Sutdent Simone
Groep
Cursuscode
Docent
Inleverdatum
Versie
Woorden 2714
,Inhoudsopgave
1. FOCUS........................................................................................................................................................ 2
1.1 CASUS............................................................................................................................................................ 2
1.2 MORELE INTERVENTIES EN EIGEN HANDELEN..........................................................................................................2
1.3 MORELE VRAAG...............................................................................................................................................2
2. ONDERZOEKSFASE...................................................................................................................................... 3
2.1 FACTOREN OP MESO- EN MACRONIVEAU...............................................................................................................3
2.2 NORMATIEVE PROFESSIONALISERING.....................................................................................................................5
3. DIALOOG................................................................................................................................................... 6
3.1 PERSPECTIEVEN COLLEGA’S.................................................................................................................................6
3.2 PERSPECTIEVEN MEDESTUDENTEN........................................................................................................................6
3.3 EIGEN OPVATTINGEN VANUIT DE DIALOOG..............................................................................................................6
3.4 EIGEN BIJDRAGEN.............................................................................................................................................6
4. VERANDERING........................................................................................................................................... 8
4.1 BEANTWOORDING MORELE VRAAG.......................................................................................................................8
4.2 INZICHTEN GOEDE ZORG.....................................................................................................................................8
4.3 VOORSTEL NORMATIEVE ONTWIKKELING VAN DE VERPLEEGKUNDIGE BEROEPSGROEP......................................................8
5. REFERENTIELIJST........................................................................................................................................ 9
BIJLAGE 1 INTERVISIEPLAN........................................................................................................................... 11
BIJLAGE 2 FEEDBACKFORMULIEREN GESPREKSLEIDER 2X..............................................................................13
BIJLAGE 3 FEEDBACKFORMULIER DEELNEMER 2X.........................................................................................14
BIJLAGE 4 FEEDBACK PROFESSIONAL............................................................................................................ 14
BIJLAGE 5 UITGEWERKT REFLECTIEVERSLAG................................................................................................. 15
STAP 1: SITUATIE BESCHRIJVEN..................................................................................................................... 16
STAP 3: ONDERZOEKEN............................................................................................................................... 16
STAP 4: ALTERNATIEVEN FORMULEREN......................................................................................................... 18
STAP 5: VERANDERING................................................................................................................................. 18
REFERENTIE................................................................................................................................................. 18
1
, 1. Focus
1.1 Casus
Ik werk op de afdeling kort verblijf, waar patiënten voornamelijk zelfstandig zijn en slechts één dag of
nacht worden opgenomen. Hierdoor ontbreken transferhulpmiddelen en vrijheid beperkende
interventies, zoals bewegingssensors.
Tijdens een avonddienst krijg ik een overname vanuit het ziekenhuis in Utrecht. Een week geleden is
mevrouw na een operatie bij ons overgeplaatst naar Utrecht. Nu is zij retour voor het plaatsen van
een totale heupprothese (THP) links. Volgens de overdracht mobiliseert mevrouw met een sara stedy
en is zij onder andere bekend met een delier en gehoorverlies. Bij binnenkomst hallucineert
mevrouw. Vanwege het delier en hallucinaties onderneem ik delierpreventieve maatregelen, zoals
het bed tegen de muur en een nachtlampje aan. Daarbij bevordert stimulering van het dag- en
nachtritme de slaap, wat risico op een delier verkleint (Eizenga et al., 2020).
Mevrouw ligt aan het eind van de gang op een eenpersoonskamer. Aangezien de juiste hulpmiddelen
ontbreken kan bij onrust vanuit het delier, de nachtdienst haar veiligheid niet waarborgen. Het risico
hierop is hoog door veranderende omgeving, recente operatie, gehoorverlies, pijn en opiatengebruik
(Eizenga et al., 2020).
1.2 Morele interventies en eigen handelen
Voor mij zijn (kern)waarden als kwaliteit van zorg en patiëntgerichtheid ontzettend belangrijk. Ik wil
dat stukje extra aan patiënten bieden, zodat zij, voor zover mogelijk, de opnamen als prettig ervaren.
Dat zij zich gezien en gehoord voelen, vanuit een evidence based practice (EBP) werkwijze. Ik vind het
geen probleem om harder of langer daarvoor te moeten werken. Zolang ik voor mijn gevoel alles
daartoe heb ondernomen.
Vanuit de casus sluiten waarden als veiligheid en (psychisch) welzijn aan bij deze kernwaarden. Als
norm wil ik de slaap bevorderen door het stimuleren van het dag- en nachtritme en het beleid volgen
vanuit de overdracht. Daarvoor is een transferhulpmiddel noodzakelijk. Bij onze afdeling ontbreekt
dit, maar op de geriatrie zijn deze wel aanwezig. Echter zijn deze op dit uur vaak in gebruik. Daarbij is
onze werkdruk hoog en kan ik lastig mijn collega alleen op de afdeling achterlaten. Ik ondervind een
dilemma. Ik maak mij zorgen om mevrouw als kwetsbare ouder. Kwaliteit van zorg en
patiëntgerichtheid vind ik belangrijk, maar om dit te bewerkstelligen kom ik tijd of hulpmiddelen te
kort. Vraag ik mijn collega om hulp om zonder transferhulpmiddel mevrouw te mobiliseren of leen ik
dit van de geriatrie, waardoor mijn werkdruk toeneemt en collega alleen achterblijft? Ik besluit vanuit
mijn kernwaarden contact op te nemen met de geriatrie om een transferhulpmiddel te lenen.
1.3 Morele vraag
De morele vraag die hieruit voortvloeit is:
“Mogen wij kwetsbare ouderen mobiliseren zonder passend transferhulpmiddel, terwijl de kwaliteit
van zorg hieronder leidt?”
2