Responsiecollege 1
Pandrecht op zaken
Vraag 1
Ter verzekering van de nakoming van een vordering die Anton heeft op Berend, is ten behoeve van
Anton een pandrecht gevestigd op de auto van Berend.
a. Stel, de auto gaat door een brand volledig teniet. Wat gebeurt er met het pandrecht van Anton?
b. Stel, anders dan onder a, dat de auto niet tenietgaat, maar dat Berend deze overdraagt aan
Cornelis, die wist noch behoorde te weten dat er een pandrecht op de zaak rust. Wat gebeurt er met
het pandrecht van Anton?
c. Variant: Anton heeft een pandrecht op de auto van Berend. Anton draagt de vordering op Berend,
ter verzekering van de nakoming waarvan zijn pandrecht is gevestigd, over aan Dirk. Wat gebeurt er
met het pandrecht?
Vraag 2
Rogier, groothandelaar in elektronica, is in onderhandeling met Simon over de verkoop van een partij
harddisk recorders. Rogier verwacht dat hij in verband hiermee op korte termijn € 50.000,- van Simon
te vorderen zal hebben.
a. Kunnen Rogier en Simon, ter verzekering van de nakoming van de vordering die
Rogier op Simon verwacht te krijgen, nu reeds een pandrecht vestigen op een aan
Simon toekomende motorboot, niet zijnde een registergoed? Zo ja, op welke wijze dient de vestiging
te geschieden en gelden er beperkingen? Zo nee, waarom niet?
Ysbrandt heeft een kredietovereenkomst met de X-bank. In de overeenkomst is onder meer bepaald
dat Ysbrandt verplicht is al zijn bestaande en toekomstige handelsvoorraden te verpanden aan de X-
bank.
b. Kunnen de X-bank en Ysbrandt inderdaad een pandrecht vestigen op toekomstige zaken? Zo ja, hoe
dient dit geschieden en gelden er beperkingen? Zo nee, waarom niet.
c. Welke gevolgen zou een faillissement van Ysbrandt hebben voor het pandrecht van de X-bank.
Betrek in uw antwoord zowel de positie te aanzien van dehandelsvoorraad die ten tijde van de
faillietverklaring reeds aan Ysbrandt toebehoort als de zaken die pas ná de faillietverklaring aan hem
is gaan toebehoren.
Pandrecht op vorderingen
Vraag 3
Ter verzekering van de nakoming van een vordering die Anton heeft op Berend, is ten behoeve van
Anton een pandrecht gevestigd op een vordering die Berend heeft op X.
a. Stel, X betaalt de vordering volledig aan Berend. Wat gebeurt er met het pandrecht van Anton?
b. Stel, anders dan onder a, dat X de vordering niet voldoet, maar dat Berend zijn vordering op X
overdraagt aan Cornelis, die wist noch behoorde te weten dat de vordering is bezwaard met een
pandrecht. Wat gebeurt er met het pandrecht van
Anton?
,c. Variant: Anton heeft een pandrecht op de vordering van Berend jegens X. Anton draagt zijn
vordering op Berend, ter verzekering van de nakoming waarvan zijn pandrecht is gevestigd, over aan
Dirk. Wat gebeurt er met het pandrecht?
Vraag 4
Rogier, groothandelaar in electronica, is in onderhandeling met Simon over de verkoop van een partij
hard disk recorders. Rogier verwacht dat hij in verband hiermee op korte termijn € 50.000,- van
Simon te vorderen zal hebben.
a. Kunnen Rogier en Simon nu reeds een pandrecht vestigen op een aan Simon toekomende
vordering op Y? Zo ja, op welke wijze dient de vestiging te geschieden en gelden er beperkingen? Zo
nee, waarom niet?
Ysbrandt heeft een kredietovereenkomst met de X-bank. In de overeenkomst is onder meer bepaald
dat Ysbrandt verplicht is al zijn bestaande en toekomstige vorderingen op derden te verpanden aan
de X-bank.
b. Kunnen de X-bank en Ysbrandt inderdaad een pandrecht vestigen op toekomstige vorderingen? Zo
ja, hoe dient dit geschieden en gelden er beperkingen? Zo nee, waarom niet.
c. Welke gevolgen zou een faillissement van Ysbrandt hebben voor het pandrecht van de X-bank.
