HC 2: Vrij verkeer van goederen
Tarifaire belemmeringen: geldelijke last geheven art. 30 en 110 VWEU
Non-tarifaire belemmeringen: geen geldelijke last geheven art. 34 en 35
VWEU
Art. 110 VWEU (verbod op discriminerende belastingen)
(alinea 1 van art. 110 VWEU: verbod op discriminerende binnenlandse
belastingen op gelijksoortige producten)
- Humblot: verbod op indirecte discriminatie bij belastingen, tenzij
objectief gerechtvaardigd
“art. 110 VWEU verbiedt zwaardere motorrijtuigen te onderwerpen
aan een vaste bijzondere belasting waarvan het bedrag veel hoger is
dan de belasting op de lichte motorrijtuigen, indien door die
bijzondere belasting – met name uit andere lidstaten – ingevoerde
motorrijtuigen worden getroffen.”
- Outokumpu: verbod op directe discriminatie bij belastingen
Art. 30 VWEU is van toepassing wanneer sprake is van een heffing
hetzij alleen op een ingevoerd product, hetzij alleen op een
uitgevoerd product
Art. 110 VWEU is van toepassing bij een heffing op zowel een
ingevoerd product, als op een nationaal product
Heffing van gelijke werking (30 VWEU): elke eenzijdig opgelegde
geldelijke last, ongeacht de benaming of de structuur ervan, die
wegens grensoverschrijding over goederen wordt geheven en geen
douanerecht stricto sensu is
“Het EU-recht staat niet eraan in de weg om aan de hand van
objectieve criteria een stelsel van gedifferentieerde belastingheffing
in te voeren. Deze moeten wel in lijn zijn met gemeenschapsrecht:
- gericht op verwezenlijking doelstellingen VWEU (voldaan: milieu)
- voldaan aan non-discriminatiebeginsel art. 110 VWEU (niet aan
voldaan: hogere heffing op ingevoerde stroom)”
(alinea 2 van art. 110 VWEU: verbod op discriminerende binnenlandse
belastingen op concurrerende producten)
- Commissie tegen VK (wijn/bier): in geval concurrerende goederen
Kijken naar ontwikkelingsmogelijkheden en substitutiepotentieel
Bier en lichte en goedkope wijnsoorten zijn wel vergelijkbaar: kunnen
aan dezelfde behoeften voldoen en elkaar vervangen. Dure wijnen
niet
Belastingstelsel VK in strijd met 110 VWEU omdat goedkope
ingevoerde wijnen zwaarder worden belast dan concurrerend bier en
daardoor de nationale bierproductie zijdelings wordt beschermd
Art. 34 VWEU (verbod op kwantitatieve importbeperkingen en
maatregelen van gelijke werking)
- Dassonville: maatregel van gelijke werking ex art. 34 en 35 VWEU
, Belgische overheid eiste voor import van whisky een certificaat van
oorsprong. Dit is moeilijker voor een handelaar die de goederen in
andere staat dan de originele exportstaat heeft ingekocht, dan voor
een handelaar die de goederen rechtstreeks uit de exportstaat
inkoopt
“MGW: iedere (handels)regeling der lidstaten die de
intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk
of potentieel, kan belemmeren”
Hier is sprake van een met het verdrag onverenigbare MGW en dat is
verboden
- Cassis de Dijon: MGW en producteisen
In Duitsland moest een likeur minstens 25% alcohol bevatten. Een
Franse likeur werd geweigerd omdat dit hier niet aan voldeed
Dit is een MGW omdat het een producteis is geen discriminatie,
wel een belemmering
De MGW kan gerechtvaardigd worden omdat producteisen niet per
se verboden zijn. Dit kan op grond van “dwingende redenen van
algemeen belang” = CASSIS-RECHTVAARDIGING
Deze producteis voldoet echter niet aan een “dwingende reden van
algemeen belang”: het betreft een minimum alcoholpercentage
DUS:
- Vooraf: belemmering vrij verkeer/markttoegang, GEEN
harmonisatie, GEEN VWEU uitzondering van toepassing
- Cumulatieve vereisten:
1. Geen directe discriminatie
2. (Geen zuiver economische doelstelling – Konle)
3. Dwingende reden van algemeen belang
4. Geschikt, noodzakelijk, evenredigheid
5. (Geen schending fundamentele rechten)
- Conegate: invoerverbod gerechtvaardigd?
Invoerverbod (op sekspoppen) kan gerechtvaardigd worden o.g.v.
openbare zedelijkheid. Maar als lidstaat m.b.t. dezelfde op zijn eigen
grondgebied vervaardigde goederen geen (strafrechtelijke)
doeltreffelijke maatregelen neemt om de verspreiding ervan te
voorkomen, kan de lidstaat zich niet op de openbare zedelijkheid
beroepen. (Na de invoer mogen de goederen wel aan
handelsbeperkingen onderworpen worden, mits deze ook voor
binnenlands vervaardigde goederen gelden)
- Krantz: niet alle handelsregelingen zijn een MGW (veel rechtszaken over
nationale wetgeving: definitie moet beperkt/krapper worden)
Nederlandse staat legde o.g.v. een Nederlands wetsartikel beslag op
goederen na faillietverklaring Krantz
Geen sprake van een MGW: bepaling heeft niet tot doel
handelsverkeer met andere lidstaten te regelen en belemmert
handel tussen lidstaten evenmin
- Keck en Mithouard: krappere definitie MGW
, In Frankrijk bestond een verbod op het doorverkopen van producten
tegen een lagere prijs dan hun daadwerkelijke inkoopprijs. Is dit een
MGW?
