Inhoud
Week 5.................................................................................................................................................19
Aantekeningen hoorcollege: Perceptual- motor development........................................................19
Literatuur: Siegler hoofdstuk 5 (208-218).........................................................................................24
Week 6.................................................................................................................................................26
Aantekeningen hoorcollege: Intelligence and academic achievement.............................................26
Aantekeningen hoorcollege: Language development......................................................................31
Literatuur: Siegler hoofdstuk 8.........................................................................................................39
What is intelligence?........................................................................................................................39
Intelligence as a single trait..............................................................................................................39
Sommige onderzoeker zien intelligentie als één algemene factor die alle invloed van de cognitieve
functies omvat. Ieder van ons bezit een bepaalde hoeveelheid general intelligence (g) die het
vermogen om te denken en te leren beïnvloeden op alle intellectuele vaardigheden. Metingen van
g hangen samen met de snelheid waarop informatie wordt verwerkt, de snelheid van de neurale
transmissie plaatsvindt en het volume van de hersenen. De metingen van g correleren ook sterk
met de algemene informatie van mensen over de wereld. Zulk bewijs ondersteunt de opvatting
van intelligentie als een enkele eigenschap die het vermogen om te leren en te denken impliceert.
..........................................................................................................................................................39
Intelligence as a few basic abilities...................................................................................................39
Er zijn redenen om te denken dat intelligentie niet als een ‘single trait’ kan worden gezien. De
reden hiervoor is dat intelligentie kan worden opgedeeld in 2 soorten. Bij fluid intelligence gaat het
om het vermogen om ter plekke te denken, bijvoorbeeld door conclusies te trekken en relaties te
begrijpen tussen concepten die nog niet eerder zijn aangetroffen. Het hangt nauw samen met de
aanpassing aan nieuwe taken, de snelheid van de informatisering, het functioneren van het
werkgeheugen en het vermogen om de aandacht te controleren. Crystallized intelligence is
feitelijke kennis over de wereld: kennis van woordbetekenissen, staatskapitalen, antwoorden op
rekenproblemen, enzovoort. Het weerspiegelt het lange termijn geheugen voor eerdere
ervaringen en is nauw verwant aan het verbale vermogen. De 2 vormen van intelligentie volgen
een verschillende ontwikkelingspad. Crystallized intelligence verhoogt op vroege leeftijd tot dat je
oud bent, terwijl fluid intelligence een piek heeft rond de leeftijd van 20 jaar en deze wordt daarna
weer lager. De hersengebieden die het meest actief zijn in de twee soorten intelligentie verschillen
ook: de activiteit in de prefrontale cortex is meestal erg actief bij fluid intelligence, maar is een
stuk minder actief bij crystallized intelligence..................................................................................39
Een andere visie (Thurstone) op intelligentie stelt dat de intelligentie van mensen wordt
samengesteld uit 7 primary mental abilities: woordvaardigheid, verbale betekenis, redeneren,
ruimtelijke visualisering, nummeren, geheugen en perceptuele snelheid. De correlaties tussen
deze vermogen is niet altijd even sterk en daarom is dit niet zo bruikbaar. Bijvoorbeeld, hoewel
ruimtelijke visualisatie en perceptuele snelheid maten zijn van vloeiende intelligentie, hebben
kinderen de neiging om meer gelijkaardig te presteren op twee tests van ruimtelijke visualisatie
dan op een test van ruimtelijke visualisatie en een test van perceptuele snelheid..........................39
Intelligence as numerous congitive processes..................................................................................39
,Een derde visie ziet intelligentie als bestaande uit talrijke, afzonderlijke processen.