Betrek in uw antwoord zowel de positie ten aanzien van de vorderingen die reeds bestaan ten tijde
van de faillietverklaring als de vorderingen die pas ná de faillietverklaring ontstaan.
, BEHANDELVRAGEN GOEDERENRECHT C.S.
RESPONSIECOLLEGE 2
Onderwerpen: retentierecht, voorrechten, recht van reclame, hypotheekrecht
Grosse notariële akte.
Voorrang uit pand, hypotheek en voorrecht.
Hoe zit het tussen 3 onderling. Pand en hypotheek niet in botsing. Hypotheek is pandrecht op
registergoed. Voor op voorrecht, behoudens wettelijke gronden.
Vestigen pandrecht: op roerende zaak, ook op vorderingsrecht. Kan ook bij voorbaat. Betekent niet
dat je dan al een pandrecht hebt. Je kan vestigingshandeling bij voorbaat verrichten. Pas als je
beschikkingsbevoegd bent ontstaat er krachtens eerdere handeling een pandrecht.
Toekomstig kan je niet verpanden, niet in vermogen, geen eigenaar.
Absoluut toekomstige zaken: zodra het in je vermogen komt, ontstaat van rechtswege pandrecht.
Faillissement
Algeheel beslag op het volledige vermogen van de failliete schuldenaar. Betekent: alles. Rechtsgevolg
faillissement om 00.00 dag uitgesproken intreedt, kleine terugwerkende kracht. Beschikking over het
vermogen verloren. Niet langer beschikkingsbevoegd. Niet langer overdragen rechten of vestigen. Dat
is nu taak curator.
Curator taak en enige taak ook is boedel tengelde maken. Uit opbrengst schuldeisers met
inachtneming voorrang en omvang vordering zoveel mogelijk voldoen. In meeste faillissementen
minder geld dan vorderingen. Dan is het belangrijk dat schuldeiser recht voorrang heeft. Pandhouder,
hypotheekhouder en iemand met voorrecht hebben voorrang.
Wanneer ontstaat faillissement? Je kan makkelijk aanvragen, daarvoor eis: pluraliteit schuldeisers. 2
zijn genoeg. Als iemand vordering heeft en er is een andere vordering, dan is er steunvordering. Je
kan faillissement aanvragen. In beginsel wordt dat uitgesproken.
Schuldenaar kan je onder druk zetten om zo snel mogelijk de vordering te voldoen.
In praktijk zal het zo zijn dat het geld op is. Schuldeisers blijven onbetaald. Deurwaarders betrokken,
beslag, mededelingen worden gedaan van stille pandrechten.
Rechtsgevolg faillissement: alle lopende executies worden geschorst. Als iemand na jaar procederen
executoriaal beslag leggen, wordt geschorst. Gelegde beslagen komen te vervallen. Ook beslag fiscus.
Heeft fiscus bijzondere positie? Fiscus heeft op grond van artikel 21 Invorderingswet een voorrecht op
alle goederen van de belastingschuldige. Belastingdienst staat achter in vordering bij pand- en
hypotheekhouder. Zo kan op vlotte manier krediet worden verstrekt.
Pand- en hypotheekhouder hebben een seperatistenpositie. Uitoefenen alsof er geen faillissement is.
Het recht om zonder executoriale titel te executeren. Vrijwel elk faillissement afkoelingsperiode door
rechtbank. Geldt ook voor pand- en hypotheekhouder.
Deze periode is bedoeld voor de curator om te inventariseren wat er allemaal is.
