Orthopedagogiek l SPO Groningen
Samenvatting tentamenliteratuur leer- en
onderwijsproblemen
Taalontwikkeling en
begrijpend lezen
Artikel: Profiles of children with specific reading comprehension difficulties (Cain & Oakhill,
2006).
Artikel: Why reading comprehension fails: Insights from development disorders (Nation &
Norbury, 2005).
Artikel: Why poor children are more likely to become poor readers (Buckingham, Wheldall
& Beaman-Wheldall, 2013).
Boek: Handboek Diagnostiek in de leerlingenbegeleiding (Verschueren & Koomen, versie
oud).
- Hoofdstuk 4: Begrijpend Lezen (Leseman & Hamers, 2007).
Boek: Interventie bij onderwijsleerproblemen (De Jong & Koomen, 2011).
- Hoofdstuk 2: Begrijpend Lezen (de Jong).
- Hoofdstuk 5: Taal en beginnende geletterdheid (Verhoeven & Segers).
- Hoofdstuk 7: Werkgeheugen (Leseman).
Boek: Handboek Diagnostiek in de leerlingenbegeleiding (Verschueren & Koomen, versie
nieuw)
- Hoofdstuk 4 (p. 93-108): Taalontwikkeling en taalproblemen (Van Weerdenburg &
Van Hell, 2017).
1
,Leer- en onderwijsproblemen l Taalontwikkeling en begrijpend lezen l College 7 en 8 l Pre-master
Orthopedagogiek l SPO Groningen
Artikel: Profiles of children with specific reading
comprehension difficulties (Cain & Oakhill, 2006).
Samenvatting.
Kinderen die vloeiend en accuraat kunnen lezen, maar een zwak tekstbegrip hebbe, hebben vaak
moeite met een breed aantal lees-gerelateerde taken.
Inleiding.
Tekstbegrip is gebaseerd op veel verschillende taalvaardigheden. Deze omvatten lexicale
vaardigheden op lager niveau (bijv. lezen van woorden en kennis van woordenschat), vaardigheden
op zinsniveau (bijv. kennis van de grammaticale structuur) en vaardigheden op het gebied van
tekstverwerking (bijv. inferentiegeneratie, begripsbewaking en werkgeheugen capaciteit).
Vaardigheden op hoger niveau houden verband met het begrijpen van tekst (=tekstbegrip), omdat
dit de lezer in staat stelt de noodzakelijke integratieve en inferentiële koppelingen te maken om een
op betekenis gebaseerde weergave van de tekst te construeren.
Efficiënte lexicale vaardigheden op lager niveau vergemakkelijken het begrijpend lezen, doordat er
meer middelen kunnen worden besteed aan processen op hoger niveau. Er is dus een relatie tussen
hogere en lagere vaardigheden en tekstbegrip.
Longitudinale onderzoeken hebben aangetoond dat vocabulaire en werkgeheugen, woordlezen,
grammaticale bewustzijn en vocabulaire verband houden met het later goed kunnen begrijpend
lezen. Er zijn veel taalfactoren die causaal verband kunnen houden met lezen op begripsniveau en de
ontwikkeling van deze vaardigheid.
Er zijn 4 verschillende manieren waarop een vaardigheid kan worden gerelateerd aan begrijpend
vermogen:
1. Als voorwaarde voor begrijpend lezen.
2. Als een facilitator.
3. Als gevolg.
4. Als incidentele correlatie.
Zwakke begrijpers hebben niet allemaal dezelfde beperkingen in vaardigheden. Er zouden subtypen
kunnen zijn van zwakke begrijpers met verschillende beperkingen.
Doel van de studie.
Er zijn 3 centrale problemen die voortvloeien uit het werk van Cornoldi, Nation en collega’s:
1. Variaties in taal en cognitieve vaardigheden bij kinderen met slechte begrijpend lezen
vaardigheden (zwakke begrijpers): De onderzoekers vonden verschillende patronen van
vaardigheidssterkte en -zwakte bij hun zwakke begrijpers tussen de 11 en 13 jaar.
