Tijdvak 6 Regenten & vorsten (ca. 1600 tot ca. 1700)
23 Het absolutisme (KA 23: Het streven van vorsten naar absolute macht)
De moderne staten die bestuurd werden door ambtenaren (15e/16e eeuw) veranderde in absolute
monarchieën. Volgens de ideologie van het absolutisme kon er maar op een manier een eind
gemaakt worden aan de strijd van allen tegen allen. Dit kon alleen door alle macht op te dragen aan
een koning die namens god regeerde. De bekendste absolute vorst is Lodewijk XIV, hij maakte een
eind aan de macht en invloed van de edelen door ze als hofadel aanzijn paleis te verbinden.
Ook de economieën werden beïnvloed door absolute vorsten. Met hoge invoerrechten werd
geprobeerd de import van buitenlandse goederen tegen te gaan. Ook werden binnenlandse
bedrijven gesubsidieerd. Zo wilde de koning een rijk land creëren waar hij hoge belattingen kon
heffen. Deze manier van economisch bestuur heet mercantilisme.
Ook in Engeland streefden koningen naar absolute macht, dit is echter nooit gelukt. De koning van
Spanje, de keizer van Oostenrijk en koning van het Noord-Duitse Pruisen lukte dit beter.
24 De Gouden Eeuw (KA 24: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in
economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek)
De Nederlandse republiek was voorgekomen uit een oorlog tegen de Spaanse koning Filips II. In de
Republiek werden stadsburgers en edelen gerespecteerd. Omdat de Republiek een handelsland was
waren burgers belangrijker dan edelen. De rijke stadbestuurders hadden het als regenten voor het
zeggen. De republiek was een nogal onsamenhangend geheel. Alleen door de macht van het gewest
Holland, met daarin Amsterdam, was er een soort eenheid.
In de Republiek was het calvinisme de officiële godsdienst. Toch was je relatief vrij om te geloven wat
je wilde, maar andere godsdiensten hadden wel minder rechten.
De Nederlandse Republiek was in de 17e eeuw een van de meest toonaangevende landen in Europa.
Dit kwam door opbloei van de Nederlandse economie, die beruste voornamelijk op de handel.
Nederland had een gunstige ligging ten opzichte van een aantal belangrijke rivieren in Europa. Ook
de wetenschappen en de kunsten bloeiden op als gevolg van de economische groei.
25 Handelskapitalisme en wereldeconomie (KA 25: Wereldwijde handelscontacten,
handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie)
Voor de overzeese expedities die na de ontdekkingsreizen plaatsvonden waren enorme investeringen
nodig. Daarom werden de eerste aandelen verkocht. Zo begon het kapitalisme. Omdat het kapitaal
wat via deze investeringen verkregen was voornamelijk werd gebruikt voor de handel wordt er ook
wel gesproken van handelskapitalisme.
Een voorbeeld van zo’n kapitalistischt onderneming is VOC. De VOC, die voornamelijk handelde op
Oost-Azië. Het koloniaal gebied van de VOC strekte zich uit van Sri Lanka via Indonesië naar Japan. De
VOC was in de 17e eeuw het grootste bedrijf ter wereld. Ondanks het succes van de VOC, vormde de
buiten-Europese handel maar een klein van de totale Nederlandse inkomsten. Het grootste deel
werd verdiend door binnen-Europese handel.
26 De wetenschappelijke revolutie (KA 26: De wetenschappelijke revolutie)
Na de nieuwe wetenschappelijke belangstelling die in de 15e en 16e was ontstaan, vond er in de 17e
eeuw een opbloei van de natuurwetenschapen en filosofie plaats. Er werd steeds meer vertrouwd op
waarnemingen, los van wat we wisten vanuit de oudheid en middeleeuwen. Dit wordt het empirisme
genoemd. Uitvindingen als de telescoop speelden hier een grote rol in.
Deze nieuwe inzichten botsten vaak met de ideeën van de kerk. Daardoor ontstonden er vaak
conflicten tussen de rooms-katholieke kerk en geleerden.
Filosofen waren destijds van mening dat je waarnemingen met rationeel denken moest combineren.
