Topografie
Nummer Nederlandse naam Latijnse naam
1 Onderkaak Mandibula
2 Bovenkaak Maxilla
3 Oogkas/holte Arbitta
4 Hersenholte -
5 Achterhoofdknobbel -
6 1e halswervel Atlas
7 2e halswervel Axis
8 Borstwervels Thoracale vertebrae
9 Lendenwervels Lumbale vertebrae
10 Heiligbeen Sacrum
11 Staartwervels Caudale vertebrae
12 Borstbeen Sternum
13 Ribben Costa(e)
14 Bekken Pelvis
15 Dijbeen Femur
16 Knieschijf Patella
17 Scheenbeen Tibia
18 Kuitbeen Fibula
19 Hielbeen/hak Tarsus
20 Middenvoetsbeentjes Metatarsus
21 Teentjes (3 teenkootjes) Phalanges
22 Schouderblad Digiti
23 Opperarmbeen Humerus
24 Spaakbeen Radius
25 Ellepijp Ulna
26 Handwortelbeentjes Carpus
27 Middenhandsbeentjes Metacarpus
28 Teentjes (3 teenkootjes) Phalanges
De kat heeft een sleutelbeen (clavicula), de hond niet.
Reu heeft een penisbotje (os penis), de kater niet.
,Anatomie 4.2.01 – 4.2.07
Buikholte: abdomen
Borstholte: thorax
Buikvlies: een vlies aan de binnenkant van de buik rondom alle organen. Het zorgt voor stevigheid en
vocht (glans) van de organen. Na ieder orgaan keert het buikvlies terug naar de buikrand.
Ligging van het hart (borstholte)
Het hart ligt in de borstholte. De punt van het hart wijst naar links. Het eind van het hart is te voelen
na ± 7 ribben vanaf de achterkant geteld. Het hart bestaat uit spierweefsel (spiercellen).
Zwart is lucht op een röntgenfoto. W = luchtpijp H = hart L= longen
Mediast: ruimte vanaf het borstbeen tot de wervelkolom (lopend tussen linker en rechter long).
Hierin zitten het hart, de aorta, de slokdarm, de zwezerik, bloedvaten en lymfeklieren.
- De zwezerik (thymus) is een orgaan dat alleen jonge zoogdieren hebben. Het draagt bij aan de
afweer. Op volwassen leeftijd is dit driehoekige orgaan (voor het hart) weg.
De luchtweg (borstholte)
Luchtpijp (trachea) is omgeven door kraakbeenringen; zorgen ervoor dat de luchtpijp altijd open blijft.
De luchtpijp splitst op naar rechterlong en linkerlong.
Nummer Nederlandse naam Latijnse naam
1 Neusholte
2 Hard gehemelte
3 Zacht gehemelte
4 Strotklepje
5 Luchtpijp Trachea
6 Slokdarm Esophangus
Hoe weet je of bij narcose de tube in de luchtpijp zit? Als je lucht kun aanzuigen zit je goed.
,Anatomie 4.2.01 – 4.2.07
De slokdarm (borstholte)
Loopt van de keel naar de maag. De functie is het vervoeren van eten m.b.v. een peristaltische
beweging.
De weg van het voedsel
Mond → Slokdarm → Maag → Dunne darm → Nuchtere darm → Kronkeldarm → 12-
vingerige darm → Dikke darm → (Blinde darm) → Kartel darm → Endeldarm → Anus
Dunne darm: nuchtere darm, kronkeldarm, 12-vingerige darm
Dikke darm: blinde darm, karteldarm, endeldarm
Lever en galblaas
Lever en galblaas liggen recht achter het middenrif (diafragma). Ze zijn niet te voelen omdat ze onder
de ribben liggen.
Urogenitaal apparaat: de urinewegen en geslachtsorganen
Nieren
Aan de voorkant van de nieren zitten de bijnieren. Deze geven het hormoon cortisol af:
stresshormoon. Het zorgt voor een vermindering van de weerstand.
Urinebuis (urethra) loopt anders bij honden en katten. Bij zowel de kater als reu kan gruis in de
urethra blijven hangen. Wel op verschillende plekken.
Hond Kat
, Anatomie 4.2.01 – 4.2.07
Bewegingsapparaat
Functies skelet:
1. Mogelijk maken van beweging
2. Beschermen onderliggende structuren (hart, longen, hersenen, zenuwen)
3. Aanmaak rode en witte bloedcellen door het beenmerg
4. Geven vorm, stevigheid en houding aan het lichaam.
Botten zijn op verschillende manieren met elkaar verbonden:
Verbinding Voorbeeld
1. Onbeweeglijke verbinding Platte beenderen (schedel)
Bekken (vergroeide deel)
2. Weinig beweeglijke verbinding Wervels (tussenwervelschijf)
Ribben (met kraakbeen)
Bekken
Onderkaak (symphyse)
3. Beweeglijke verbinding Gewrichten
Verbinding schouderblad - rib
Gewricht: beweeglijke verbinding tussen 2 botten.
Gewricht kan niet op zijn eigen bewegen; hiervoor zorgen de spieren.
Opbouw gewricht:
Spieren/pezen
Gewrichtskop
Gewrichtsbanden: ligament van bindweefsel
Gewrichtskapsel
Gewrichtsvloeistof
Gewrichtskraakbeen
Gewrichtskom
Gewrichtsvloeistof: vloeistof voor het soepel bewegen en voeding gewrichtskraakbeen.
Gewrichtsband: zorgt ervoor dat de botten stabiel op elkaar blijven.
Ligament: bundel bindweefsel