1. Lewisstructuren
Lewistheorie stelt dat de stabielste toestand van een atoom een edelgasconfiguratie is (acht
elektronen/valentie-elektronen in de buitenste schil)
Oktetregel houdt in dat alle atoomsoorten, behalve waterstof, helium, lithium en beryllium,
streven naar acht elektronen in de buitenste schil. Waterstof streeft naar twee elektronen,
vergelijkbaar met helium. Niet-metaalatomen delen elektronen om de oktetregel te bereiken
via atoombindingen (gedeelde elektronenparen). Het aantal atoombindingen dat een atoom
kan vormen, de covalentie, wordt bepaald door het aantal elektronen dat een niet-metaal
tekort komt.
De Lewisstructuur is de structuurformule waarin alle valentie-elektronen zijn weergegeven,
ook degene die zich niet in een atoombinding bevinden. Dus zowel de gebonden als de vrije.
Gedeelde elektronenparen worden weergegeven als streepjes tussen atomen.
Niet-bindende elektronenparen worden als twee puntjes weergegeven. Dit is een
elektronenpaar dat zich niet in een
atoombinding bevindt. Een niet-gepaard
elektron geef je weer met een puntje.
Wanneer het aantal elektronen op een
atoom afwijkt van het aantal
valentie-elektronen van dat atoom, heeft
het atoom een formele lading. Toch is het een stabiel deeltje, want alle atomen voldoen aan
de oktetregel. Een atoombinding telt voor één elektron en een niet-bindend elektronenpaar
voor 2. Om deze lading te bepalen moet eerst de lewisstructuur worden
getekend. Vervolgens tel je het aantal elektronen op. Dan wordt de lading
bepaald door dit aantal elektronen af te trekken van het aantal
valentie-elektronen van dat atoom.
Waterstofatomen voldoen aan de edelgasconfiguratie met twee elektronen om zich heen.
Alle andere atomen voldoen met vier elektronenparen. Tekenen van de lewisstructuur:
1. Teken eerst de structuurformule, waarbij je alle atomen zo veel mogelijk de juiste
covalentie geeft
2. Vul de atomen aan met niet-bindende elektronenparen, zodat ze voldoen aan de
oktetregel.
3. Bepaal de formele lading van alle atomen en controleer of de nettolading
overeenkomt met de gegeven lading van het deeltje. Wanneer de lading te negatief
is, moet je een elektronenpaar verwijderen en zal er een extra atoombinding moeten
worden gevormd.
Elektronegativiteit EN is de mate waarin een atoom aan de omringende elektronen trekt.
Binas 40A. De hoogste EN heeft de grootste aantrekkingskracht op de elektronen en zullen
eerder een negatieve lading krijgen.
Hoe stabieler de structuur, hoe minder reactief. Een deeltjes is het stabielst als:
● alle elektronen gepaard zijn
● alle atomen aan de edelgasconfiguratie voldoen
● zo min mogelijk formele ladingen en de negatieve ladingen zich op de meeste EN
atomen bevinden
Mesomerie is het verschijnsel dat er meerdere Lewisstructuren kunnen worden opgesteld
van een deeltje. De verschillende mogelijke Lewisstructuren van een deeltje die naast elkaar
, bestaan, heten grensstructuren. De structuur met de minste formele ladingen is de
stabielste.
Atomen met meer dan 2 schillen (zoals zwavel, 6 en fosfor, 5) kunnen meer dan 8
elektronen in de buitenste schil hebben en voldoen hierbij niet aan de oktetregel maar zijn
nog steeds stabiel.