“Nationale bepalingen die bepaalde verkoopmodaliteiten aan
banden leggen of verbieden” zijn voortaan GEEN MGW (en vallen
dus niet onder definitie uit Dassonville), MITS (als/op voorwaarde
dat):
1) zij van toepassing zijn op alle handelsdeelnemers, en
2) niet direct of indirect discrimineren tegen producten uit andere
lidstaten
(Want als aan de twee ‘mitsen’ wordt voldaan: de markttoegang
wordt niet verhinderd of moeilijker dan voor nationale producten)
Als Keck van toepassing is, is er geen MGW. Dan is er dus geen
beperking die gerechtvaardigd kan worden
Cassis de Dijon blijft geldend recht
In casu geen MGW. Art. 34 VWEU dus niet van toepassing op verbod
op doorverkopen tegen lagere inkoopprijs
- Familiapress: “bepaalde verkoopmodaliteit”
Wet in Oostenrijk verbood prijsvragen in tijdschriften
“Nu de wetgeving betrekking heeft op de inhoud van het product,
kan er geen sprake zijn van een verkoopmodaliteit” (het gaat hier
om een producteis)
Er is wel sprake van een MGW omdat het vrij verkeer van goederen
belemmerd wordt
- Gourmet International: wanneer discrimineren bepaalde
verkoopmodaliteiten tegen buitenlandse producten? (2e mits uit Keck)
Verbod om reclame voor alcoholische dranken in tijdschriften te
publiceren
Ruime uitleg van “indirecte discriminatie”: in een situatie waarin
consumptie verbonden is met traditionele sociale gebruiken en
lokale gewoonten zal een reclameverbod de toegang tot de markt
van producten uit andere lidstaten sterker bemoeilijken dan
nationale producten waarmee de consument vertrouwd is
Er is sprake van een MGW omdat er aan de 2e mits niet is voldaan en
dus wel sprake is van indirecte discriminatie tegen producten uit
andere lidstaten
- Italiaanse brommeraanhangers: introductie markttoegangstoets
In Italië was het verboden om een aanhanger achter een brommer
aan te trekken. Is er sprake van een MGW t.a.v. speciaal voor
brommers ontworpen aanhangers?
Ging dus om een gebruiksverbod. Dit heeft negatieve uitwerking op
toegang tot markt door importeurs uit andere lidstaten. Het
wetsartikel belemmert de vraag en dus de invoer.
Er is sprake van een MGW omdat de maatregel de markttoegang
belemmert!
De MGW kan echter objectief gerechtvaardigd worden: op gronden
uit art. 36 VWEU (hier: verkeersveiligheid). Daarnaast moet
nationale maatregel geschikt en evenredig zijn (voldaan)
- Schmidberger:
, Milieuorganisatie blokkeerde tunnel in Oostenrijk, waardoor Duits
transportbedrijf ernstige schade leed
“Art. 34 VWEU verplicht lidstaten om het vrij verkeer van goederen
op zijn grondgebied te waarborgen door noodzakelijke en gepaste
maatregelen te treffen teneinde elke belemmering te beletten welke
te wijten is aan handelingen van particulieren”
Hier is een belemmering van het vrije verkeer van goederen omdat
de tunnel zo lang is geblokkeerd
Sprake van een rechtvaardiging ex art. 36 VWEU? Recht op vrijheid
van meningsuiting (=grondrecht) ook belangrijk. De belangen
moeten afgewogen worden
Beperking gerechtvaardigd: vrijheid van meningsuiting prevaleerde.
De door samenkomst legitiem nagestreefde doelstelling kon in casu
niet worden bereikt door middelen die het intracommunautaire
handelsverkeer minder beperkten
Uitoefening van grondrechten valt niet buiten werkingssfeer
verdragsbepalingen en uitoefening moet in overeenstemming zijn
met evenredigheidsbeginsel
HC 3 en 4: Vrij verkeer van diensten, vestiging en kapitaal
Vrij verkeer van diensten
- Luisi en Carbone: reikwijdte art. 56 VWEU (grensoverschrijdend element
is dienstontvanger gaat de grens over om dienst af te nemen)
Nationale wet over maximumbedrag contant geld dat de grens over
mocht gaan
De dienstontvanger kan ook vrij verkeer van diensten inroepen: “De
vrijheid van dienstverrichting impliceert de vrijheid van degenen te
wier behoeve diensten worden verricht, om zich met het oog daarop
naar een andere lidstaat te begeven zonder daarbij door
betalingsbeperkingen te worden gehinderd
Daarnaast, materiële uitvoer van bankbiljetten is geen
kapitaalverkeer als de uitvoer beantwoordt aan een
betalingsverplichting vanuit een transactie
- Van Binsbergen: reikwijdte art. 56 VWEU (grensoverschrijdend element is
dienstverlener gaat de grens over)
Gemachtigde in rechtszaak verhuist naar België en mocht volgens
Nederlandse wet niet meer als gemachtigde optreden
Lidstaat mag specifieke eisen en voorschriften stellen aan
dienstverrichter. Indien de regel niet verder gaat dan noodzakelijk, is
deze verenigbaar met art. 56
Een nationale regel mag vrij verkeer van diensten voor
dienstverrichter niet onmogelijk maken
Rechtstreekse werking (inroepbaar) voor art. 56 en 57 indien ze
strekken tot opheffing van discriminaties t.o.v. dienstverrichters in
andere lidstaten dan waar dienst wordt verricht
- Säger: niet-discriminerende belemmering van de markttoegang
In Duitsland was een vergunning nodig om diensten te verlenen op
het gebied van octrooien. Engels bedrijf had deze niet