker van de job
Als de minister al subjectief van mening is dat hij niet langer je het vertrouwen
kan geven ben je ontslagen
o Minister verliest positie dus ook kabinet
Meestal heeft volgende minister al genoeg medewerkers om zelf een kabinet
samen te stellen
- Kabinet van de minister
o Nauwe medewerkers
o Taken
Raad geven
Opstellen & evalueren beleid
Verbinding maken met administratie
o Orgaan van politieke aard
Maakt geen deel uit van administratie
o Copernicushervorming 2001
Federale kabinetten heringericht
Beleidsraden i.p.v. oude kabinetten
101
, o Algemene regel
Minister stelt kabinet & leden samen
Kabinetschef
Inhoudelijke medewerkers
Uitvoerend personeel aanduiding experten
Persoonlijke beslissing minister
Vertrouwen en loyaliteit nodig
Arrest Dufays 1974
Leden ministeriële kabinetten zijn persoonlijke medewerkers minister
Hij kan deze vrij benoemen + ontslaan
Detachering
Lid afkomstig uit administratie
Worden betaald door hun administratie van herkomst
Recht om terug te keren naar administratie van herkomst
Onderafdeling 4. De verhoudingen tss de regering en de Koning, Staatshoofd
- Koning onschendbaar
o Kan niet alleen optreden: een (federaal) minister moet medeondertekenen
- Ministers tegenover de kamers van volksvertegenwoordiging verantwoordelijk voor de door de
koning gestelde daden of gedane uitspraken
Art. 88 GW:
De persoon des Konings is onschendbaar; zijn ministers zijn verantwoordelijk.
Hieruit vloeit grondwettelijke gewoonte zoals: niemand mag de kroon ontbloten
Colloque singulier : de kroon mag niet ontbloot worden, gespreken met de koning mogen niet aan
mensen worden doorgezegd. Dit werkt natuurlijk in de 2-richtingen, het advies dat de koning geeft
+ wat er is gevraagd.
De koning “het recht heeft om geraadpleegd te worden, om aan te moedigen, om te waarschuwen”.:
3 prerogatieven v/d koning
Art. 106 GW:
Geen akte van de Koning kan gevolg hebben, wanneer zij niet medeondertekend is door een minister,
die daardoor alleen reeds, ervoor verantwoordelijk wordt.
Zo zal de monarch, als de 1ste minister hem formeel de wil v/d regering betekent om een bepaalde
maatregel te nemen, zich daarbij neerleggen en de akte ondertekenen die hem zal voorgelegd
worden.
Art. 60, §4 BWHI
102
, Art. 143, §1 GW:
Met het oog op het vermijden va/d belangenconflicten nemen de federale Staat, de gemeenschappen,
de gewesten & de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de uitoefening van hun
respectieve bevoegdheden, de federale loyauteit in acht.
Onderafdeling 5. Het spontane ontslag van de regering door de Koning
1. Spontaan ontslag op federaal niveau
- 1ste minister gaat naar het koninklijk paleis en biedt hij de Koning het ontslag aan
Biedt dit aan dus koning heeft 3 manieren om hier op te antwoorden
1. Akkoord
2. Weigering
3. Twijfelen
a. Akkoord
b. weigering
a. Of cieuze aanvaarding van het ontslag van de regering door de Koning
koning aanvaardt het ontslag van de regering
o de aanvaarding is een of cieuze handeling die onderscheiden moet worden van de
of ciële aanvaarding:
pas sprake zijn van een of ciële aanvaarding v/h ontslag van de regering op de
dag van de formele benoeming van een nieuwe regering
of cieus ontslag: door aan te kondigen dat hij het door de regering aangeboden ontslag aanvaardt,
doet de koning niet anders dan een intentie uiten:
o de 1ste minister blijft op post
o leidt niet altijd tot ontslag van de regering, want de koning kan terug komen op zijn
beslissing en toch weigeren
bv. door een crisis
of cieuze aanvaarding: art. 46, 3de lid GW
o hierna verkeerd de regering dan in een situatie van lopende zaken
of cieel ontslag: wanneer opvolger 1ste minister formeel benoemd wordt bij KB
o KB => gekruiste medeondertekening
b. Of cieuze weigering van het ontslag van de regering door de Koning
Als de koning het ontslag v/d regering weigert, is het met name niet vereist dat hij opnieuw het vertrouwen
van Kamer vraagt.
