Gedurende mijn praktijkleerperiode op afdeling E3VA zal ik mij ontwikkelen tot beginnend beroepsbeoefenaar.
Het indiceren van preventieve zorg maakt hier deel van uit. Met het maken van deze module zal ik aantonen
dat ik alle stappen voor het indiceren van preventieve zorg beheers op het eindniveau van de opleiding HBO-
verpleegkunde, aan de Hanzehogeschool Groningen.
Om invulling te geven aan deze module, is er voor gekozen om gebruik te maken van het model van Rosendal.
Het model van Rosendal is een 11-stappenmodel waarmee de verpleegkundige de zorg onderbouwd en
transparant geïndiceerd kan worden. Het model van Rosendal ondersteund de verpleegkundige bij het
systematisch en zorgvuldig doorlopen van het verpleegkundig proces, waarbij de zorgvrager centraal staat
(Rosendal & Van Dorst, 2019). De hoofdstukken in deze module zijn opgebouwd aan de hand van de 11
stappen uit het model van Rosendal.
Voor de uitwerking van deze module is gekozen voor de casuïstiek van patiënt R. Ik ben zelf actief betrokken
geweest bij het zorgproces van deze patiënt.
Patiënt R is na maandenlange IC-opnames opgenomen op afdeling E3VA van het Universitair Medisch Centrum
Groningen (UMCG). Door maandenlang in bed te hebben gelegen en niet gemobiliseerd te hebben, heeft dhr.
decubituswonden van graad III en graad IV ontwikkeld. Daarnaast is dhr. ernstig verzwakt geraakt. Dhr. is niet
meer in staat om zijn benen te bewegen. Het bewegen van de armen gaat minimaal, dhr. heeft geen
beweegfunctie in de handen.
Op afdeling E3VA is het van belang dat dhr. zal starten met mobiliseren. Middels het mobiliseren zal dhr. fysiek
aansterken. Daarnaast is mobilisatie van belang bij de genezing van de bestaande decubituswonden en het
voorkomen van nieuwe decubituswonden (MediReva, 2017). Echter wil patiënt R niet mobiliseren.
Middels de module ‘werken aan gezondheid’ zal preventieve zorg worden geïndiceerd aan de hand van het
model van Rosendal. In stap 1 van het model van Rosendal wordt beschreven hoe het vertrouwen tussen de
verpleegkundige en de patiënt en diens naasten wordt opgebouwd. Stap 2 bestaat uit de anamnese, die aan de
hand van de gezondheidspatronen van Gordon is uitgewerkt. In stap 3 worden alle factoren, die een (mogelijk)
probleem veroorzaken, geanalyseerd. Dit wordt gedaan aan de hand van het ASE-model.
Stap 4 bevat alle mogelijke diagnoses. In stap 5 wordt de zelfredzaamheid van patiënt R in kaart gebracht. Stap
6 en 7 bestaan uit het prioriteren van de gestelde diagnoses en het opstellen van passende verpleegkundige
zorgresultaten en -interventies. Het toelichten van de betrokken zorgprofessionals in deze casus wordt gedaan
in stap 8. Daarna vindt in stap 9 de start van het zorgplan plaats. In stap 10 van het model van Rosendal wordt
de geleverde zorg geëvalueerd aan de hand van proces- en productvragen.
, 1. Stap 1: vertrouwen opbouwen
De eerste stap van het model van Rosendal bestaat uit het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen de
zorgprofessional, de zorgvrager en diens naasten. Het opbouwen van een vertrouwensrelatie is van belang om
aansluiting te vinden bij de belevingswereld van de zorgvrager. Pas wanneer er aansluiting gevonden wordt bij
de belevingswereld van de zorgvrager, kan de zorgverlener verbetering in de kwaliteit van leven van de
zorgvrager bewerkstelligen. Het op maat maken van de zorgverlening wordt vergemakkelijkt wanneer de
zorgvrager aansluiting vindt bij de belevingswereld van de zorgvrager.
Een goede vertrouwensrelatie tussen de zorgprofessional en de zorgvrager is van belang om gedurende het
behandelingsproces relevante informatie in te winnen over de zorgvrager. Hoe groter het vertrouwen in de
zorgprofessional, hoe meer (gevoelige) informatie de zorgvrager mogelijk verstrekt.
Een goede vertrouwensrelatie kan ook bijdragen aan het behouden van de eigen regie van de zorgvrager.