Vraag 1
Alex is eigenaar van een springpaard, een prachtige merrie van drie jaar. Alex leent het paard uit aan
Bart, een paardenarts en amateurruiter. Na twee dagen ontdekt Bart dat het paard ziek is. Bart stelt
vast dat het gaat om een zeer ernstige vorm van Rinopneumoni. Dat is een ziekte die, zeker in dit
stadium, zonder behandeling tot de dood van het paard zal leiden. Bart gaat daarom, na telefonisch
overleg met Alex, direct over tot behandeling van het paard. Enkele dagen nadat de behandeling is
Pandrecht op zaken
Vraag 1
Ter verzekering van de nakoming van een vordering die Anton heeft op Berend, is ten behoeve van
Anton een pandrecht gevestigd op de auto van Berend.
a. Stel, de auto gaat door een brand volledig teniet. Wat gebeurt er met het pandrecht van Anton?
b. Stel, anders dan onder a, dat de auto niet tenietgaat, maar dat Berend deze overdraagt aan
Cornelis, die wist noch behoorde te weten dat er een pandrecht op de zaak rust. Wat gebeurt er met
het pandrecht van Anton?
c. Variant: Anton heeft een pandrecht op de auto van Berend. Anton draagt de vordering op Berend,
ter verzekering van de nakoming waarvan zijn pandrecht is gevestigd, over aan Dirk. Wat gebeurt er
met het pandrecht?
Vraag 2
Rogier, groothandelaar in elektronica, is in onderhandeling met Simon over de verkoop van een partij
harddisk recorders. Rogier verwacht dat hij in verband hiermee op korte termijn € 50.000,- van Simon
te vorderen zal hebben.
a. Kunnen Rogier en Simon, ter verzekering van de nakoming van de vordering die
Rogier op Simon verwacht te krijgen, nu reeds een pandrecht vestigen op een aan
Simon toekomende motorboot, niet zijnde een registergoed? Zo ja, op welke wijze dient de vestiging
te geschieden en gelden er beperkingen? Zo nee, waarom niet?
Ysbrandt heeft een kredietovereenkomst met de X-bank. In de overeenkomst is onder meer bepaald
dat Ysbrandt verplicht is al zijn bestaande en toekomstige handelsvoorraden te verpanden aan de X-
bank.
b. Kunnen de X-bank en Ysbrandt inderdaad een pandrecht vestigen op toekomstige zaken? Zo ja, hoe
dient dit geschieden en gelden er beperkingen? Zo nee, waarom niet.
c. Welke gevolgen zou een faillissement van Ysbrandt hebben voor het pandrecht van de X-bank.
Betrek in uw antwoord zowel de positie te aanzien van dehandelsvoorraad die ten tijde van de
faillietverklaring reeds aan Ysbrandt toebehoort als de zaken die pas ná de faillietverklaring aan hem
is gaan toebehoren.
Pandrecht op vorderingen
Vraag 3
Ter verzekering van de nakoming van een vordering die Anton heeft op Berend, is ten behoeve van
Anton een pandrecht gevestigd op een vordering die Berend heeft op X.
a. Stel, X betaalt de vordering volledig aan Berend. Wat gebeurt er met het pandrecht van Anton?
b. Stel, anders dan onder a, dat X de vordering niet voldoet, maar dat Berend zijn vordering op X
overdraagt aan Cornelis, die wist noch behoorde te weten dat de vordering is bezwaard met een
pandrecht. Wat gebeurt er met het pandrecht van
Anton?
,c. Variant: Anton heeft een pandrecht op de vordering van Berend jegens X. Anton draagt zijn
vordering op Berend, ter verzekering van de nakoming waarvan zijn pandrecht is gevestigd, over aan
Dirk. Wat gebeurt er met het pandrecht?
Vraag 4
Rogier, groothandelaar in electronica, is in onderhandeling met Simon over de verkoop van een partij
hard disk recorders. Rogier verwacht dat hij in verband hiermee op korte termijn € 50.000,- van
Simon te vorderen zal hebben.
a. Kunnen Rogier en Simon nu reeds een pandrecht vestigen op een aan Simon toekomende
vordering op Y? Zo ja, op welke wijze dient de vestiging te geschieden en gelden er beperkingen? Zo
nee, waarom niet?
Ysbrandt heeft een kredietovereenkomst met de X-bank. In de overeenkomst is onder meer bepaald
dat Ysbrandt verplicht is al zijn bestaande en toekomstige vorderingen op derden te verpanden aan
de X-bank.
b. Kunnen de X-bank en Ysbrandt inderdaad een pandrecht vestigen op toekomstige vorderingen? Zo
ja, hoe dient dit geschieden en gelden er beperkingen? Zo nee, waarom niet.
c. Welke gevolgen zou een faillissement van Ysbrandt hebben voor het pandrecht van de X-bank.