Indien Kamer niet akkoord met weigering
o Constructieve motie van wantrouwen instellen
Volgens de voorwaarden in art. 96, 2de lid GW
103
Onderafdeling 1. De beraadslaging in de regering en de besluitvorming met consensus
Consensusregel:
- Beslissingen federale regering worden genomen na collegiale besprekingen
o Standpunten dichter bij elkaar komen
- De besluitvorming sluit via consensus elke stemming uit
o Beslissingen worden genomen na collegiale besprekingen
- Rol 1ste minister
o Beide partijen proberen te verzoenen
- => elke coalitiepartners v/d regering kan van elke mogelijke zaak een regeringskwestie maken,
waarbij hij de verdere deelname aan zijn regering van hem persoonlijk afhankelijk maakt
- => elke coalitiepartner is op elk moment houder van het ‘kernwapen’
o Ontmoedigingswapen
- Bevoegdheid om zich tegen elke ontwerp van besluit te verzetten
o Evenwicht regeringscoalitie
- Regeringskwestie
o Politieke partij weigert toegevingen te doen
o Indien akkoord
Alle leden van de coalitie moeten dit verdedigen naar buitenwereld toe
Zo niet: ontslag nemen
- Geen enkele taalgroep kan haar standpunten opleggen aan de ander
- Beraadslagingen federale niveau
o Algemeen beleid
o Uitspraak doen over bijzondere ontwerpen
o Staatsecretarissen:
Enkel deelnemen aan beraadslagingen van de Raad van ministers
Aangelegenheden onder hun bevoegdheden
- Kernkabinet
o Niet in GW
Geen verplichting
Regering Martens V
o Maar van cruciaal belang
o Nemen van meest grote beslissingen
Daarna goedkeuring ministerraad
Loutere formaliteit
- DAB
o Directeurs van algemeen beleid
o Kabinetschefs 1ste minister + Vice-Eerste ministers
o Kern op onderliggend niveau
100
, o Op donderdag bijeenkomst
Dag voor bijeenkomst ministerraad
- Deelentiteiten
o Art. 69 BWHI
o Consensusvereiste
- Agenda
o Prerogatief regeringsleider
- Secretaris van de ministerraad
o Benoeming door 1ste minister
o Vaak eigen kabinetschef
o Regeringssecretaris op niveau deelentiteiten
- Beraadslaging achter gesloten deuren
Onderafdeling 2. De verdeling van de ministerportefeuilles
- Neergeschreven in KB ter benoeming v/d leden
- 1ste minister vaak geen hoofd ministerieel departement
o Kanselarij ter beschikking
Bijstand bij voorbereiden, coördineren & uitvoeren regeringsbeleid
Onderafdeling 3. De ministeriële kabinetten
- Openbare ambt
o Vol vertrouwen v/d minister constant hebben anders meteen ontslag
Dus nooit zeker van de job
Als de minister al subjectief van mening is dat hij niet langer je het vertrouwen
kan geven ben je ontslagen
o Minister verliest positie dus ook kabinet
Meestal heeft volgende minister al genoeg medewerkers om zelf een kabinet
samen te stellen
- Kabinet van de minister
o Nauwe medewerkers
o Taken
Raad geven
Opstellen & evalueren beleid
Verbinding maken met administratie
o Orgaan van politieke aard
Maakt geen deel uit van administratie
o Copernicushervorming 2001
Federale kabinetten heringericht
Beleidsraden i.p.v. oude kabinetten
101
, o Algemene regel
Minister stelt kabinet & leden samen
Kabinetschef
Inhoudelijke medewerkers
Uitvoerend personeel aanduiding experten
Persoonlijke beslissing minister
Vertrouwen en loyaliteit nodig
Arrest Dufays 1974
Leden ministeriële kabinetten zijn persoonlijke medewerkers minister
Hij kan deze vrij benoemen + ontslaan
Detachering
Lid afkomstig uit administratie
Worden betaald door hun administratie van herkomst
Recht om terug te keren naar administratie van herkomst
Onderafdeling 4. De verhoudingen tss de regering en de Koning, Staatshoofd
- Koning onschendbaar
o Kan niet alleen optreden: een (federaal) minister moet medeondertekenen
- Ministers tegenover de kamers van volksvertegenwoordiging verantwoordelijk voor de door de
koning gestelde daden of gedane uitspraken
Art. 88 GW:
De persoon des Konings is onschendbaar; zijn ministers zijn verantwoordelijk.
