Samenvatting van de literatuur
,Inhoudsopgave
Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht (hoofdstuk VIII & IX)
Janssens - Impact van het internet
Van Eechoud - Grensoverschrijdende inbreuk
Osinga - De panacee voor tekst- en datamining
Rosati - Liability of Online Platforms
Senftleben - New Use Privilege
Andrés Guadamuz - Do Androids Dream of Electronic Copyright?
Van Eechoud - Een uitgeversrecht voor pluriforme media?
Terhorst - Auteurscontractenrecht: er is een wettelijke regeling!
Kabel - Voorbaat of vermoeden? De rol van artikel 45d Aw
Senftleben - Content censorship and Council carelessness
,1. Algemene inleiding
Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht
Algemeen
Auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst
ten aanzien van de waarneembare vorm van zijn werk, waarbij ‘werk’ immaterieel is bedoeld, als de
geestelijke schepping die zich manifesteert in de uiterlijk waarneembare verschijningsvorm. Het
auteursrecht geeft volgens de definitie van artikel 1 Auteurswet (Aw) de uitsluitende bevoegdheid het
werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Deze uitsluitende bevoegdheid is grotendeels een
negatieve bevoegdheid derden te beletten de aan de auteursrechthebbende voorbehouden
handelingen te verrichten. Er bestaan internationaal gezien veel ideeën over de rechtsgrond voor het
auteursrecht, maar in Nederland staan vooral beginselen van rechtvaardigheid en maatschappelijke
utiliteit centraal. Het is afhankelijk van het concrete geval welke van de twee meer van toepassing is.
Het auteursrecht is geregeld bij wet van 23 september 1912. Vóór die tijd hebben in ons land enkele
bepalingen gegolden die bepaalde rechten toekenden aan de auteurs. Die bescherming was echter
veel te gering en na de totstandkoming van de Berner Conventie in 1886 werd een herziening van de
wetgeving noodzakelijk. De wet is sindsdien om de volgende redenen vele malen gewijzigd:
- De noodzaak tot aanpassing van de wet aan de snelle en ingrijpende ontwikkeling van de
technische aspecten van exploitatie van auteursrechtelijk beschermde werken.
- Het streven van de Europese wetgever om tot vergaande harmonisatie van de
auteurswetgeving in de landen van de Europese Unie te komen.
Voorwerp van bescherming
Het auteursrecht ontstaat automatisch door het maken van een werk van letterkunde, wetenschap of
kunst. De Berner Conventie (BC) is het belangrijkste internationale verdrag op het terrein van het
auteursrecht en staat het stellen van formele vereisten niet toe. De Universele Auteursrecht Conventie
(UAC) laat daarentegen wel toe dat lidstaten de vervulling van formaliteiten verlangen, maar niet meer
dan vermelding van het ©-teken, vergezeld van de naam van de rechthebbende en het jaar van eerste
openbaarmaking. De meeste landen zijn echter tot de BC toegetreden waardoor het belang van de UAC
is afgenomen. Nationale voorschriften die in strijd zijn met de BC kunnen namelijk in internationale
situaties geen doorgang vinden.
In het Lancôme/Kecofa-arrest heeft de Hoge Raad beslist dat een parfum een werk in de zin van de
Auteurswet kan zijn. Een voortbrengsel komt voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking
wanneer het aan de volgende voorwaarden voldoet:
1. Voor menselijke waarneming vatbaar. Dit vormvereiste beoogt een afbakening te geven ten
opzichte van onbeschermde objecten als een idee, een gegeven of een stijl. Pas als een idee
nader wordt uitgewerkt, is het vatbaar voor menselijke waardering en kan het als een werk
worden beschouwd. Waar precies de grens loopt, is soms moeilijk aan te geven; al naar gelang
een meer concrete uitwerking aan de inhoud is gegeven, krijgt de voor bescherming in
aanmerking komende vorm de overhand. Als het auteursrecht eenmaal is ontstaan, dan blijft
het bestaan, ook als de waarneembaarheid verdwijnt. Het object van het auteursrecht is niet
een ding, maar de onlichamelijke schepping dat in dingen besloten kan liggen; het auteursrecht
beschermt de geestelijke creatie (corpus mysticum) en niet het stoffelijk voorwerp waarin zij is
belichaamd (corpus mechanicum).
