van de minor sportvoeding.
MINOR
SPORTVOEDING
2024-2025
,Inhoudsopgave
Week 1.1 ...................................................................................................................................... 2
Weekdoelen .................................................................................................................................... 2
Voorbeeld toetsvragen ....................................................................................................................12
Hoorcollege 1 .................................................................................................................................14
Week 1.2 ..................................................................................................................................... 15
Weekdoelen ...................................................................................................................................15
Voorbeeld toetsvragen ....................................................................................................................22
Hoorcollege 2 .................................................................................................................................25
Week 1.3 ..................................................................................................................................... 27
Weekdoelen ...................................................................................................................................27
Voorbeeld toetsvragen ....................................................................................................................33
Week 1.4 ..................................................................................................................................... 34
Weekdoelen ...................................................................................................................................34
Voorbeeld toetsvragen ....................................................................................................................44
Hoorcollege 4 .................................................................................................................................47
Begrippen oefentoets Socrative ................................................................................................... 52
Week 1.6 ..................................................................................................................................... 53
Weekdoelen ...................................................................................................................................53
Voorbeeld toetsvragen ....................................................................................................................60
Hoorcollege 5 .................................................................................................................................65
Week 1.7 ..................................................................................................................................... 67
Weekdoelen ...................................................................................................................................67
Voorbeeld toetsvragen ....................................................................................................................73
Hoorcollege 6 .................................................................................................................................79
Aantekeningen tijdens de les ...........................................................................................................81
,Week 1.1
Weekdoelen
Kent de verschillende energiesystemen en kan deze praktisch toepassen bij
verschillende vormen van lichaamsbeweging en sportprestaties.
Energiesystemen
Cellen genereren ATP door een van de drie (of een combinatie) verschillende metabole
paden.
Het ATP-CP-systeem (anaeroob alactisch)
Cellen bevatten twee fosfaatmoleculen die energie opslaan:
- Kleine hoeveelheid ATP
- Creatinefosfaat (CP) --> kan P afstaan waarmee ADP tot ATP kan worden
teruggevormd. Deze energie wordt niet direct gebruikt voor cellulaire
arbeidsprocessen, maar de energie wordt gebruikt om nieuwe ATP te vormen.
Creatinekinase (CK) = enzym waardoor energie uit CP kan vrijkomen. Kan een fosfaat (P)
afsplitsen van creatine. Hiermee komt energie vrij die kan worden gebruikt om een P aan
een ADP-molecuul te koppelen, wat ATP vormt.
Cellen kunnen ATP-uitputting tegengaan door CP af te breken waar energie uit vrijkomt
die kan worden gebruikt om uit ADP en P nieuwe ATP te vormen.
Bij intensieve inspanning levert ATP direct energie door de splitsing in ADP en P. Door de
stijging van de ADP-concentratie komt de creatinekinase opgang, waardoor CP wordt
afgebroken om ATP te vormen. Tijdens de eerste seconden van intensieve spieractiviteit
wordt ATP op een constant niveau gehouden, maar daalt het CP-niveau. De capaciteit
van dit energiesysteem is dus beperkt en kan tijdens een sprint van 3 – 15 seconden aan
de energiebehoefte voldoen.
Het glycolytische systeem (anaeroob lactisch)
De afbraak van glucose in een traject waarbij een opeenvolging van glycolytische
enzymen is betrokken (glycolyse). Bloedglucose komt uit de vertering van koolhydraten
en uit de afbraak van glycogeen in de lever.
Glycogenese = het maken van glycogeen uit glucose. Dit wordt opgeslagen in de spieren
en in de lever.
, Glycogenolyse = wanneer er energie nodig is wordt glycogeen afgebroken tot glucose-1-
fosfaat, waarna dit de glycolyse in gaat.
Om energie op te wekken moet glucose (kost 1 ATP) en glucose-1-fosfaat worden
omgezet in glucose-6-fosfaat. Als dit is gebeurd begint de glycolyse. Dit telt tien tot
twaalf enzymatische reacties, nodig voor de afbraak van glycogeen naar melkzuur. Al
deze processen vinden plaats in het cytoplasma. De netto-opbrengst is 3 mol ATP uit elk
afgebroken mol glycogeen (bij glucose 2 mol ATP).
Dit energiesysteem produceert geen grote hoeveelheden ATP, maar in combinatie met
het ATP-CP-systeem kunnen de spieren kracht genereren. Deze systemen domineren
tijdens de eerste minuten van inspanning met hoge intensiteit.
De glycolyse vormt pyruvaat. Als er geen zuurstof aanwezig is wordt pyruvaat direct
omgezet naar melkzuur, wat vormt tot lactaat. Bij maximale inspanningen van 1-2
minuten lopen de lactaatwaarden snel op. Verzuring remt verdere afbraak van
glycogeen, want het verstoort de werking van glycolytische enzymen. Daarnaast
verlaagd verzuring de bindingscapaciteit van calcium, waardoor spiercontractie wordt
belemmerd.
Fosfofructokinase (FFK) = snelheidsbeperkende enzym in de glycolyse.
Het oxidatieve systeem (aeroob)
Deze oxidatieve productie van ATP vindt plaats in de mitochondriën. Deze liggen tussen
en naast de myofibrillen en verspreid over het sarcoplasma. Elke spiervezel heeft een
optimale verdeling van mitochondriën. Hierdoor kan er een praktisch maximale ATP-
productie plaatsvinden en worden de mitochondriën zo min mogelijk blootgesteld aan
overvloedige zuurstof (ROS voorkomen).
De locatie van de mitochondriën is afhankelijk van de locatie van het capillair. Hierdoor
kan een hoge metabole snelheid met een minimaal risico op ROS-productie worden
gehandhaafd.
Dit energiesysteem is langzaam bij het opstarten, maar heeft een veel grotere totale
energieopbrengst. Bij deze vorm van energieproductie worden er koolhydraten of vetten
gebruikt.
De oxidatie van koolhydraten
- Glycolyse (cytoplasma)
- Krebs-cyclus (mitochondriën)
- Elektronentransportketen (binnenste mitochondriale membraan)
Glycolyse speelt een rol in de anaerobe en aerobe ATP-productie. De anaerobe glycolyse
produceert melkzuur en 3 ATP per glycogeen of 2 ATP per glucose. Bij de aerobe
glycolyse wordt pyrodruivenzuur omgezet in acetyl-CoA.