Examenopdracht
Gamification in onderwijs
Naam: M.N. van Buuren-Vreugdenhil
Studentnummer: 4982458
Opleider: NCOI
Opleiding: HBO Bachelor, Social work.
Module: Professioneel en oplossingsgericht werken.
,Voorwoord
Mijn naam is Merel van Buuren-Vreugdenhil. Sinds 1998 ben ik werkzaam bij Middin, een
organisatie voor ondersteuning van mensen met een beperking. De laatste 16 jaar ben ik werkzaam
als coördinerend begeleider op een woonlocatie met verschillende vormen van wonen waar we
begeleiding bieden aan mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, niet
aangeboren hersenletsel en bijkomend psychiatrische problematiek. Om mij verder te verdiepen in
het theoretisch kader van mijn werkveld en om mijn groeimogelijkheden te bevorderen ben ik dit
jaar gestart met de opleiding HBO Bachelor Social Work, profiel zorg, bij de NCOI.
Voor de module ‘professioneel en oplossingsgericht werken’ is deze moduleopdracht het
afrondende onderdeel. Kern van de module is, vanuit een onderzoekende houding, waarin je
opmerkzaam, nieuwsgierig, bedachtzaam en kritisch bent, in staat zijn om op de juiste manier
informatie te verzamelen, verwerken en delen.
Ik ben, naast coördinerend begeleider en student, ook moeder van drie pubers. Van dichtbij zie ik
de impact van internet, sociale media en gamen. Op de basisschool werd het krijtbord een digibord
en vanaf groep 6 kreeg ieder kind dagelijks een laptop op zijn of haar tafeltje om zo het
aangeboden lesmateriaal ook digitaal te kunnen doen. Ik zie daarbij dat mijn kinderen en hun
leeftijdgenoten, op een uitzondering na, een veel slechter handschrift hebben dan mijn klasgenoten
en ik hadden. Dit maakt me nieuwsgierig naar de impact van gamification op leerlingen en
studenten.
1/18
, Samenvatting
Ten behoeve van de module Professioneel en oplossingsgericht werken is in dit paper een bronnen
onderzoek beschreven dat na uitwerking tot een standpunt leidt over de vraag of gamification een
verplicht onderdeel moet uitmaken van het onderwijs.
Om die vraag te kunnen beantwoorden is een onderzoekende houding ingezet. Dit betekent dat
opmerkzaam, nieuwsgierig, bedachtzaam en kritisch is gekeken naar de stelling en de artikelen die
gezocht en gevonden zijn.
Voor het zoeken naar artikelen, passend bij de stelling, is gebruik gemaakt van het stappenplan van
de NCOI waarin stapsgewijs staat beschreven hoe gezocht kan worden en van welke
zoekmethoden en databanken het beste gebruik kan worden gemaakt.
Bij het screenen van gevonden artikelen is steeds een eerste selectie gedaan waarbij een aantal
bronnen afvielen op relevantie, kwaliteit of doel. Vervolgens werden vijf overgebleven artikelen
beoordeeld middels de CRAAP-test. Deze test wordt gezien als een beproefd middel om bronnen te
beoordelen volgens een vast schema en met genummerde scores en een maximum van 50 punten.
Wanneer de bron een score heeft van 40 of hoger, wordt een bron als goed en boven 45 als
uitstekend beoordeeld. De vijf bronnen scoorden tussen de 42 en 47 punten en zijn gebruikt in dit
bronnenonderzoek.
In eerste instantie is gezocht naar artikelen die duidelijk op zoek waren naar positieve dan wel
negatieve effecten van gamification, om het onderwerp alvast met een kritische blik, van twee
verschillende kanten te kunnen belichten. Vervolgens is gekozen voor een groot
overzichtsonderzoek en om specifiek mee te kunnen wegen wat gamification op de basisschool
betekent, zijn uiteindelijk ook twee artikelen geselecteerd die binnen deze leeftijdscategorieën hun
onderzoek hebben beschreven.
De gekozen artikelen zijn uitgewerkt door van elk het zoeken, selecteren en beoordelen te
beschrijven, daarna kern van het onderzoek te verwoorden, de argumenten voor en tegen op een
rijtje te zetten en een korte conclusie te formuleren.
In de hoofdtekst, inleiding en uitwerking van het standpunt zijn feiten voorzien van bronvermelding.
Om zelf een tot een standpunt te kunnen komen zijn alle argumenten in een redenatieschema
verwerkt dat in bijlage 2 is opgenomen.
Het uiteindelijke standpunt is er, al zitten er wel kanttekeningen aan, zoals u kunt lezen in onderdeel
C.
2/18