Literatuur week 1 – Inleiding en uitgangspunten
Theoretische perspectieven
Tweesporenstelsel
Vrije wil
Verplichte studiestof
F.W. Bleichrodt & P.C. Vegter, Sanctierecht, Kluwer, 2021, hoofdstuk 1 en
par. 2.4.1.
S. Ligthart & J. Waal, ‘Normering van het risicostrafrecht: Over retributie en
het "Quarantaine model"’, Delikt & Delinkwent 2022/47.
J. Greene & J. Cohen, ‘For the law, neuroscience changes nothing and
everything’, Phil. Trans. R. Soc. Lond. B 2004, 359, 1775-1785, DOI:
10.1098/rstb.2004.1546.
F. de Jong, ‘Het mensbeeld van het risicostrafrecht’, DD 2021/53.
Tevreden? Laat dan graag een review achter op mijn Stuvia! 😊
Ontwikkeling van het sanctiestelsel vanaf 1800
In 1764 verscheen het stuk van Beccaria (dei delitti et delle pene) (over
misdaden en straffen). Beccaria verzet zich in zijn werk tegen de willekeur en
wreedheid van de strafpraktijk onder het Ancien Regime, waarin in het openbaar
het lichaam van de veroordeelde als object van straffen werd gebruikt. Beccaria
was hiertegen! In deze tijd was er een gebrek aan straftoemetingsregels,
waardoor de rechter een grote mate van vrijheid had om de straf te bepalen.
Beccaria wilde een strafrechtspleging die gebaseerd is op rationele beginselen,
zoals het gelijkheidsbeginsel, legaliteitsbeginsel en de beginselen van
proportionaliteit en subsidiariteit de straffen zouden voorafgaand aan het
delict moeten worden bepaald, zodat de straftoemetingsvrijheid aan de rechter
zou worden ontnomen.
De ideeën van Beccaria werden vervolgens eind 18 e en begin 19e eeuw onder
invloed van de idealen van de Verlichting in de wetboeken als zodanig
opgenomen. In de Franse Code Pénal van 1791 was de rechter slechts degene die
de door de wetgever bepaalde straf uitsprak.
In 1809 werd er in Nederland gewerkt aan een codificatie van het strafrecht en
kwam het Crimineel Wetboek voor het Koninkrijk Holland. Dit wetboek was
geïnspireerd op de Verlichtingsidealen, maar had ook een eigen karakter. De
Nederlandse wetgever had vertrouwen in de wijze waarop de rechter van
discretionaire bevoegdheden gebruik zou maken en kreeg een ruime
straftoemetingsvrijheid (met beperkingen). Het wetboek kende wel twee
doodstraffen. Op initiatief van Napoleon verdween de mogelijkheid van het
tentoonstellen van het lichaam. Het Crimineel wetboek was niet lang van kracht.
In 1811 werd de Franse Code Pénal ook in Nederland van kracht.
In de Code Penál was de straftoemetingsvrijheid veel beperkter dan onder het
Crimineel Wetboek; de strafsoort was per delict bepaald, tenzij er een wettelijke
1
Gemaakt door Tanisha van Aalst
,strafverminderingsgrond van toepassing was. Ook was de rechter vaak
verbonden aan bijzondere minimumstraffen. Dit wetboek bleef in Nederland van
kracht tot 1886, het jaar waarin het WvSr in werking trad.
Vrijheidsbeneming als straf
In de loop van de 19e eeuw werd vrijheidsbeneming de belangrijkste strafsoort.
Ook het Crimineel Wetboek en de Code Pénal kenden vormen van
vrijheidsbeneming. Ook de eenzame opsluiting was hier een vorm van
vrijheidsbeneming. Als reactie op de eenzame opsluiting kwam in New York een
alternatief stelsel tot stand = het Auburn-Stelsel (eenzame opsluiting was
inhumaan). Bij het Auburn-stelsel werden gedetineerden gedurende de nacht
afgezonderd, maar overdag waren ze samen (met een strikte zwijgplicht).
In de 19e eeuw kwam vervolgens het Ierse of progressieve gevangenisstelsel aan
de orde: een puntensysteem waarin gedetineerden vrijheid konden verdienen.
