Strafrecht samenvatting
Anna Peters
Week 1: inleiding, legaliteit, bronnen van het Sr, het EVRM
Onderverdeling van het Strafrecht
- Formeel strafvordering, procesrecht
- Materieel strafrecht algemene leerstukken
- Bijzonder verschillende wetten voor bepaalde gebieden (opium, verkeer ect.)
- Penitentiair gaat niet om straffen maar sancties
Bronnen van het strafrecht
Moderne bronnen Klassieke bronnen
Beginselen van behoorlijk strafprocesrecht: Wetten
- Onschuldpresumptie Rechtspraak
- Nemo tenetur beginsel Literatuur
- Recht op een eerlijk proces (6
EVRM)
- Subsidiariteit en proportionaliteit
Verdragen:
- EVRM
Legaliteitsbeginsel
Verschillende onderdelen:
- Codificatieplicht iets is pas strafbaar als het in de wet staat
- Verbod op terugwerkende kracht gedragingen kunnen niet met terugwerkende
kracht strafbaar worden gesteld
- Lex-certa beginsel een gedraging moet voldoende specifiek en duidelijk strafbaar
gesteld zijn
- Verbod van analogie Rechter mag bij situatie A niet dezelfde wet toepassen op
een situatie B die erop lijkt
- Strafprocesrecht alleen bij formele wet alleen wetten in formele zin mogen
straffen bevatten
Het strafbare feit
5 componenten:
1. Menselijke gedraging
2. Past in een delictsomschrijving
3. Delictsomschrijving staat in wettelijke bepaling
4. De gedraging is wederrechtelijk
5. De dader is verwijtbaar
Doelen van het strafrecht
- Generale preventie
- Speciale preventie
- Voorkomen van eigenrichting
- Genoegdoening
- Leedtoevoeging/vergelding
,Strafrecht samenvatting
Anna Peters
Week 2&3&4: politie en justitie, het opsporingsonderzoek +
inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis + vervolgingsbeslissing
Begrip “opsporing”
Art. 132a Sv onderzoek i.v.m. strafbare feiten onder gezag OvJ met als doel het nemen
van strafvorderlijke beslissingen
Art. 126gg Sv verkennend onderzoek: voorbereiding van opsporing
Vaak is er al een verdachte (art. 27 lid 1 Sv) op het oog:
1. Degene ten aanzien waarvan uit feiten en omstandigheden
2. Een redelijk vermoeden van schuld
3. Aan een strafbaar feit voortvloeit
Opsporingsmiddelen
- Grondslag voor het gebruiken van opsporingsmiddelen art. 3 Politiewet 2012,
toegestaan indien:
het een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt
het niet risicovol voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing is.
Als een opsporingsmiddel hier niet aan voldoet speciaal opsporingsmiddel (art. 126 Sv)
- Wel inbreuk op mensenrechten dwangmiddel, bevoegdheid ect staat in de wet
Betreden van plaatsen, wat houdt het in?
- Niet meer dan zoekend rondkijken (handen op rug)
- Doorzoek van kasten mag niet, wel toegestaan om tussendeur open te maken
- Woning betreden mag niet, tenzij toestemming van de bewoner
- Betreden van kantoren van geheimhouders mag ook niet zomaar (geheimhouders:
advocaten, notarissen, geestelijke leiders, artsen)
Bevoegdheden tot betreden staan in art. 55 Sv en 96 Sv
Doorzoeken, wat houdt het in?
- Meer dan betreden, je mag stelselmatig en gericht zoeken
- Je mag sloten verbreken
Bevoegdheden tot doorzoeken staan in:
Art. 110 Sv. Rechter-Commissaris, mag overal
Art, 96c Sv. OvJ, mag overal maar niet in woningen + kantoren geheimhouders
Art. 55a Sv./ art. 96b Sv./art. 49 WWM politie ter aanhouding verdachte en in
voertuigen + bij verdenking van aanwezigheid vuurwapens
Inbeslaggenomen voorwerpen
De regels staan in art. 116, 177 en 118 Sv
- Indien het belang van strafvordering dat toestaat:
Terug naar degene onder zie het in beslag werd genomen
Bij afstand: terug naar de rechthebbende of vernietiging
- Indien het belang van strafvordering nog aanwezig is, of er is geen afstand van het
voorwerp gedaan:
In bewaring tot zitting: rechter beslist
o Tot teruggave aan veroordeelde/slachtoffer/derde
o Tot verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer
, Strafrecht samenvatting
Anna Peters
Afronding van het opsporingsonderzoek
Als de politie denkt dat de zaak genoeg onderzocht is dan wordt er een eindproces-verbaal
gemaakt en daan de OvJ verzonden. De OvJ heeft het vervolgingsmonopolie dit wordt
beheerst door het opportuniteitsbeginsel (art. 167 Sv.). Het OM heeft de volgende keuzes:
- Sepot (seponeren)
Bewijssepot onvoldoende bewijs
Beleidssepot vanwege algemeen belang niet vervolgen verder
Informeel sepot art. 167 lid 2 Sv als de officiële vervolging nog niet is
gestart, dan kan de OvJ dit besluiten dit niet te doen. Hij is vrij om te bepalen hoe
hij dit de verdachte meedeelt
Formeel sepot art. 242 lid 2 Sv./art. 246 Sv. ziet op sepots waartoe alsnog
wordt besloten nadat een rechter-commissaris bij de zaak is betrokken. In dit
geval zijn er wel vormvereisten voor de mededeling aan de verdachte
- Transactie (transgieren)
Voorkomen van een daad van vervolging (art. 74 Sr.)