Betrek in uw antwoord zowel de positie ten aanzien van de vorderingen die reeds bestaan ten tijde
van de faillietverklaring als de vorderingen die pas ná de faillietverklaring ontstaan.
, BEHANDELVRAGEN GOEDERENRECHT C.S.
RESPONSIECOLLEGE 2
Onderwerpen: retentierecht, voorrechten, recht van reclame, hypotheekrecht
Grosse notariële akte.
Voorrang uit pand, hypotheek en voorrecht.
Hoe zit het tussen 3 onderling. Pand en hypotheek niet in botsing. Hypotheek is pandrecht op
registergoed. Voor op voorrecht, behoudens wettelijke gronden.
Vestigen pandrecht: op roerende zaak, ook op vorderingsrecht. Kan ook bij voorbaat. Betekent niet
dat je dan al een pandrecht hebt. Je kan vestigingshandeling bij voorbaat verrichten. Pas als je
beschikkingsbevoegd bent ontstaat er krachtens eerdere handeling een pandrecht.
Toekomstig kan je niet verpanden, niet in vermogen, geen eigenaar.
Absoluut toekomstige zaken: zodra het in je vermogen komt, ontstaat van rechtswege pandrecht.
Faillissement
Algeheel beslag op het volledige vermogen van de failliete schuldenaar. Betekent: alles. Rechtsgevolg
faillissement om 00.00 dag uitgesproken intreedt, kleine terugwerkende kracht. Beschikking over het
vermogen verloren. Niet langer beschikkingsbevoegd. Niet langer overdragen rechten of vestigen. Dat
is nu taak curator.
Curator taak en enige taak ook is boedel tengelde maken. Uit opbrengst schuldeisers met
inachtneming voorrang en omvang vordering zoveel mogelijk voldoen. In meeste faillissementen
minder geld dan vorderingen. Dan is het belangrijk dat schuldeiser recht voorrang heeft. Pandhouder,
hypotheekhouder en iemand met voorrecht hebben voorrang.
Wanneer ontstaat faillissement? Je kan makkelijk aanvragen, daarvoor eis: pluraliteit schuldeisers. 2
zijn genoeg. Als iemand vordering heeft en er is een andere vordering, dan is er steunvordering. Je
kan faillissement aanvragen. In beginsel wordt dat uitgesproken.
Schuldenaar kan je onder druk zetten om zo snel mogelijk de vordering te voldoen.
In praktijk zal het zo zijn dat het geld op is. Schuldeisers blijven onbetaald. Deurwaarders betrokken,
beslag, mededelingen worden gedaan van stille pandrechten.
Rechtsgevolg faillissement: alle lopende executies worden geschorst. Als iemand na jaar procederen
executoriaal beslag leggen, wordt geschorst. Gelegde beslagen komen te vervallen. Ook beslag fiscus.
Heeft fiscus bijzondere positie? Fiscus heeft op grond van artikel 21 Invorderingswet een voorrecht op
alle goederen van de belastingschuldige. Belastingdienst staat achter in vordering bij pand- en
hypotheekhouder. Zo kan op vlotte manier krediet worden verstrekt.
Pand- en hypotheekhouder hebben een seperatistenpositie. Uitoefenen alsof er geen faillissement is.
Het recht om zonder executoriale titel te executeren. Vrijwel elk faillissement afkoelingsperiode door
rechtbank. Geldt ook voor pand- en hypotheekhouder.
Deze periode is bedoeld voor de curator om te inventariseren wat er allemaal is.
Vraag 1
Alex is eigenaar van een springpaard, een prachtige merrie van drie jaar. Alex leent het paard uit aan
Bart, een paardenarts en amateurruiter. Na twee dagen ontdekt Bart dat het paard ziek is. Bart stelt
vast dat het gaat om een zeer ernstige vorm van Rinopneumoni. Dat is een ziekte die, zeker in dit
stadium, zonder behandeling tot de dood van het paard zal leiden. Bart gaat daarom, na telefonisch
overleg met Alex, direct over tot behandeling van het paard. Enkele dagen nadat de behandeling is