Informatieverwerkingsanalyses van hoe mensen intelligentie-test items oplossen en hoe ze
alledaagse intellectuele taken zoals lezen, schrijven en rekenen uitvoeren, onthullen dat er een
groot aantal processen in het spel zijn. Deze processen omvatten herinneren, waarnemen,
bijwonen, begrijpen, coderen, associëren, veralgemenen, plannen, redeneren, concepten vormen,
problemen oplossen, strategieën genereren en toepassen, enzovoort. Het bekijken van
intelligentie als veel processen maakt het mogelijk om de mechanismen die betrokken zijn bij
intelligent gedrag nauwkeuriger te specificeren dan benaderingen die het zien als 'een enkele
eigenschap' of als 'meerdere vaardigheden'....................................................................................39
A proposed solution.........................................................................................................................39
Carrol introduceerde de three-stratum theory of intelligence. In de bovenste laag van de
hiërarchie, is g, in het midden zijn verschillende matig algemene vaardigheden (die zowel
crystallized als fluid intelligentie als andere competenties omvatten die vergelijkbaar zijn met de
zeven primaire mentale vaardigheden van Thurstone). Onderaan staan veel specifieke processen.
..........................................................................................................................................................39
De general intelligence heeft invloed op alle gematigde algemene vaardigheden, en zowel de
algemene intelligentie als de gematigde algemene vaardigheden hebben invloed op de specifieke
vaardigheden. Caroll's uitgebreide analyse van de onderzoeksliteratuur geeft aan dat alle drie de
analyseniveaus die we in dit hoofdstuk hebben besproken noodzakelijk zijn om de totaliteit van de
feiten over intelligentie te verantwoorden.......................................................................................40
Measuring intelligence.....................................................................................................................40
Een van Binet's diepgaande inzichten was dat de beste manier om intelligentie te meten is door
het observeren van de handelingen van mensen op taken die een verscheidenheid aan soorten
intelligentie vereisen: probleemoplossing, geheugen, taalbegrip, ruimtelijk redeneren, enzovoorts.
Het testen van intelligentie is zeer controversieel. Critici als Ceci en Sternberg stellen dat het
meten van een kwaliteit die zo complex en veelzijdig is als intelligentie een veel breder scala aan
vaardigheden vereist dan de huidige intelligentietesten; dat de huidige intelligentietesten cultureel
bevooroordeeld zijn; en dat het reduceren van iemands intelligentie tot een getal (de IQ-score)
simplistisch en ethisch quistioneerbaar is. Voorstanders stellen daarentegen dat intelligentietesten
beter zijn dan welke alternatieve methode dan ook voor belangrijke uitkomsten zoals schoolcijfers,
prestatiescores en beroepssuccessen; dan alternatieve methoden voor het nemen van
onderwijsbeslissingen, zoals evaluaties door leraren of psychologen, zijn onderhevig aan een
grotere mate van vertekening. Het kennen van de feiten over intelligentietesten en het begrijpen
van de kwesties rond het gebruik ervan is cruciaal voor het genereren van geïnformeerde
meningen over deze kwesties..........................................................................................................40
The contents of intelligence tests.....................................................................................................40
De punten op de tests die zijn ontwikkeld om de intelligentie op verschillende leeftijden te meten,
weerspiegelen de veranderende aspecten. Zo wordt aan 2-jarigen gevraagd om de in
lijntekeningen afgebeelde objecten te identificeren, een object te vinden dat zij eerder iemand
zagen verstoppen en elk van de drie objecten in een gat van de juiste vorm te plaatsen. De versie
aan 10-jarigen vraagt hen om woorden te definiëren, uit te leggen waarom bepaalde sociale
instellingen bestaan en de blokken in een plaatje aan te duiden waarin het bestaan van sommige
blokken moet worden afgeleid. Intelligentietesten hebben hun grootste succes en breedste
toepassing gehad met kinderen die minstens 5 of 6 jaar oud zijn. Het meest gebruikte instrument
voor intelligentietesten voor 6 jaar en ouder is de Wechsler Intelligence Scale for Children (WISC).
