30-45
Hoofdstuk 30 ‘Begrote en werkelijke winst’
Paragraaf 30.1 ‘Omzetbelasting’
De omzetbelasting moet een onderneming afdragen aan de Belastingdienst. De omzetbelasting door
leveranciers mag in mindering worden gebracht op hun omzetbelasting. De omzetbelasting wordt dus
berekend over de toegevoegde waarde. Toegevoegde waarde is de waarde die een bedrijf toevoegt aan
een al bestaande waarde. De omzetbelasting wordt berekend over het bedrag na korting. Het
factuurbedrag is altijd inclusief omzetbelasting.
Omzetbelasting afdragen = toegevoegde waarde x omzetbelasting %
De vooraftrek is de aan de onderneming in rekening gebrachte omzetbelasting door leveranciers. Over
personeelskosten hoeft geen omzetbelasting betaald te worden, maar wel over de gefactureerde uren.
De omzetbelasting wordt enkel doorberekend naar de consument, waardoor de verkoopprijs stijgt. Een
verhoging van het btw-percentage kan een vermindering van afzet betekenen. Bedragen in de aangifte
worden op euro’s afgerond, in het voordeel van de onderneming.
Paragraaf 30.2 ‘Verkoopprijs’
Verkoopprijs (excl. omzetbelasting) = inkoopprijs (excl. omzetbelasting) + winstopslag
Het verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs is de brutowinst. Met de brutowinst moeten de
bedrijfskosten terugverdiend worden. Wat er na de aftrek van de kosten overblijft is de winst voor
belasting. Na belasting blijft de nettowinst over. Bij een dienstverlenende onderneming is het verschil
tussen gefactureerde uurtarief en kosten voor dat uur de brutowinst/brutomarge/dekkingsbijdrage.
Zonder concurrenten ben je grotendeels vrij in het vaststellen van een verkoopprijs, maar met
concurrenten moet de verkoopprijs aangepast worden aan de gangbare prijs.
Winstopslag als % van inkoopprijs Winstopslag als % van verkoopprijs
Inkoopprijs A Inkoopprijs A
Winstopslag …% van A B+ Winstopslag …% van C B+
------------------------- -------------------
Verkoopprijs (excl. BTW) C Verkoopprijs (excl. BTW) C
BTW D+ BTW D+
------------------------- -------------------
Verkoopprijs incl. BTW E Verkoopprijs incl. BTW E
Paragraaf 30.3 & 30.4 ‘Begrote winst & werkelijke winst’
De voorcalculatorische winst is de verwachte winst van de onderneming. De voorcalculatie is een
volledige schatting. Tijdens de periode kunnen afwijkingen direct opgemerkt worden. Bij negatieve
afwijkingen kunnen er maatregelen getroffen worden. Na de afloop van de periode kunnen we de
werkelijke winst berekenen. Dit heet de nacalculatorische winst. De werkelijke winst kan vergeleken
worden met de verwachte winst. Hierdoor kunnen de verschillen in de winst opgespoord worden en
iets doen aan de oorzaken. De kosten naast de inkoopprijs zijn de bedrijfskosten.
Omzet = afzet x verkoopprijs per stuk
Brutowinst = omzet – inkoopprijs verkopen
Winst = brutowinst – overige kosten
,Financieringsresultaat = interestopbrengsten – interestkosten (geen deel van bedrijfskosten)
Paragraaf 30.5 ‘Verschillenanalyse’
In een verschillenanalyse worden de oorzaken achterhaalt, waardoor een verschil is ontstaan tussen de
voorcalculatorische en nacalculatorische winst.
Hoofdstuk 31 ‘Break-evenanalyse’
Paragraaf 31.1 ‘Variabele en constante kosten’
De break-evenafzet is de afzet waarbij een onderneming geen winst of verlies heeft. Elk product/uur
dat de onderneming meer verkoopt dan de break-evenafzet levert winst op.
De variabele kosten nemen toe als de afzet stijgt en nemen af als de afzet daalt. De variabele kosten
zijn dus kosten die afhankelijk zijn van de afzet. De variabele kosten zijn proportioneel als de
variabele kosten in dezelfde mate veranderen als de afzet. De variabele kosten per product zijn
hetzelfde bedrag als de variabele kosten.
