. Geef je kennis en vakmanschap door
1
1
2. Opleiden doe je samen 2
3. Wat je moet weten over het onderwijs 4
4. Wie is de leerling? 10
5. Goede communicatie 11
6. Didactische vaardigheden 22
7. Opleiden in de praktijk 27
8. Een aantrekkelijk leerbedrijf zijn 36
1. Geef je kennis en vakmanschap door
1.1 Kerntaken van een leermeester
erntaak 1: Organiseert het leerproces van de deelnemer in de praktijk
K
Werkprocessen:
- 1.1 Voert met de deelnemer het selectiegesprek
- 1.2 Maakt een inwerkprogramma
- 1.3 Stelt de beginsituatie en leerbehoefte van de deelnemer vast
- 1.4 Bepaalt in overleg met de deelnemer de leeractiviteiten
- 1.5 Stekt een praktijkleerplan op
- 1.6 Onderhoudt contacten met de praktijkbegeleider en de opleidingsadviseur
erntaak 2: Leidt de deelnemer op in de praktijk
K
Werkprocessen:
- 2.1 Leidt de deelnemer op de werkvloer op
- 2.2 Bewaakt en stuurt het leerproces van de deelnemer
- 2.3 Voert begeleidings- en voortgangsgesprekken met de deelnemer
- 2.4 Beoordeelt de voortgang in het leerproces van de deelnemer
- 2.5 Evalueert de bpv-periode
erntaken: Taken die in een bepaald beroep steedsweer terugkomen en die een
K
medewerker zelfstandig moet kunnen uitvoeren. Een kerntaak bestaat uit verschillende
handelingen; de werkprocessen.
erkprocessen:De verschillende handelingen om eenkerntaak uit te voeren. Om een
W
werkproces goed uit te kunnen voeren moet je over een aantal competenties beschikken.
ompetentie:De combinatie van de juiste kennis, vaardighedenen beroepshouding om
C
handelingen goed te kunnen verrichten.
aast dewerkprocessenworden door de SBBcompetentiesbeschreven welke een
N
leermeester moet beheersen.
Deze competenties moet een leermeester beheren:
1
, - ansturen
A
- Begeleiden
- Beslissen en activiteiten initiëren
- Instructies en procedures volgen
- Leren
- Op de behoeften en verwachtingen van de ‘deelnemer’ richten
- Plannen en organiseren
- Samenwerken en overleggen
- Vakdeskundigheid toepassen
2. Opleiden doe je samen
In 2009 is hetbpv-protocoolopgesteld om de kwaliteitvan stages te waarborgen. Dit is
opgericht door de MBO raad.
pv-protocool:Een van de instrumenten die bijdraagtaan een goede
B
beroepspraktijkvorming.
Bijvoorbeeld door duidelijkheid te geven over de rolverdeling tijdens de bpv-periode en de
verantwoordelijkheden van de student, school of leerbedrijf.
Met de volgendeorganisatiesheb je te maken als jeeen student opleid:
- SBB
- Scholen in de regio
- SVH
- Regionale samenwerkingsverbanden
- Beroepsverenigingen zoals het Koksgilde
De voordelen van samenwerken:
- Bpv-periodes verlopen prettig door goed contact. Hierdoor wordt het plaatsen van
leerlingen en stagiaires makkelijker.
- Verwachtingen rondom bpv-periodes kunnen op elkaar afgestemd worden
- Actualiteiten en trends in de branche kunnen sneller vertaald worden naar het
onderwijs.
- De begeleiding van leerlingen en stagiaires verbetert. Hierdoor neemt de
vakbekwaamheid van de nieuwe horecamedewerker toe.
2.1 SBB: Samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven
BB:Het platform voor aansluiting van het beroepsonderwijsop de arbeidsmarkt. Zij voeren
S
wettelijke taken uit zoals het erkennen van leerbedrijven. Dit doen ze niet alleen voor de
horeca, maar ook voor andere beroepen.
Wanneer heb je als leerbedrijf eenSBB-erkenningnodig:
- Als je werkt met een leerling of stagiaires van eenmbo-opleiding
- Wanneer er een student uit hetvoortgezet speciaal onderwijsvoor een
bpv-periode bij jouw leerbedrijf komt
2
, - anneer een student uit hetpraktijkonderwijsvoor een bpv-periode bij jouw
W
leerbedrijf komt.
- Wanneer je eenvmbo-leerlingeen leerwerktraject aanbiedt.
Om studenten te mogen opleiden, moet het bedrijf aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Het bedrijf moet een goede en veilige werkplek aanbieden die aansluit bij de
opleiding van de student.
- Een student moet de werkzaamheden kunnen beoefenen voor het beroep waarvoor
hij in opleiding is, met de werkprocessen die daarbij horen.
