,samenvatting analyse van bedrijfsprocessen in t veld 1e druk 2023 9789001078133 oefenvragen toets 2
,Hoofdstuk 1 – Systeemkunde en begrippen
1.1 Systeemkunde
Systeemkunde is een methode om problemen in bedrijfsprocessen op te lossen, waarbij de aandacht
primair gericht wordt op processen waarin handelingen plaatsvinden in plaats van op het eindresultaat van
het proces.
1.2 Systeem
Een systeem heeft de volgende kenmerken:
•
Het bevat een verzameling elementen
•
Er bestaat een relatie tussen de elementen
•
Het wil een doel bereiken
De kleinste delen waar het doel uit bestaat zijn elementen. Wanneer er een samenhang tussen de elementen
is wordt er gesproken van een relatie tussen elementen. De opsomming van alle relaties in een systeem
wordt de structuur genoemd. De buitenwereld heet het universum.
1.3 Subsystemen en aspectsystemen
Wanneer het systeem te groot is om in zijn geheel te bestuderen wordt het opgesplitst in subsystemen. Dit is
een deelverzameling van de elementen van het systeem. Hierbij blijven de oorspronkelijke relaties tussen
de elementen onveranderd.
Aspectsystemen bestaan uit deelverzamelingen van de relaties in het (sub)systeem. Hierbij blijven alle
elementen onveranderd.
Voor een schematische weergave van sub- en aspectsystemen: hfst. 1; p. 19; Analyse van
Bedrijfsprocessen; Marylse van ’t Veld.
1.4 Toestand, proces en gedrag
1.4.1 Toestand
De toestand van een systeem op een bepaald moment is een momentopname en bestaat uit de waarden van
de eigenschappen op dat moment in het systeem.
Er wordt van een activiteit gesproken wanneer de ene gebeurtenis een andere gebeurtenis tot gevolg heeft.
Dynamische systemen zijn systemen waarin zich processen afspelen. Het tegenovergestelde van
dynamische systemen zijn statische systemen. Bij deze systemen kunnen de volgende aspecten
onderscheiden worden:
• Invoer
• Doorvoer
• Uitvoer
1.4.2 Proces
Een proces vindt plaats tijdens de doorvoer en is een serie transformaties waardoor het ingevoerde element
verandert.
, 1.4.3 Gedrag
Het gedrag van het systeem is de wijze waarop het systeem reageert op:
• Veranderingen
• Bepaalde in- en uitwendige omstandigheden
• Bepaalde invoeren
Een systeem in steady state is een systeem dat een volledig bepaald gedrag heeft dat herhaalbaar is in de
tijd en waarbij dat gedrag in de ene tijdsperiode gelijksoortig is aan het gedrag in de andere tijdsperiode.
1.5 Doel, functie en taak
Een systeem heeft als doel het vervullen van bepaalde functies in de omgeving van het systeem.
De functie van een element is datgene waarvoor het element ingezet wordt en waaraan het grotere geheel
behoefte heeft.
De taak van een element beschrijft wat gedaan moet worden, zodat die bijdrage tot stand komt en de
functie wordt vervuld.
Voor een overzicht van de verschillen tussen taak en functie: hfst. 1; p. 23; Analyse van
Bedrijfsprocessen; Marylse van ’t Veld.
1.6 Systeem en omgeving
Om het systeem en zijn omgeving te onderscheiden zal een systeemgrens bepaald moeten worden. In- en
uitvoeren zullen door de systeemgrens heen stromen. Wanneer de systeemgrens te ruim wordt geschat zal
het proces onoverzichtelijker worden. Bij een te nauwe systeemgrens bestaat het risico dat de oorzaak
van het te onderzoeken probleem niet gevonden wordt.