Constante kosten veranderen niet als de afzet stijgt of daalt. Een andere naam voor constante kosten
zijn vaste kosten. Ze kunnen veranderen door wijziging van capaciteit of prijswijzigingen.
Capaciteit is het maximale aantal goederen dat een handelsonderneming kan verkopen, het maximale
aantal diensten dat een dienstverlenende onderneming kan leveren of het maximale aantal producten
dat een dienstverlenende onderneming kan maken. De productiecapaciteit kan worden uitgebreid. De
constante kosten nemen toe als de productiecapaciteit toeneemt, door bijvoorbeeld een groter
magazijn. Een toename van de huurprijs van de magazijnruimte, rekenen we onder de vaste kosten.
Paragraaf 31.2 ‘Break-evenanalyse’
1. Break-evenafzet: TO = TK
2. Dekkingsbijdrage per product = Verkoopprijs – Gemiddelde Variabele Kosten
Break-evenafzet = Totale constante kosten : Dekkingsbijdrage
3. Break-evenafzet (totale dekkingsbijdrage = constante kosten)
Omzet ….
Inkoopwaarde van omzet …-
-----------------
Brutowinst …
Overige variabele kosten …-
-----------------
Dekkingsbijdrage …
Constante kosten …-
-----------------
Winst 0
Break-evenomzet = Break-evenafzet x verkoopprijs
Paragraaf 31.3 ‘Grafieken van de break-evenanalyse’
, Hoofdstuk 32 ‘Kosten en resultaten bij dienstverlening’
Paragraaf 32.1 ‘Kostenberekeningen’
De voorcalculatie is een inschatting van de kosten, dit heet de verwachte of begrote kosten. De
nacalculatie zijn de werkelijke kosten. De (standaard)kostprijs is de som van de
toegestane/standaardkosten per product. De standaardkosten zijn de kosten die een onderneming moet
maken als productie normaal plaatsvindt.
Kostprijs = totale constante kosten : normale productie + totale variabele standaardkosten : begrote productie
De constante kosten per product kunnen ook berekend worden als percentage van de variabele kosten
per product. Er komt dan een opslag van de constante kosten op de variabele kosten. Het makkelijkst
is als dit in geld per begroot product/uur berekend wordt, zodat er geen problemen ontstaan als de
variabele kosten veranderen.
Paragraaf 32.2 ‘Efficiencyresultaten’
Het efficiencyresultaat houdt in dat meer of minder verbruikt is van het productiemiddel dan
toegestaan. Het prijsresultaat houdt in dat meer of minder voor het productiemiddel is betaald dan
toegestaan.
Efficiencyresultaat = (Standaard hoeveelheid – Werkelijke hoeveelheid) x standaard prijs
Paragraaf 32.3 ‘Prijsresultaten’
Prijsresultaat = (Standaardprijs – Werkelijke prijs) x werkelijke hoeveelheid
Een budget geeft aan welk bedrag mag worden besteed aan een bepaalde zaak. Het budget is hetzelfde
als de toegestane kosten. Het budgetresultaat is het verschil tussen de werkelijke kosten en de
toegestane kosten.
Paragraaf 32.4 ‘Resultaten op constante kosten’
Het bezettingsresultaat geeft aan in welke mate de constante kosten worden gedekt. Een onderneming
dekt de constante kosten volledig als er evenveel producten worden verkocht als de normale bezetting.
Als er kosten ongedekt blijven door onderbezetting wordt er verlies geleden. Bij overbezetting wordt
er winst gemaakt.
Verwacht bezettingsresultaat = (begrote productie – normale productie) x CK : normale productie
Het budgetresultaat is de optelsom van alle soorten resultaten of het verschil tussen de toegestane en
werkelijke kosten.
Hoofdstuk 33 ‘Absorption costing’
Paragraaf 33.1 ‘Verkoopprijs’
Bij integrale kostencalculatie (absorption costing) worden de constante en variabele kosten in de
kostprijs verwerkt.
Constante kosten
Variabele kosten +
Kostprijs
Opslag winst +
Verkoopprijs
Omzetbelasting +
Consumentenprijs