Instabiele, reactieve deeltjes voldoen vaak niet aan de edelgasconfiguratie. Ze ontstaan
meestal als tussenproduct in een reactie. Er zijn dan te weinig elektronen voor
edelgasconfiguratie. Je krijgt dan vaak een radicaal ontstaan, dit is een deeltje dat een
ongepaard elektron bevat (bevindt zich niet in een elektronenpaar)
Lewistheorie stelt dat de stabielste toestand van een atoom een edelgasconfiguratie is (acht
elektronen/valentie-elektronen in de buitenste schil)
Oktetregel houdt in dat alle atoomsoorten, behalve waterstof, helium, lithium en beryllium,
streven naar acht elektronen in de buitenste schil. Waterstof streeft naar twee elektronen,
vergelijkbaar met helium. Niet-metaalatomen delen elektronen om de oktetregel te bereiken
via atoombindingen (gedeelde elektronenparen). Het aantal atoombindingen dat een atoom
kan vormen, de covalentie, wordt bepaald door het aantal elektronen dat een niet-metaal
tekort komt.
De Lewisstructuur is de structuurformule waarin alle valentie-elektronen zijn weergegeven,
ook degene die zich niet in een atoombinding bevinden. Dus zowel de gebonden als de vrije.
Gedeelde elektronenparen worden weergegeven als streepjes tussen atomen.
Niet-bindende elektronenparen worden als twee puntjes weergegeven. Dit is een
elektronenpaar dat zich niet in een
atoombinding bevindt. Een niet-gepaard
elektron geef je weer met een puntje.
Wanneer het aantal elektronen op een
atoom afwijkt van het aantal
valentie-elektronen van dat atoom, heeft
het atoom een formele lading. Toch is het een stabiel deeltje, want alle atomen voldoen aan
de oktetregel. Een atoombinding telt voor één elektron en een niet-bindend elektronenpaar
voor 2. Om deze lading te bepalen moet eerst de lewisstructuur worden
getekend. Vervolgens tel je het aantal elektronen op. Dan wordt de lading
bepaald door dit aantal elektronen af te trekken van het aantal
valentie-elektronen van dat atoom.
Waterstofatomen voldoen aan de edelgasconfiguratie met twee elektronen om zich heen.
Alle andere atomen voldoen met vier elektronenparen. Tekenen van de lewisstructuur:
1. Teken eerst de structuurformule, waarbij je alle atomen zo veel mogelijk de juiste
covalentie geeft
2. Vul de atomen aan met niet-bindende elektronenparen, zodat ze voldoen aan de
oktetregel.
3. Bepaal de formele lading van alle atomen en controleer of de nettolading
overeenkomt met de gegeven lading van het deeltje. Wanneer de lading te negatief
is, moet je een elektronenpaar verwijderen en zal er een extra atoombinding moeten
worden gevormd.
Elektronegativiteit EN is de mate waarin een atoom aan de omringende elektronen trekt.
Binas 40A. De hoogste EN heeft de grootste aantrekkingskracht op de elektronen en zullen
eerder een negatieve lading krijgen.
Hoe stabieler de structuur, hoe minder reactief. Een deeltjes is het stabielst als:
● alle elektronen gepaard zijn
● alle atomen aan de edelgasconfiguratie voldoen
● zo min mogelijk formele ladingen en de negatieve ladingen zich op de meeste EN
atomen bevinden
Mesomerie is het verschijnsel dat er meerdere Lewisstructuren kunnen worden opgesteld
van een deeltje. De verschillende mogelijke Lewisstructuren van een deeltje die naast elkaar
, bestaan, heten grensstructuren. De structuur met de minste formele ladingen is de
stabielste.
Atomen met meer dan 2 schillen (zoals zwavel, 6 en fosfor, 5) kunnen meer dan 8
elektronen in de buitenste schil hebben en voldoen hierbij niet aan de oktetregel maar zijn
nog steeds stabiel.
Instabiele, reactieve deeltjes voldoen vaak niet aan de edelgasconfiguratie. Ze ontstaan
meestal als tussenproduct in een reactie. Er zijn dan te weinig elektronen voor
edelgasconfiguratie. Je krijgt dan vaak een radicaal ontstaan, dit is een deeltje dat een
ongepaard elektron bevat (bevindt zich niet in een elektronenpaar)