Schikkingsvoorstel verdachte is niet verplicht dit te accepteren
Transactierichtlijnen
- Strafbeschikking uitvaardigen
Dit is een daad van vervolging (art. 257a Sv.), de verdachte zal dan ook een
strafblad krijgen.
De verdachte kan ook in verzet gaan, dan zal er een rechtszaak komen
- Dagvaarden
De zaak komt dan daadwerkelijk voor de rechter
Er mag geen sprake zijn van vervolgingsbeletselen
De vervolgingsbeletselen
Geschreven Ongeschreven Verdragsrechtelijke
Rechtsmacht, HR-Zwolman voor ernstig onrechtmatig Art. 6 EVRM:
landen/nationaliteit (art. 2-8 handelen door politie is het OM - Grove schending op het
Sr.) verantwoordelijk. recht van fair trial
Grove schendingen van behoorlijk procesrecht:
Klachtdelicten, aangifte vaak - Redelijke termijn is
- Vertrouwensbeginsel
vereist (art. 64-67 Sr.) - Verbod van detournement de pouvoir overschreden
Ne bis in idem-beginsel, nooit - Gelijkheidsbeginsel/verbod van willekeur - Schending van equality
2x voor zelfde feit (art. 68 Sr) of arms
Dood van de verdachte (art. 69 HR-Terneuze drugshennephasj Marko
Sr) checkpoint criterium 2:
Indien geen redelijk handelend lid van het OM
Verjaring van het feit (art. 79-
heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting
73 Sr) van) de vervolging enig -door strafrechtelijk
Transactie (art. 74 Sr.)/ handhaven beschermd belang- gediend kan zijn
strafbeschikking (art. 255a Sr)
Overdracht van strafvervolging
(art. 77 Sr)
Leeftijd onder 12 (art. 77a Sr.)
Dwangmiddelen
Anna Peters
Week 1: inleiding, legaliteit, bronnen van het Sr, het EVRM
Onderverdeling van het Strafrecht
- Formeel strafvordering, procesrecht
- Materieel strafrecht algemene leerstukken
- Bijzonder verschillende wetten voor bepaalde gebieden (opium, verkeer ect.)
- Penitentiair gaat niet om straffen maar sancties
Bronnen van het strafrecht
Moderne bronnen Klassieke bronnen
Beginselen van behoorlijk strafprocesrecht: Wetten
- Onschuldpresumptie Rechtspraak
- Nemo tenetur beginsel Literatuur
- Recht op een eerlijk proces (6
EVRM)
- Subsidiariteit en proportionaliteit
Verdragen:
- EVRM
Legaliteitsbeginsel
Verschillende onderdelen:
- Codificatieplicht iets is pas strafbaar als het in de wet staat
- Verbod op terugwerkende kracht gedragingen kunnen niet met terugwerkende
kracht strafbaar worden gesteld
- Lex-certa beginsel een gedraging moet voldoende specifiek en duidelijk strafbaar
gesteld zijn
- Verbod van analogie Rechter mag bij situatie A niet dezelfde wet toepassen op
een situatie B die erop lijkt
- Strafprocesrecht alleen bij formele wet alleen wetten in formele zin mogen
straffen bevatten
Het strafbare feit
5 componenten:
1. Menselijke gedraging
2. Past in een delictsomschrijving
3. Delictsomschrijving staat in wettelijke bepaling
4. De gedraging is wederrechtelijk
5. De dader is verwijtbaar
Doelen van het strafrecht
- Generale preventie
- Speciale preventie
- Voorkomen van eigenrichting
- Genoegdoening
- Leedtoevoeging/vergelding
,Strafrecht samenvatting
Anna Peters
Week 2&3&4: politie en justitie, het opsporingsonderzoek +
inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis + vervolgingsbeslissing
Begrip “opsporing”
Art. 132a Sv onderzoek i.v.m. strafbare feiten onder gezag OvJ met als doel het nemen
van strafvorderlijke beslissingen
Art. 126gg Sv verkennend onderzoek: voorbereiding van opsporing
Vaak is er al een verdachte (art. 27 lid 1 Sv) op het oog:
1. Degene ten aanzien waarvan uit feiten en omstandigheden
2. Een redelijk vermoeden van schuld
3. Aan een strafbaar feit voortvloeit
Opsporingsmiddelen
- Grondslag voor het gebruiken van opsporingsmiddelen art. 3 Politiewet 2012,
toegestaan indien:
het een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt
het niet risicovol voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing is.
