Samenvatting VPB – Werkgroepen
Contents
Werkgroep 1 – Subjectieve belastingplicht........................................................................................ 2
Werkgroep 2 – objectieve belastingplicht ......................................................................................... 5
Werkgroep 3 – Deelnemingen ............................................................................................................ 9
Werkgroep 4 – Fiscale Eenheid......................................................................................................... 13
Werkgroep 5 - Renteaftrek ............................................................................................................... 17
Werkgroep 6 - Fusies en splitsingen ................................................................................................ 19
1
,Werkgroep 1 – Subjectieve belastingplicht
Opgave 1
Geef bij de volgende stellingen aan of deze juist of onjuist zijn en motiveer het antwoord.
a. Een besloten vennootschap, waarvan alle aandelen worden gehouden door een
publiekrechtelijke rechtspersoon, is slechts belastingplichtig voor zover zij een onderneming
drijft.
Onjuist, daar wordt voor een indirecte overheidsonderneming geen uitzondering gemaakt. Een BV is
altijd onbeperkt belastingplichtige, art. 2 lid 2 Wet VPB. Dit is een indirecte overheidslichaam.
b. Een niet in Nederland opgerichte vennootschap die zijn feitelijke leiding verplaatst naar
Nederland wordt daarmee binnenlands belastingplichtige in de zin van art. 2 Wet VPB 1969.
Juist, maar de term vennootschap is niet helemaal zuiver. Is het een lichaam als genoemd in art. 2?
Plus kijken naar art. 1a VPB. Maar is het art. 2 lichaam → alle lichamen uit art. 2 zijn binnenlandse
belastingplichtige voor zover hun vestigingsplaats Nederland is, in de zin van art. 4 lid 1 AWR.
→ Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen
c. Zowel een in Duitsland gevestigde Duitse GmbH als een naar Nederlands recht opgerichte bv,
waarvan de feitelijke leiding in Frankrijk is gevestigd, kunnen belastingplichtig zijn in de zin
van de Wet VPB 1969.
Juist, de Nederlandse BV is een naar Nederlands recht opgerichte BV, dus is per definitie
binnenlandse belastingplichtig. Art. 2 lid 5! Dus sowieso binn
Duitse GmbH → Duitse GmbH met feitelijke leiding in Frankrijk kan buitenlandse belastingplichtige
voor de voordelen die zij in Nederland geniet. Art. 3 lid 1 sub a VPB → bronbeginsel.
→ Moet Nederlands inkomen genieten!
d. Een in Nederland gevestigd fonds voor gemene rekening dat wordt aangemerkt als een
beleggingsfonds als bedoeld in art. 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en waarbij geldt
dat de bewijzen van deelgerechtigdheid in dat fonds uitsluitend kunnen worden vervreemd
aan dat fonds zelf, is binnenlands belastingplichtige in de zin van art. 2 Wet VPB 1969.
Onjuist → Art. 2 lid 4 → Dus voldoet aan het hele artikel, maar dan de laatste zin: De bewijzen van
deelgerechtigdheid worden niet als verhandelbaar aangemerkt indien vervreemding uitsluitend kan
plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening. Hieraan wordt dus niet voldaan en dan dus ook
niet aan die zin daar boven.
Het is dus een besloten fonds, en die is transparant en dan is het dus niet subjectief belastingplichtig.
Het is dus wel een fonds voor gemene rekening, maar niet voor de wet VPB.
2
, Opgave 2
Stichting Leesgraag is 30 jaar geleden opgericht. De toenmalige oprichtster, mevrouw Lees, heeft een
bedrag van € 300.000 in de stichting gestort. In de statuten van Stichting Leesgraag is opgenomen dat
de stichting geen winstoogmerk heeft, hetgeen in overeenstemming is met de feitelijke situatie. De
bedoeling is dat het geld in risicomijdende beleggingen wordt ondergebracht. Het huidige bestuur
heeft gemeend naast deze passieve beleggingsactiviteit met ingang van 2019 een boekhandel in
medische boeken te beginnen. In de streek waar de boekhandel is gevestigd, is geen andere
boekhandel in dit soort boeken actief.
Met de boekenverkoop wordt in 2023 een winst gemaakt van € 38.000. Ook in de voorgaande jaren is
met de verkoop van boeken ongeveer evenveel winst gemaakt.
a. Is Stichting Leesgraag subjectief belastingplichtig?
Is er een onderneming?
- Duurzaam arbeid en kapitaal → Ja
- Deelname aan economisch verkeer → Ja
- Winst streven → Ja, elk jaar 38.000 euro winst, dus structureel winstgevend. Structurele
winst gaan boven de statuten, en kan je gewoon winststreven aannemen.