Eerst eenzame opsluiting, daarna een regime met andere gedetineerden. Ook
was er een overgangsstadium, waarin de gedetineerde in een halfopen detentie
werden geplaatst. Indien de gedetineerde dit goed doorliep, werd hij
voorwaardelijk in vrijheid gesteld.
De tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf werd in de loop van de 19 e eeuw
steeds minder in gemeenschap ondergaan.
Het sanctiestelsel van het WvSr van 1881 (in werking: 1886)
1) Relatief mild: keuze voor beperkt aantal straffen en zonder lijfstraffen, de
doodstraf en deportatie.
2) Overzichtelijk: alleen de gevangenisstraf, hechtenis en geldboete.
Gevangenisstraf alleen voor opzettelijk begane misdrijven en
hechtenis/geldboete voor overtredingen en culpoze misdrijven. Je had ook
nog bijkomende straffen, zoals de ontzetting van bepaalde rechten,
verbeurdverklaring, plaatsing in een rijkswerkinrichting en
openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
3) Centrale rol voor de vrijheidsstraf: met als zwaarste straf de levenslange
gevangenisstraf.
4) Nadruk op straffen en niet op maatregelen: als enige maatregel was de
plaatsing in een krankzinnigengesticht opgenomen (tegenwoordig
psychiatrisch ziekenhuis art. 37 Sr).
5) Belangrijke rol voor de strafrechter; straftoemetingsvrijheid
Het vak strafrechtelijk sanctierecht:
2 centrale aspecten in het sanctierecht:
1) Opleggen van sancties; onder welke voorwaarden kunnen welke sancties
opgelegd worden aan welk type veroordeelde delinquenten
2) Tenuitvoerlegging van sancties; wat betekent het voor rechtspositie
gedetineerde als hij in gevangenis zit, idem voor de tbs-gestelde…
Benaderd door 2 brillen: het positief recht (WvSr en WvSv) & niveau
van actuele discussies (het sanctiestelsel vanuit discussie op niveau
wetgeving en discussie vanuit wetenschappelijke literatuur).
2
Gemaakt door Tanisha van Aalst
,Benaderingen strafrechtelijk sanctierecht
Theoretisch: waarom sanctioneren?
Effectiviteit van sanctioneren
Rechtshistorisch: what works?
Recente ontwikkelingen
Theoretische achtergronden
(Neo-)klassieke rechtvaardigingstheorieën
Hierbij werd getracht een rationele grondslag te vinden voor het straffen.
Beccaria ging uit van het sociale contract als basis voor zijn theorie van het
straffen: de vrijheid van de individuele burger als uitgangspunt. Het doel van
straffen is de dader te beletten zijn medeburgers door strafbare feiten verder te
benadelen en de medeburgers ervan af te schrikken hetzelfde te doen als de
dader preventie. De grondslag van en de rechtvaardiging voor het straffen
wordt gezocht in het te verwachten toekomstig effect ervan.
Uitgangspunt = een straf kan een middel zijn tot beïnvloeding van het gedrag
van burgers
De mens maakt een rationele afweging tussen de voordelen die een strafbaar
feit oplevert en het nadeel dat voortvloeit uit de bestraffing.
Ook Bentham was hiervan een aanhanger
Utilistische stroming!
De dreiging met en de oplegging van een straf worden aangewend om strafbare
feiten te voorkomen. De strafbedreiging dient volgens Beccaria niet hoger te zijn
dan noodzakelijk uit het oogpunt van het preventieve doel.
Het perspectief is vooruitkijken. Speciale of generale preventie. De invloed van
opkomende wetenschappelijke velden, zoals de criminologie in de jaren 80,
hebben geleid tot aandacht voor dit soort preventietheorieën. De persoon van de
dader is kneedbaar (kijken naar de dader). Wat kunnen we doen met de dader,
specifiek gericht op behoeften, om te voorkomen dat persoon opnieuw de fout
ingaat.
Kritiek: vergelding speelt totaal geen rol. De rechtvaardiging en het doel van
straffen is het voorkomen van strafbare feiten. Het doel heiligt de middelen.
Dan is the sky the limit. Hoe langer je iemand opsluit, hoe langer iemand
buiten geen delicten kan plegen! De preventietheorieën zijn onbegrensd,
worden namelijk niet begrensd door bv. proportionaliteit.