,De conceptie van intelligentie die ten grondslag ligt aan het WISC-V is consistent met het drie-
stratum raamwerk van Carroll, waarin wordt voorgesteld dat intelligentie algemene bekwaamheid
(g), verschillende matige bekwaamheden, en een groot aantal specifieke processen omvat. De test
levert niet alleen een algemene score op, maar ook afzonderlijke scores op matig algemene
vaardigheden - verbaal begrip, visueel-ruimtelijke verwerking, werkgeheugen, vloeiend redeneren
en verwerkingssnelheid....................................................................................................................40
Het meet deze vaardigheden omdat ze vaardigheden weerspiegelen die belangrijk zijn binnen
informatieverwerkingstheorieën, positief correleren met andere aspecten van intelligentie, en
gerelateerd zijn aan belangrijke uitkomsten, met name schoolcijfers en later beroepssucces........41
The intelligence quotient (IQ)...........................................................................................................41
Intelligentietesten zoals de WISC en de Standford-Binet bewijzen een algemene kwantitatieve
meting van de intelligentie van een kind ten opzichte van die van andere kinderen van dezelfde
leeftijd. Deze samenvattende maatstaf wordt aangeduid als het IQ van het kind
(intelligentiequotiënt). Dingen zoals de hoogte van mannen, de hoogte van vrouwen, de gewichten
van mannen, en de gewichten van vrouwen vallen in een normal distribution Dit is een
gegevenspatroon waarbij de scores symmetrisch rond een gemiddelde waarde vallen, waarbij de
meeste scores in de buurt van het gemiddelde vallen en steeds minder scores daarbuiten. IQ
weerspiegelt niet alleen het gemiddelde voor de test, maar ook de standard deviation, een maat
voor de variabiliteit van de scores binnen een verdeling. Een voordeel van dit scoresysteem is dat
IQ-scores op verschillende leeftijden gemakkelijk te vergelijken zijn, ondanks de grote toename
van kennis die de ontwikkeling bij alle kinderen begeleidt..............................................................41
Continuity of IQ scores.....................................................................................................................41
Longitudinale studies die dezelfde IQ-scores van kinderen op verschillende leeftijden hebben
gemeten, toonden in feite een indrukwekkende continuïteit vanaf de leeftijd van 5 jaar. Zo gaf één
studie aan dat dezelfde IQ-scores van kinderen op 5 en 15 jaar gecorreleerd waren met 0,67. Dit is
een opmerkelijke mate van continuïteit over een periode van 10 jaar. De IQ-score is misschien wel
de meest stabiele van alle psychologische kenmerken. Verschillende variabelen beïnvloeden de
mate van stabiliteit van de IQ-score in de tijd. De veranderingen in de score van hetzelfde kind van
de ene leeftijd naar de andere zijn ten minste gedeeltelijk te wijten aan willekeurige variaties in
factoren zoals de afwisseling en de stemming van het kind op de testdagen. Veranderingen in de
omgeving van het kind, zoals bij een echtscheiding, hertrouwen of verhuizing naar een betere of
slechtere buurt, kunnen ook leiden tot veranderingen in de IQ-score; de grotere gelijkenis van de
omgeving van het kind over kortere periodes draagt waarschijnlijk bij aan de grotere gelijkenis van
de scores over kortere periodes.......................................................................................................41
Review..............................................................................................................................................41
Longitudinale studies die dezelfde IQ-scores van kinderen op verschillende leeftijden hebben
gemeten, toonden in feite een indrukwekkende continuïteit vanaf de leeftijd van 5 jaar. Zo gaf één
studie aan dat dezelfde IQ-scores van kinderen op 5 en 15 jaar gecorreleerd waren met 0,67. Dit is
een opmerkelijke mate van continuïteit over een periode van 10 jaar. De IQ-score is misschien wel
de meest stabiele van alle psychologische kenmerken. Verschillende variabelen beïnvloeden de
mate van stabiliteit van de IQ-score in de tijd. De veranderingen in de score van hetzelfde kind van
de ene leeftijd naar de andere zijn ten minste gedeeltelijk te wijten aan willekeurige variaties in
factoren zoals de afwisseling en de stemming van het kind op de testdagen. Veranderingen in de
omgeving van het kind, zoals bij een echtscheiding, hertrouwen of verhuizing naar een betere of
slechtere buurt, kunnen ook leiden tot veranderingen in de IQ-score; de grotere gelijkenis van de
