Scheidingsmethoden:
Scheiden is geen chemische reactie, er ontstaan geen nieuwe stoffen.
Filtreren (1)
- Je kunt hiermee een suspensie scheiden.
Suspensie: dit is als je een vaste en vloeibare stof
hebt die niet tot elkaar oplossen. Als voorbeeld
zand en water.
- Je maakt gebruik van een verschil in
deeltjesgrootte.
Deeltjesgrootte: de grote deeltjes blijven achter
(in het residu) en de vloeistof gaat door het filter
heen en dat noemen we het filtraat.
Bezinken (centrifugeren) (2)
- Je kunt hiermee een suspensie of een emulsie
scheiden.
Emulsie: Je hebt dan twee vloeistoffen (bijvoorbeeld
olie en water) die niet in elkaar oplossen.
- Je maakt gebruik van verschil in dichtheid.
Dichtheid: de stof met de grootste dichtheid zakt naar
beneden en de stof met de laagste dichtheid die komt boven.
Extraheren (3)
- Met extraheren (“uittrekken”) kun je een mengsel
van vaste stoffen scheiden.
- Bij extraheren maak je gebruik van een verschil in
oplosbaarheid.
Extraheren: je doet hier een oplosmiddel bij (ook
wel een extractiemiddel genoemd) waarin een van
de stoffen wel oplost en de rest van de stoffen niet oplossen.
Destilleren (4)
- Destilleren maak je gebruik van oplossingen.
- Je maakt gebruik van een verschil in kookpunt.
De stof met het laagste kookpunt komt uit in het destillaat.
De stof met het hoogste kookpunt blijft in het residu.
Scheiden is geen chemische reactie, er ontstaan geen nieuwe stoffen.
Filtreren (1)
- Je kunt hiermee een suspensie scheiden.
Suspensie: dit is als je een vaste en vloeibare stof
hebt die niet tot elkaar oplossen. Als voorbeeld
zand en water.
- Je maakt gebruik van een verschil in
deeltjesgrootte.
Deeltjesgrootte: de grote deeltjes blijven achter
(in het residu) en de vloeistof gaat door het filter
heen en dat noemen we het filtraat.
Bezinken (centrifugeren) (2)
- Je kunt hiermee een suspensie of een emulsie
scheiden.
Emulsie: Je hebt dan twee vloeistoffen (bijvoorbeeld
olie en water) die niet in elkaar oplossen.
- Je maakt gebruik van verschil in dichtheid.
Dichtheid: de stof met de grootste dichtheid zakt naar
beneden en de stof met de laagste dichtheid die komt boven.
Extraheren (3)
- Met extraheren (“uittrekken”) kun je een mengsel
van vaste stoffen scheiden.
- Bij extraheren maak je gebruik van een verschil in
oplosbaarheid.
Extraheren: je doet hier een oplosmiddel bij (ook
wel een extractiemiddel genoemd) waarin een van
de stoffen wel oplost en de rest van de stoffen niet oplossen.
Destilleren (4)
- Destilleren maak je gebruik van oplossingen.
- Je maakt gebruik van een verschil in kookpunt.
De stof met het laagste kookpunt komt uit in het destillaat.
De stof met het hoogste kookpunt blijft in het residu.