Absolute strafrechtstheorie (retributivisme, vergelding)
De grondslag van en de rechtvaardiging van het straffen wordt gezocht in het
vergelden van schuld. Er wordt gestraft omdat er iets misdaan is. Immanuel
Kant was een aanhanger van deze theorie. Volgens Kant is straffen een
categorisch imperatief: de straf dient als uitdrukking van de rechtvaardigheid op
de misdaad te volgen, ongeacht het effect ervan. De strafmaat dient te worden
afgestemd op de ernst van de misdaad, en niet op de eventuele gevolgen van
de straf.
3
Gemaakt door Tanisha van Aalst
, In de 19e eeuw bouwde Hegel voort op vergelding als grondslag van de straf
(Neo-klassieke strafrechtstheorie). De strafmaat wordt bepaald aan de hand van
proportionele schuldvergelding, waarbij er een bovengrens geldt: er mag niet
meer leed worden toegevoegd dan verantwoord is in het licht van de ernst van
het feit en de schuld van de dader.
De rechtvaardiging (legitimatie) van straffen en het doel van de straf wordt puur
en alleen gezocht in het idee van vergelding. Alles draait om vergelding. Het
perspectief is (retrospectief) terugkijken. Iemand heeft een delict gepleegd in het
verleden en daarom verdien je nu straf (basic desert). In Nederlandse literatuur
wordt dit ook wel de klassieke richting genoemd. Vergelding is niet alleen een
legitimatie van straf, maar vormt ook een begrenzing van straf (van de omvang
van de ernst van de straf). Vergelding vereist een redelijke verhouding tussen
straf en misdaad. Straffen in de zin van vergelding is leed toevoegen omdat je
dat verdient, dus je kan iemand dan nooit meer of zwaarder straffen dan iemand
verdient. Dus het legitimeert én begrenst straffen!! Vergelding begrenst de
straftoemeting: proportionaliteit!
De Moderne (of Nieuwe) Richting
Aan het einde van de 19e eeuw kwam deze manier van denken over de
rechtvaardiging van straffen en het nut ervan op. Het was gericht op de
noodzaak van het beveiligen van de samenleving en verwierp het idee dat de
mens op basis van zijn vrije wil een rationele afweging maakt om al dan niet een
strafbaar feit te begaan. Er werd meer een focus gelegd op de wetenschappelijke
benadering, zoals geneeskunst, biologie en sociologie waarom is de dader tot
het begaan van het feit gekomen? Aan de hand hiervan zou de strafrechtelijke
reactie moeten worden afgestemd op de persoon en de persoonlijke
omstandigheden van de dader om te voorkomen dat hij opnieuw een feit zou
begaan. Hierdoor werd het legaliteitsbeginsel, geen straf zonder schuld en het
proportionele vergeldingsbeginsel minder vanzelfsprekend. Er werd onderscheid
gemaakt tussen verschillende categorieën daders, zoals de gelegenheids- en
gewoontemisdadigers. De gewoontemisdadigers zouden langdurig van hun
vrijheid moeten worden ontnomen, terwijl gelegenheidsmisdadigers een
mogelijkheid zouden moeten krijgen voor alternatieven, zoals de voorwaardelijke
veroordeling.
Door de Moderne Richting kwamen er in de eerste drie decennia van de 20 e eeuw
herzieningen van het Nederlandse sanctiestelsel. Zo kwam er een bijzonder
sanctiestelsel voor jeugdigen, de voorwaardelijke veroordeling in het
volwassenestrafrecht en kreeg de Reclassering een rol bij het toezicht op de
naleving van bijzondere voorwaarden. Ook werd de maatregel ingevoerd, naast
de mogelijkheid van een straf. Speciale preventie nam een centrale rol in tussen
de strafdoelen.
Hulsman vergeleek de vergeldingsgedachte met het heksengeloof uit de
Middeleeuwen en bepleitte de afschaffing van het strafrecht (abolitionisme).
Hulsman was van mening dat conflictoplossing centraal moet staan, wat betekent
dat de aangerichte schade zoveel mogelijk moest worden hersteld. Deze visie
staat ook aan de basis van theorieën over herstelrecht en was van invloed op
de schadevergoedingsmaatregel.
4
Gemaakt door Tanisha van Aalst