2. Relaties tussen verbale en vocabulaire vaardigheden en alfabetisering bij zwakke begrijpers:
Nation et al. Vond geen verband tussen algemene cognitieve vaardigheden en de ernst van
het begripstekort dat wordt veroorzaakt door slechte begrijpers.
3. Blijvende en educatieve implicaties van zwak tekstbegrip: Cornoldi et al. Toonden aan dat
circa 40% van de mensen met een begripsprobleem na 11 jaar geen aanhoudende ernstige
tekorten meer heeft.
2
, Leer- en onderwijsproblemen l Taalontwikkeling en begrijpend lezen l College 7 en 8 l Pre-master
Orthopedagogiek l SPO Groningen
Methode.
Participanten.
De deelnemers bestonden uit een groep van 102 kinderen (63 meisjes, 39 jongens) van 7 a 8 jaar
oud. Ze waren afkomstig uit 17 klassen uit 6 verschillende scholen uit de midden- en lagere
middenklasse.
Nauwkeurigheid van het lezen van woorden en begrijpend lezen werden beoordeeld met de Neale
analyse van leesvaardigheid (herziene Britse editie). Er werden 2 groepen kinderen (goede en slechte
begrijpers) geselecteerd op de volgende criteria:
Kinderen die op de Neale toets een nauwkeurigheidsscore hadden dat duidde op een
resultaat van 6 maanden onder of 12 maanden boven hun chronologische leeftijd, werden
uitgesloten.
De goede begrijpers hadden een Neale begrijpend lezen score die op of boven hun
voorspellende score lag.
De slechte begrijpers waren de overgebleven kinderen met een verschil van 12 maanden of
meer tussen hun chronologische leeftijd en hun leesvaardigheidsleeftijd, en ook tussen hun
woordleesnauwkeurigheid en begripsleeftijd.
De deelnemersgroep bestond uiteindelijk uit een groep van 23 kinderen. De groep goede begrijpers
bestond uit 13 meisjes en 10 jongens, de groep slechte begrijpers uit 15 meisjes en 8 jongens.
Aanvullende beoordelingen: Tijd 1.
Een aantal lees- en leesgerelateerde vaardigheden werden gemeten meg behulp van
gestandaardiseerde beoordelingen en eigen experimentele metingen.
De test meet de volgende onderdelen:
Woordenschat kennis: er zijn 2 beoordeling van de vocabulaire-kennis gemaakt.
Zichtwoordenschat werd beoordeeld met de Gates-MacGinitie Test. Het receptieve
vocabulaire werd beoordeeld met de British Picture Vocavulary Scales.
Geheugen: 2 beoordelingen van het werkgeheugen, waarvan 1 een luisteropdracht en de
ander een cijferleestaak.
Kennis van syntaxis: de Test for Reception of Grammar werd gebruikt om de kennis van
kinderen over syntaxis te meten.
Algemene intellectuele vaardigheid: WISC-lll is gebruikt om een schatting van verbale en non-
verbale intelligentie te maken.
Specifieke begripsvaardigheden: Begripsbewaking, gevolgtrekking en integratievaardigheid,
en kennis over de verhaalstructuur.
De uitkomstmaten zijn genomen toen de kinderen 10 a 11 jaar oud waren.
Resultaten.
De betrouwbaarheid van dit onderzoek had een Cronbach’s alpha waarde van 0,24. Dit doelde op
een gemiddeld effect.
Vaardigheden die goede en slechte begrijpers onderscheiden op tijdstip
1.
De groep verschilden op meerdere begrijpend lezen gerelateerde vaardigheden, namelijk:
Verbaal werkgeheugen,.
Vermogen om verhalen te structureren
Kennis over het doel van de titel
Gevolgtrekking
Integratie
Begripsbewaking (checken of je alles goed begrepen hebt).
3