- Binnen een erkend leerbedrijf moet een praktijkopleider aanwezig zijn. In de horeca
is de praktijkopleider een SVH leermeester. De leermeester maakt tijd, ruimte en
middelen vrij om studenten zijn taken te laten uitvoeren. En om de studenten te
coachen en begeleiden.
- De leermeester werkt samen met de school van de student, SBB en andere partijen
waarmee de student te maken heeft om zijn opleiding succesvol te kunnen afronden.
- Daarnaast moet het leerbedrijf akkoord gaan met het vermelden van de
bedrijfsgegevens op de websitewww.stagemarkt.nl.Dit is de website waar studenten
een leerwerkplek zoeken.
enaanvraagvoor een erkenning kun je doen bij deadviseur praktijkleren van SBB in jouw
E
regio. Op de website vind je het aanvraagformulier.
tagemarkt.nl:Hier kunnen studenten een actueel overzichtvinden van stageplaatsen en
S
leerbanen. Daarnaast kunnen studenten hier vinden:
- Tips voor het maken van een cv of sollicitatiebrief
- Informatie om hun bpv-periode zo goed mogelijk te laten verlopen.
2.2 Scholen in de regio
- r zijn in NL ruim 40 regionale opleidingscentra, dit wordt eenrocgenoemd.Roc’s
E
hebben een breed aanbod van opleidingen voor verschillende beroepssectoren.
- Daarnaast zijn er ookvakscholen. Deze verzorgen opleidingenvoor een specifiek
beroepenveld.
- Ook zijn erparticuliere instellingendie mbo-opleidingenvoor horeca aanbieden.
- Deze opleidingscentra in het mbo vallen allemaal onder eenkoepelorganisatie:
MBO raad.
- r zijn in ons land ongeveer 485 000 mbo-studenten. Driekwart volgt de
E
beroepsopleidende leerweg (bol)en een kwart van destudenten volgt de
beroepsbegeleidende leerweg (bbl).
- oor een optimale samenwerking tussen het leerbedrijf en opleiding is wederzijdse
V
bereikbaarheid een vereiste. Scholen stellen vaak een docent aan die zich
bezighoudt met het begeleiden van leerlingen in de beroepspraktijk.
- Debpv-begeleider(bpv-docent) is tijdens de bpv heteerste aanspreekpunt voor de
leerling en het leerbedrijf.
- Het leerbedrijf kan bij calamiteiten of klachten contact opnemen met de
bpv-begeleider.
3
, - e bpv-begeleider bezoekt het bedrijf tenminste één keer per bpv-periode. Tijdens dit
D
bezoek spreekt hij met de student en de praktijkopleider over de voortgang.
- De bpv-begeleider kan een rol hebben in debeoordeling.
2.3 Samenwerken met andere partijen
VH: Stichting Vakbekwaamheid Horeca, heeft als kerndoelom de vakbekwaamheid in de
S
horecasector te vergroten. SVH is ook de exameninstantie in Nederland waar je examens
doet voor het behalen van vakbekwaamheid diploma's voor de horeca.SVHwaarborgt
kennis door het afnemen van examens en geeft inzicht in het opleidingsaanbod in de
horeca.
KHN:Koninklijke Horeca Nederland is de brancheverenigingvoor de horeca.
- Informatie over personeelszaken
- Trainingen voor leden
3. Wat je moet weten over het onderwijs
3.1 Praktijkonderwijs
Een leerling diepraktijkonderwijsgaat volgend:
- stroomt meestal vanuit (speciaal) basisonderwijs door naar het praktijkonderwijs.
- Praktijkonderwijs is voortgezet onderwijs en duurt meestal vijf jaar.
- Leerlingen in het praktijkonderwijs zijn tussen de 12 en 18 jaar oud en volgen een
eigen pakket aan theorie- en praktijkvakken.
- Het IQ van de praktijkschoolleerling ligt tussen 55 en 80.
- De leerling heeft een leerachterstand van drie jaar of meer ten opzichte van
leeftijdsgenoten.
- De leerling loopt stage om zich voor te bereiden op werk.
- Leerlingen kunnen ook diploma’s voor branche-opleidingen behalen.
- Na praktijkonderwijs gaat een groot deel van de leerlingen aan het werk.
- Een deel van de leerlingen stroomt door naar het mbo.
3.2 Vmbo
en groot deel van de basisschoolkinderen stroomt na de basisschool door naar het
E
voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo).
- Bij start zijn de leerlingen rond de 12 jaar oud
- Het vmbo duurt vier jaar en is verdeeld in vier leerwegen:
1. Basisberoepsgerichte leerweg
2. Kaderberoepsgerichte leerweg
3. Gemengde leerweg
4. Theoretische leerweg
De leerwegen verschillen van elkaar inopleidingsniveau;van heel praktisch tot vooral
theoretisch.
- Aan het einde van het tweede leerjaar maken leerlingen een keuze voor een
leerweg. Ook kiezen ze een profiel, bijvoorbeeld horeca, bakkerij en recreatie.
4