Hieruit vloeit grondwettelijke gewoonte zoals: niemand mag de kroon ontbloten
Colloque singulier : de kroon mag niet ontbloot worden, gespreken met de koning mogen niet aan
mensen worden doorgezegd. Dit werkt natuurlijk in de 2-richtingen, het advies dat de koning geeft
+ wat er is gevraagd.
De koning “het recht heeft om geraadpleegd te worden, om aan te moedigen, om te waarschuwen”.:
3 prerogatieven v/d koning
Art. 106 GW:
Geen akte van de Koning kan gevolg hebben, wanneer zij niet medeondertekend is door een minister,
die daardoor alleen reeds, ervoor verantwoordelijk wordt.
Zo zal de monarch, als de 1ste minister hem formeel de wil v/d regering betekent om een bepaalde
maatregel te nemen, zich daarbij neerleggen en de akte ondertekenen die hem zal voorgelegd
worden.
Art. 60, §4 BWHI
102
, Art. 143, §1 GW:
Met het oog op het vermijden va/d belangenconflicten nemen de federale Staat, de gemeenschappen,
de gewesten & de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de uitoefening van hun
respectieve bevoegdheden, de federale loyauteit in acht.
Onderafdeling 5. Het spontane ontslag van de regering door de Koning
1. Spontaan ontslag op federaal niveau
- 1ste minister gaat naar het koninklijk paleis en biedt hij de Koning het ontslag aan
Biedt dit aan dus koning heeft 3 manieren om hier op te antwoorden
1. Akkoord
2. Weigering
3. Twijfelen
a. Akkoord
b. weigering
a. Of cieuze aanvaarding van het ontslag van de regering door de Koning
koning aanvaardt het ontslag van de regering
o de aanvaarding is een of cieuze handeling die onderscheiden moet worden van de
of ciële aanvaarding:
pas sprake zijn van een of ciële aanvaarding v/h ontslag van de regering op de
dag van de formele benoeming van een nieuwe regering
of cieus ontslag: door aan te kondigen dat hij het door de regering aangeboden ontslag aanvaardt,
doet de koning niet anders dan een intentie uiten:
o de 1ste minister blijft op post
o leidt niet altijd tot ontslag van de regering, want de koning kan terug komen op zijn
beslissing en toch weigeren
bv. door een crisis
of cieuze aanvaarding: art. 46, 3de lid GW
o hierna verkeerd de regering dan in een situatie van lopende zaken
of cieel ontslag: wanneer opvolger 1ste minister formeel benoemd wordt bij KB
o KB => gekruiste medeondertekening
b. Of cieuze weigering van het ontslag van de regering door de Koning
Als de koning het ontslag v/d regering weigert, is het met name niet vereist dat hij opnieuw het vertrouwen
van Kamer vraagt.
Indien Kamer niet akkoord met weigering
o Constructieve motie van wantrouwen instellen
Volgens de voorwaarden in art. 96, 2de lid GW
103