Juist, art. 2 lid 1 sub e → dan naar art. 2 lid 8 → moet nog steeds een onderneming drijven.
Het feit dat er geen concurrentie is zou kunnen duiden op een concurrentieverstoring en zou de
boekhandel ook als onderneming kunnen kwalificeren, art. 4 VPB. Hier komen we niet aan toe want al
onderneming op basis van bovenstaande. Dus alleen als winstcriteria ontbreekt en aan de rest wel
wordt voldaan dan kom je wel op art. 4. (Ook geen art. 6 vrijstelling, want te veel winst, boven grens)
Met het oog op functiescheiding overweegt Stichting Leesgraag de boekhandel-activiteiten over te
dragen aan een nieuw opgerichte vennootschap, Leesgraag BV, waarvan de stichting alle aandelen
gaat houden.
b. Hoe beoordeelt u de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting van Stichting Leesgraag
na de mogelijke overdracht van de boekhandel-activiteiten? Motiveer uw antwoord.
Stichting Leesgraag is dan geen subjectieve belastingplichtige meer, omdat zij geen onderneming
meer drijft. Het passief beleggen is geen onderneming. Als uitsluitend de aandelen worden
gehouden, is er in beginsel geen sprake van een onderneming. De stichting is dus niet langer
belastingplichtig.
Het houden van aandelen is in beginsel geen onderneming. Maar als de stichting zich kan bemoeien
met de dochtervennootschap dan kan er toch wel een onderneming zijn blijkt uit jurisprudentie.
Uiteindelijk vindt de overdracht geen doorgang. Stel dat de stichting voor de boekhandel gebruik zou
maken van vrijwilligers die hun werk zonder vergoeding verrichten. Een passende beloning,
gebaseerd op het minimumloon zou € 30.000 op jaarbasis bedragen.
c. Geef aan wat het belastbaar bedrag van de stichting voor 2023 is en of de vrijstelling van art.
6 Wet VPB 1969 van toepassing is.
Art. 6 VPB → Winst = 38.000, dus komt boven de 15.000. Ook boven de grens van 75.000 (4 jaar),
want daar komt de stichting ook boven uit.
Art. 9 sub g VPB → is het een ANBI? Nee. Dus kan je er van uitgaan, dat de vrijwilligersaftrek niet van
toepassing is. Belastbaar bedrag is dus 38.000
3
Contents
Werkgroep 1 – Subjectieve belastingplicht........................................................................................ 2
Werkgroep 2 – objectieve belastingplicht ......................................................................................... 5
Werkgroep 3 – Deelnemingen ............................................................................................................ 9
Werkgroep 4 – Fiscale Eenheid......................................................................................................... 13
Werkgroep 5 - Renteaftrek ............................................................................................................... 17
Werkgroep 6 - Fusies en splitsingen ................................................................................................ 19
1
,Werkgroep 1 – Subjectieve belastingplicht
Opgave 1
Geef bij de volgende stellingen aan of deze juist of onjuist zijn en motiveer het antwoord.
a. Een besloten vennootschap, waarvan alle aandelen worden gehouden door een
publiekrechtelijke rechtspersoon, is slechts belastingplichtig voor zover zij een onderneming
drijft.
Onjuist, daar wordt voor een indirecte overheidsonderneming geen uitzondering gemaakt. Een BV is
altijd onbeperkt belastingplichtige, art. 2 lid 2 Wet VPB. Dit is een indirecte overheidslichaam.
b. Een niet in Nederland opgerichte vennootschap die zijn feitelijke leiding verplaatst naar
Nederland wordt daarmee binnenlands belastingplichtige in de zin van art. 2 Wet VPB 1969.
Juist, maar de term vennootschap is niet helemaal zuiver. Is het een lichaam als genoemd in art. 2?
Plus kijken naar art. 1a VPB. Maar is het art. 2 lichaam → alle lichamen uit art. 2 zijn binnenlandse
belastingplichtige voor zover hun vestigingsplaats Nederland is, in de zin van art. 4 lid 1 AWR.
→ Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen
c. Zowel een in Duitsland gevestigde Duitse GmbH als een naar Nederlands recht opgerichte bv,
waarvan de feitelijke leiding in Frankrijk is gevestigd, kunnen belastingplichtig zijn in de zin
van de Wet VPB 1969.
Juist, de Nederlandse BV is een naar Nederlands recht opgerichte BV, dus is per definitie
binnenlandse belastingplichtig. Art. 2 lid 5! Dus sowieso binn
Duitse GmbH → Duitse GmbH met feitelijke leiding in Frankrijk kan buitenlandse belastingplichtige
voor de voordelen die zij in Nederland geniet. Art. 3 lid 1 sub a VPB → bronbeginsel.