Wanneer het gaat om het stellen van vragen aan de arts, ervaren zorgvragers soms schaamte en/of angst om
dom gevonden te worden. Bij velen heerst de opvatting dat de zorgvrager geen kritische vragen hoort te stellen
aan de zorgprofessional. De zorgprofessional heeft immers altijd gelijk. Wanneer de zorgprofessional zorgt voor
een goede vertrouwensrelatie tussen hem en de zorgvrager en diens naasten, wordt het voor de zorgvrager
gemakkelijker om dergelijke vragen te stellen en de eigen regie te behouden.
Wanneer de vertrouwensrelatie onvoldoende is opgebouwd bestaat het gevaar dat de behandeling vroegtijdig
wordt afgebroken door de zorgvrager (GGZ Standaarden, 2021).
In de casus van patiënt R was het opbouwen van vertrouwen bemoeilijkt in verband met de lichte taalbarrière.
Dhr. R kan Nederlands verstaan, maar spreekt zelf Duits of Engels. Dhr. kon gedurende de opname erg
humeurig overkomen. Met name wanneer er gesproken werd over het mobiliseren, werd dhr. boos. Om in een
casus als deze vertrouwen op te bouwen is het van belang niet enkel te praten over de reden van opname of
het moeten mobiliseren, maar ook social talk toe te passen. Het toepassen van social talk kan helpen bij het
voeren van luchtige gesprekken. Het voeren van zulke gesprekken kan bijdragen aan het vergroten van de
vertrouwensrelatie tussen de patiënt en de verpleegkundige.
2. Stap 2: Anamnese
Wanneer er een vertrouwensrelatie is opgebouwd tussen de zorgprofessional en de zorgvrager en diens
naasten, kan het anamnese gesprek worden gevoerd. Middels het anamnese gesprek worden er relevante
, patiëntgegevens verzameld. De verzamelde gegevens worden geordend middels de gezondheidspatronen van
Gordon, waarna de gegevens worden vastgelegd.
Op basis van de verzamelde gegevens wordt er bepaald welke verpleegkundige zorg moet worden ingezet
(Wilkinson, Nieweg & Paans, 2016).
2.1. Casus beschrijving
Patiëntgegevens
Naam: dhr. R
Leeftijd: 67 jaar
Woonplaats:
Reden van opname
Dhr. is opgenomen met koorts, door onbekende oorzaak. Na een aantal onderzoeken blijkt dat
dhr. R een gecompliceerde urineweginfectie heeft, als gevolg van zijn verblijfskatheter. Daarnaast
heeft hij een SARS-CoV-2-infectie en uitgebreide decubituswonden graad III en IV.
Voorgeschiedenis
Dhr. is op 03-02-2022 overgekomen naar Nederland vanuit de Intensive Care (IC) in Brescia, Italië.
In Nederland is dhr. R op de IC van het UMCG opgenomen. Dhr. heeft tijdens zijn vakantie in Italië
een myocardinfarct gehad, wat volgde door een ventrikelseptumruptuur. Hiervoor heeft dhr. R vier
maanden op de IC in Brescia gelegen. Gedurende deze opname is dhr. niet uit bed geweest,
waardoor dhr. ernstig verzwakt is en uitgebreide decubituswonden heeft ontwikkeld. Dhr. is niet
meer in staat om zijn benen te bewegen. Het bewegen van de armen gaat minimaal, dhr. heeft
geen beweegfunctie in de handen. Op de IC in het UMCG is dhr. verder geobserveerd. Toen bleek
dat dhr. stabiel was, werd dhr. R overgeplaatst naar een verpleegafdeling van het UMCG. Na
verder aansterken is dhr. naar een verpleeghuis in Oldwolde gegaan.
2021 Ventrikelseptumruptuur als gevolg van een myocardinfarct.
2021 Hemorragische shock
2021 Septische shock o.b.v. Pseudomonas Aeruginosa urosepsis met abcessen bij de milt
2022 virale encefalitis
2022 bilaterale pneumonie o.b.v. E.faevium
Medicatie
Acetylsalicylzuur 80 mg, 1x daags
Bisoprolol 5mg, 1x daags
Clopidogrel 75mg, 1x daags
Macrogol/elektrolyten naturel (MOVICOLON), 3x per dag 1 sachet
Oxycodon RETARD 5mg, 2x daags
Oxycodon 5mg, zo nodig 6x daags (bij ernstige pijn)
Paracetamol 1000mg, 4x daags
Polystyreensulfonaat 15 gr, 3x daags gedurende 7 dagen
Nutrison Protein Plus Multi Fibre, continu 0-84 ml/uur (per maagsonde)
Contra-indicatie/allergieën
Amoxicilline
Intoxicatie
Dhr. R rookte voorheen 10 sigaretten per dag. Nu niet meer. Dhr. gebruikt ook geen
nicotinepleister.