THORAXDRAIN
Thoraxdrain = drain in borstholte voor aflopen van lucht en/of vocht (bloed of pus).
Doel: functie longen herstellen
Inbrengen (operatiekamer), verwijderen (verpleegafdeling) en verwisselen > allen in
opdracht arts.
Indicaties:
1. Pneumothorax (klaplong > lucht afzuigen)
2. Hemothorax (ophoping bloed > bloed laten aflopen)
3. Pleurale vochtophoping (aflopen vocht of pus)
Complicaties:
1. Subcutaan emfyseem (ontsnapte lucht uit drain in onderhuidse weefsel)
2. Luchtlekkage
3. Spanningspneumothorax (ophoping van lucht in borstholte, die er niet meer uit
kan > ventielwerking). Long klapt in en mediastinum wordt weggedrukt > hart kan
verschuiven, bloedcirculatie ernstig bedreigd.
SYSTEMEN
Thoraxdrainagesysteem: drain, opvangslang, opvangsysteem met zuigslang.
Waterslot (passief): systeem met één fles > eenrichtingsverkeer van patiënt naar
thoraxdrainagesysteem en niet terug.
Nadeel: alle vocht en lucht in 1 fles. Lichaam niet voldoende druk genereren om vocht en
lucht eruit te krijgen.
Systeem met twee flessen (passief): Waterslot in ene fles, vocht en lucht in andere
fles.
Systeem met drie flessen (actief): fles met drukregelaar erbij, vacuümbron uit de
muur. Diepte rietje fles 3, bepaald kracht van zuigen aan eerste twee flessen.
Systeem met vier flessen: fles met rietje erbij die open verbinding heeft met
buitenlucht voor als vacuümbron van ziekenhuis (fles 3) uitvalt. Druk in longen zichtbaar
door patiënten manometer (drukmeter).
PLEURADRAIN
Pleuradrain = drain in longen (tussen twee vliezen) voor aflopen van lucht of vocht,
gebruikt om druk in borstholte te herstellen (ongeacht of het bloed of vocht is).
Drain afzuigen lucht > hoog in pleuraholte
Drain afzuigen vocht > laag in pleuraholte
LONGEN
Longen omgeven door 2 vliezen (pleura):
Pariëtale > vast aan borstwand
Viscerale > vast aan longwand
, Tussen vliezen > pleuravocht.
Intrapleurale druk > druk tussen de 2 vliezen. (thoraxwand, uitademen)
Intrapulmonale druk > druk in de longen. (middenrif, inademen)
Helder vocht = transudaat
Troebel vocht = exudaat
BELANGRIJKE PUNTEN
Steriel water nodig voor vullen kolommen thoraxdrainagesysteem.
Verzorgen insteekopening > niet-steriele handschoenen .
Kunt horen of thoraxdrainagesysteem lucht aanzuigt > water in de (opvang) kolom
borrelt.
Nullen is controleren of de kolommen goed zijn gevuld > klem slangen af en draai alle
drukken naar nul.
Fixeer slangen aan elkaar en op de buik. Drain en opvangslang fixeer je aan elkaar met
hechtpleister. Plak opvangslang ook vast op buik.
Leid opvangslang altijd naar andere kant van bed waar drain is ingebracht.
VEILIGHEID
- Goede pijnmedicatie > kan pijnlijk zijn en ademhaling beïnvloeden.
- Observeer kleur en ademhaling, meet pols, bloeddruk, saturatie en temperatuur.
- Controleer vochtverlies.
- Controleer slangen vrij
- Controleer fixatie en aansluiting koppelingen
- Opvangsysteem lager dan patiënt.
- Stolsels los maken door slang te “melken”(knijpen in de slang met de hele hand)
- Controleer waterniveau in kolommen > water kan verdampen.
INFUSIE: PERIFERE CANULE
Ingebracht voor directe veneuze toegang voor toedienen medicatie en vloeistoffen, door
arts of verpleegkundige.
Infuuscanule voorkeur in ader onderarm > bij evt. flebitis mogelijkheid om meer
proximaal nieuw infuus in te brengen + aderen hand beweeglijker en kans irritatie
bloedvatwand groter, en fixatie lastiger.
Indicaties:
1. Niet langer nodig
2. Infuus loopt niet meer in de vene, maar subcutaan (onder de huid, huid voelt
koud rondom insteekplaats en ziet bleek, zwelling, pijn) > direct verwijderen, kan
infiltraat (lokale ontsteking met vochtophoping) of necrose ontstaan.
Leg arm hoog, vorming infiltraat warme kompressen op huid.
3. Ontstoken insteekopening infuus > flebitis