→ Moet Nederlands inkomen genieten!
d. Een in Nederland gevestigd fonds voor gemene rekening dat wordt aangemerkt als een
beleggingsfonds als bedoeld in art. 1:1 van de Wet op het financieel toezicht en waarbij geldt
dat de bewijzen van deelgerechtigdheid in dat fonds uitsluitend kunnen worden vervreemd
aan dat fonds zelf, is binnenlands belastingplichtige in de zin van art. 2 Wet VPB 1969.
Onjuist → Art. 2 lid 4 → Dus voldoet aan het hele artikel, maar dan de laatste zin: De bewijzen van
deelgerechtigdheid worden niet als verhandelbaar aangemerkt indien vervreemding uitsluitend kan
plaatsvinden aan het fonds voor gemene rekening. Hieraan wordt dus niet voldaan en dan dus ook
niet aan die zin daar boven.
Het is dus een besloten fonds, en die is transparant en dan is het dus niet subjectief belastingplichtig.
Het is dus wel een fonds voor gemene rekening, maar niet voor de wet VPB.
2
, Opgave 2
Stichting Leesgraag is 30 jaar geleden opgericht. De toenmalige oprichtster, mevrouw Lees, heeft een
bedrag van € 300.000 in de stichting gestort. In de statuten van Stichting Leesgraag is opgenomen dat
de stichting geen winstoogmerk heeft, hetgeen in overeenstemming is met de feitelijke situatie. De
bedoeling is dat het geld in risicomijdende beleggingen wordt ondergebracht. Het huidige bestuur
heeft gemeend naast deze passieve beleggingsactiviteit met ingang van 2019 een boekhandel in
medische boeken te beginnen. In de streek waar de boekhandel is gevestigd, is geen andere
boekhandel in dit soort boeken actief.
Met de boekenverkoop wordt in 2023 een winst gemaakt van € 38.000. Ook in de voorgaande jaren is
met de verkoop van boeken ongeveer evenveel winst gemaakt.
a. Is Stichting Leesgraag subjectief belastingplichtig?
Is er een onderneming?
- Duurzaam arbeid en kapitaal → Ja
- Deelname aan economisch verkeer → Ja
- Winst streven → Ja, elk jaar 38.000 euro winst, dus structureel winstgevend. Structurele
winst gaan boven de statuten, en kan je gewoon winststreven aannemen.
Juist, art. 2 lid 1 sub e → dan naar art. 2 lid 8 → moet nog steeds een onderneming drijven.
Het feit dat er geen concurrentie is zou kunnen duiden op een concurrentieverstoring en zou de
boekhandel ook als onderneming kunnen kwalificeren, art. 4 VPB. Hier komen we niet aan toe want al
onderneming op basis van bovenstaande. Dus alleen als winstcriteria ontbreekt en aan de rest wel
wordt voldaan dan kom je wel op art. 4. (Ook geen art. 6 vrijstelling, want te veel winst, boven grens)
Met het oog op functiescheiding overweegt Stichting Leesgraag de boekhandel-activiteiten over te
dragen aan een nieuw opgerichte vennootschap, Leesgraag BV, waarvan de stichting alle aandelen
gaat houden.
b. Hoe beoordeelt u de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting van Stichting Leesgraag
na de mogelijke overdracht van de boekhandel-activiteiten? Motiveer uw antwoord.
Stichting Leesgraag is dan geen subjectieve belastingplichtige meer, omdat zij geen onderneming
meer drijft. Het passief beleggen is geen onderneming. Als uitsluitend de aandelen worden
gehouden, is er in beginsel geen sprake van een onderneming. De stichting is dus niet langer
belastingplichtig.
Het houden van aandelen is in beginsel geen onderneming. Maar als de stichting zich kan bemoeien
met de dochtervennootschap dan kan er toch wel een onderneming zijn blijkt uit jurisprudentie.
Uiteindelijk vindt de overdracht geen doorgang. Stel dat de stichting voor de boekhandel gebruik zou
maken van vrijwilligers die hun werk zonder vergoeding verrichten. Een passende beloning,
gebaseerd op het minimumloon zou € 30.000 op jaarbasis bedragen.
c. Geef aan wat het belastbaar bedrag van de stichting voor 2023 is en of de vrijstelling van art.
6 Wet VPB 1969 van toepassing is.
Art. 6 VPB → Winst = 38.000, dus komt boven de 15.000. Ook boven de grens van 75.000 (4 jaar),
want daar komt de stichting ook boven uit.
Art. 9 sub g VPB → is het een ANBI? Nee. Dus kan je er van uitgaan, dat de vrijwilligersaftrek niet van
toepassing is. Belastbaar bedrag is dus 38.000
3