Dit wordt het rationalisme genoemd.
23 Het absolutisme (KA 23: Het streven van vorsten naar absolute macht)
De moderne staten die bestuurd werden door ambtenaren (15e/16e eeuw) veranderde in absolute
monarchieën. Volgens de ideologie van het absolutisme kon er maar op een manier een eind
gemaakt worden aan de strijd van allen tegen allen. Dit kon alleen door alle macht op te dragen aan
een koning die namens god regeerde. De bekendste absolute vorst is Lodewijk XIV, hij maakte een
eind aan de macht en invloed van de edelen door ze als hofadel aanzijn paleis te verbinden.
Ook de economieën werden beïnvloed door absolute vorsten. Met hoge invoerrechten werd
geprobeerd de import van buitenlandse goederen tegen te gaan. Ook werden binnenlandse
bedrijven gesubsidieerd. Zo wilde de koning een rijk land creëren waar hij hoge belattingen kon
heffen. Deze manier van economisch bestuur heet mercantilisme.
Ook in Engeland streefden koningen naar absolute macht, dit is echter nooit gelukt. De koning van
Spanje, de keizer van Oostenrijk en koning van het Noord-Duitse Pruisen lukte dit beter.
24 De Gouden Eeuw (KA 24: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in
economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek)
De Nederlandse republiek was voorgekomen uit een oorlog tegen de Spaanse koning Filips II. In de
Republiek werden stadsburgers en edelen gerespecteerd. Omdat de Republiek een handelsland was
waren burgers belangrijker dan edelen. De rijke stadbestuurders hadden het als regenten voor het
zeggen. De republiek was een nogal onsamenhangend geheel. Alleen door de macht van het gewest
Holland, met daarin Amsterdam, was er een soort eenheid.
In de Republiek was het calvinisme de officiële godsdienst. Toch was je relatief vrij om te geloven wat
je wilde, maar andere godsdiensten hadden wel minder rechten.
De Nederlandse Republiek was in de 17e eeuw een van de meest toonaangevende landen in Europa.
Dit kwam door opbloei van de Nederlandse economie, die beruste voornamelijk op de handel.
Nederland had een gunstige ligging ten opzichte van een aantal belangrijke rivieren in Europa. Ook
de wetenschappen en de kunsten bloeiden op als gevolg van de economische groei.
25 Handelskapitalisme en wereldeconomie (KA 25: Wereldwijde handelscontacten,
handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie)
Voor de overzeese expedities die na de ontdekkingsreizen plaatsvonden waren enorme investeringen
nodig. Daarom werden de eerste aandelen verkocht. Zo begon het kapitalisme. Omdat het kapitaal
wat via deze investeringen verkregen was voornamelijk werd gebruikt voor de handel wordt er ook
wel gesproken van handelskapitalisme.
Een voorbeeld van zo’n kapitalistischt onderneming is VOC. De VOC, die voornamelijk handelde op
Oost-Azië. Het koloniaal gebied van de VOC strekte zich uit van Sri Lanka via Indonesië naar Japan. De
VOC was in de 17e eeuw het grootste bedrijf ter wereld. Ondanks het succes van de VOC, vormde de
buiten-Europese handel maar een klein van de totale Nederlandse inkomsten. Het grootste deel
werd verdiend door binnen-Europese handel.
26 De wetenschappelijke revolutie (KA 26: De wetenschappelijke revolutie)
Na de nieuwe wetenschappelijke belangstelling die in de 15e en 16e was ontstaan, vond er in de 17e
eeuw een opbloei van de natuurwetenschapen en filosofie plaats. Er werd steeds meer vertrouwd op
waarnemingen, los van wat we wisten vanuit de oudheid en middeleeuwen. Dit wordt het empirisme
genoemd. Uitvindingen als de telescoop speelden hier een grote rol in.
Deze nieuwe inzichten botsten vaak met de ideeën van de kerk. Daardoor ontstonden er vaak
conflicten tussen de rooms-katholieke kerk en geleerden.
Filosofen waren destijds van mening dat je waarnemingen met rationeel denken moest combineren.
Dit wordt het rationalisme genoemd.