, omgeving van het kind over kortere periodes draagt waarschijnlijk bij aan de grotere gelijkenis van
de scores over kortere periodes.......................................................................................................41
IQ scores as predictors of important outcomes................................................................................41
IQ-scores zijn een sterke voorspeller van academisch, economisch en beroepsmatig succes. Ze
correleren positief en vrij sterk met schoolcijfers en prestaties van de prestatietest, zowel op het
moment van de test als jaren later. De IQ-score van een kind is nauwer gerelateerd aan het latere
beroepssucces van het kind dan aan de sociaal-economische status van het gezin van het kind, de
school waar het kind naartoe gaat of een andere bestudeerde variabele. Hoewel populaire boeken
beweren dat mensen met vrij hoge testscores cijfers en beroepssuccessen behalen die gelijk zijn
aan die van mensen met zeer hoge scores, gaf empirisch onderzoek aan dat zelfs aan de top van
de verdeling, hoe hoger de testscore, hoe hoger die latere prestatie waarschijnlijk zal zijn............41
Other predictors of succes................................................................................................................41
De andere kenmerken van een kind, zoals motivatie om te slagen, gewetensvolle intellectuele
nieuwsgierigheid, creativiteit, fysieke en mentale gezondheid en sociale vaardigheden oefenen ook
een belangrijke invloed uit. Bijvoorbeeld, self-discipline - het vermogen om acties te ondernemen,
regels te volgen en impulsieve reacties te vermijden - is meer voorspellend voor veranderingen in
rapporteringskaartscores tussen de 5e en 9e klas dan de IQ-score, hoewel de IQ-score meer
voorspellend is voor veranderingen in de prestatietestscores over dezelfde periode. Op dezelfde
manier voorspellen praktische intelligentie - vaardigheden die nuttig zijn in het dagelijks leven
maar die niet worden gemeten door traditionele intelligentietesten, zoals het nauwkeurig lezen
van andermans bedoelingen en het motiveren van anderen om effectief als een team te werken -
het succes op het werk buiten de invloed van de IQ-score om. Kenmerken van de omgeving zijn
vergelijkbaar: de aanmoediging van ouders en het modelleren van productieve carrières
voorspellen het beroepssucces van hun kinderen............................................................................42
Review..............................................................................................................................................42
IQ-scores zijn positief gerelateerd aan schoolcijfers en prestaties van de prestatietest, zowel op het
moment van de test als in de toekomst. Ze zijn ook positief gerelateerd aan professioneel succes in
de volwassenheid. Ze zijn echter niet de enige invloed op deze resultaten. Intellectuele
nieuwsgierigheid, creativiteit, zelfdiscipline, sociale vaardigheden, praktische intelligentie en vele
andere factoren dragen ook bij........................................................................................................42
Genes, environment, and the development of intelligence.............................................................42
Het bioecologisch model van Bronfenbrenner stelt dat het leven van een kind een ingebedde serie
is van steeds meer omvattende omgevingen. Het kind staat in het midden met daaromheen de
directe omgeving. Daaromheen de omgeving die meer op afstand is..............................................42
Qualities of the child.........................................................................................................................42
Kinderen dragen in grote mate bij aan hun eigen intellectuele ontwikkeling door hun genetisch
vermogen, de reacties die ze bij andere mensen opwekken en hun keuze van de omgeving..........42
Genetic contributions to intelligence................................................................................................42
Het gen beïnvloedt de intelligentie aanzienlijk. Deze genetische invloed varieert sterk met de
leeftijd; het is gematigd in de vroege kinderjaren en wordt groot door de adolescentie en de
volwassenheid. IQ-scores van geadopteerde kinderen en hun biologische ouders worden steeds
meer gecorreleerd naarmate de kinderen zich ontwikkelen, zelfs zonder onderling contact. maar
de scores van geadopteerde kinderen en hun adoptiepartners worden in de loop van de
ontwikkeling minder gecorreleerd. Een reden voor deze toenemende genetische instroom is dat