Als een opsporingsmiddel hier niet aan voldoet speciaal opsporingsmiddel (art. 126 Sv)
- Wel inbreuk op mensenrechten dwangmiddel, bevoegdheid ect staat in de wet
Betreden van plaatsen, wat houdt het in?
- Niet meer dan zoekend rondkijken (handen op rug)
- Doorzoek van kasten mag niet, wel toegestaan om tussendeur open te maken
- Woning betreden mag niet, tenzij toestemming van de bewoner
- Betreden van kantoren van geheimhouders mag ook niet zomaar (geheimhouders:
advocaten, notarissen, geestelijke leiders, artsen)
Bevoegdheden tot betreden staan in art. 55 Sv en 96 Sv
Doorzoeken, wat houdt het in?
- Meer dan betreden, je mag stelselmatig en gericht zoeken
- Je mag sloten verbreken
Bevoegdheden tot doorzoeken staan in:
Art. 110 Sv. Rechter-Commissaris, mag overal
Art, 96c Sv. OvJ, mag overal maar niet in woningen + kantoren geheimhouders
Art. 55a Sv./ art. 96b Sv./art. 49 WWM politie ter aanhouding verdachte en in
voertuigen + bij verdenking van aanwezigheid vuurwapens
Inbeslaggenomen voorwerpen
De regels staan in art. 116, 177 en 118 Sv
- Indien het belang van strafvordering dat toestaat:
Terug naar degene onder zie het in beslag werd genomen
Bij afstand: terug naar de rechthebbende of vernietiging
- Indien het belang van strafvordering nog aanwezig is, of er is geen afstand van het
voorwerp gedaan:
In bewaring tot zitting: rechter beslist
o Tot teruggave aan veroordeelde/slachtoffer/derde
o Tot verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer
, Strafrecht samenvatting
Anna Peters
Afronding van het opsporingsonderzoek
Als de politie denkt dat de zaak genoeg onderzocht is dan wordt er een eindproces-verbaal
gemaakt en daan de OvJ verzonden. De OvJ heeft het vervolgingsmonopolie dit wordt
beheerst door het opportuniteitsbeginsel (art. 167 Sv.). Het OM heeft de volgende keuzes:
- Sepot (seponeren)
Bewijssepot onvoldoende bewijs
Beleidssepot vanwege algemeen belang niet vervolgen verder
Informeel sepot art. 167 lid 2 Sv als de officiële vervolging nog niet is
gestart, dan kan de OvJ dit besluiten dit niet te doen. Hij is vrij om te bepalen hoe
hij dit de verdachte meedeelt
Formeel sepot art. 242 lid 2 Sv./art. 246 Sv. ziet op sepots waartoe alsnog
wordt besloten nadat een rechter-commissaris bij de zaak is betrokken. In dit
geval zijn er wel vormvereisten voor de mededeling aan de verdachte
- Transactie (transgieren)
Voorkomen van een daad van vervolging (art. 74 Sr.)
Schikkingsvoorstel verdachte is niet verplicht dit te accepteren
Transactierichtlijnen
- Strafbeschikking uitvaardigen
Dit is een daad van vervolging (art. 257a Sv.), de verdachte zal dan ook een
strafblad krijgen.
De verdachte kan ook in verzet gaan, dan zal er een rechtszaak komen
- Dagvaarden
De zaak komt dan daadwerkelijk voor de rechter
Er mag geen sprake zijn van vervolgingsbeletselen
De vervolgingsbeletselen
Geschreven Ongeschreven Verdragsrechtelijke
Rechtsmacht, HR-Zwolman voor ernstig onrechtmatig Art. 6 EVRM:
landen/nationaliteit (art. 2-8 handelen door politie is het OM - Grove schending op het
Sr.) verantwoordelijk. recht van fair trial
Grove schendingen van behoorlijk procesrecht:
Klachtdelicten, aangifte vaak - Redelijke termijn is
- Vertrouwensbeginsel
vereist (art. 64-67 Sr.) - Verbod van detournement de pouvoir overschreden
Ne bis in idem-beginsel, nooit - Gelijkheidsbeginsel/verbod van willekeur - Schending van equality
2x voor zelfde feit (art. 68 Sr) of arms
Dood van de verdachte (art. 69 HR-Terneuze drugshennephasj Marko
Sr) checkpoint criterium 2:
Indien geen redelijk handelend lid van het OM
Verjaring van het feit (art. 79-
heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting
73 Sr) van) de vervolging enig -door strafrechtelijk
Transactie (art. 74 Sr.)/ handhaven beschermd belang- gediend kan zijn
strafbeschikking (art. 255a Sr)
Overdracht van strafvervolging
(art. 77 Sr)
Leeftijd onder 12 (art. 77a Sr.)
Dwangmiddelen