1
, 2. Een eigen, oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker (EOK & PS)1
(men spreekt ook wel van originaliteit of uniciteit). Het werk moet een menselijke schepping zijn,
een zekere creativiteit vertonen. In het Zonen Endstra-arrest heeft de Hoge Raad beslist dat
een eigen, oorspronkelijk karakter betekent dat de vorm niet ontleend mag zijn aan die van een
ander werk. De eis dat het voortbrengsel het persoonlijk stempel van de maker moet dragen
betekent dat er sprake moet zijn van een vorm die het resultaat is van scheppende menselijke
arbeid (creatieve keuzes) en die aldus voortbrengsel is van de menselijke geest. In het Infopaq-
arrest heeft het Hof van Justitie voorts bepaald dat alleen materiaal dat oorspronkelijk is, in die
zin dat het gaat om een eigen intellectuele schepping van de auteur, voor auteursrechtelijke
bescherming in aanmerking komt. Met andere woorden: van een eigen intellectuele schepping
is sprake wanneer de maker van het werk zijn creatieve bekwaamheden tot uiting heeft kunnen
brengen door het maken van vrije en creatieve keuzes waardoor de maker in staat is zijn werk
een persoonlijke noot te geven (Painer-arrest). Alhoewel de werktoets laagdrempelig is, is het
soms lastig om te bepalen of het voortbrengsel eraan voldoet. De volgende vuistregel kan
soelaas bieden: men moet zichzelf de vraag stellen of het uitgesloten moet worden dat twee
auteurs, onafhankelijk van elkaar, precies hetzelfde werk maken. Of er sprake is van een eigen
intellectuele schepping wordt ex tunc beoordeeld: aan de hand van de feitelijke toestand zoals
die was ten tijde van het scheppen van het werk.
3. Het eigen, oorspronkelijke karakter en de persoonlijke stempel betreft niet enkel datgene
wat noodzakelijk is voor het verkrijgen van een technisch effect. Vormgeving die louter
technisch of functioneel bepaald is, is van auteursrechtelijke bescherming uitgesloten. Echter,
vormgeving die louter door functionaliteit wordt gedicteerd is schaars. Het eerste lid van artikel
10 Aw bevat een niet-limitatieve opsomming van categorieën van werken waarop mogelijk
auteursrecht kan ontstaan:
- Boeken, brochures, nieuwsbladen, tijdschriften en andere geschriften. Voorheen werd
tevens bescherming toegekend aan alle andere geschriften, dus ook geschriften waaraan
oorspronkelijkheid volledig ontbrak. Dit werden ook wel onpersoonlijke geschriften
genoemd. In het Ryan Air/PR aviation-arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat de
geschriftenbescherming in strijd was met de Auteursrechtrichtlijn en de
Databankenrichtlijn. Dit heeft ertoe geleid dat de geschriftenbescherming per 1 januari
2015 is komen te vervallen.
- Toneelwerken en dramatisch-muzikale werken. Het toneelwerk moet onderscheiden
worden van de uitvoering van het werk; de uitvoering is namelijk een openbaarmaking van
het toneelwerk.
- Mondelinge voordrachten (bescherming van het gesproken woord). Niet het voordragen
als zodanig wordt beschermd, maar de vorm van hetgeen gesproken wordt, zoals de rede,
toespraak, college, preek, conversatie en interview.
- Choreografische werken en pantomimes.
- Muziekwerken, met of zonder woorden.
- Teken-, schilder-, bouw- en beeldhouwwerken, lithografieën, graveer- en andere
plaatwerken (beeldende kunst).
- Aardrijkskundige kaarten.
- Ontwerpen, schetsen en plastische werken, betrekkelijk tot de bouwkunde, de
aardrijskunde, de plaatsbeschrijving of andere wetenschappen.
- Fotografische werken, wat onderscheiden moet worden van het gefotografeerde object.
De oorspronkelijkheid van de foto kan gebaseerd zijn op subjectief bepaalde keuzes van
de fotograaf ten aanzien van belichting, sluitertijd, afstand, hoek en uitsnede. De keuze
en rangschikking van de te fotograferen objecten kunnen, mits oorspronkelijk, leiden tot
een auteursrecht op die keuze en rangschikking. Een foto daarvan vormt dan een
1
De EOK & PS-formule van de Hoge Raad (eigen oorspronkelijke karakter en persoonlijk stempel) is bij het Hof van Justitie de
EIS-formule (eigen intellectuele schepping). De formules komen inhoudelijk op hetzelfde neer.
2