Ouderenpsychologie OU PB2102
,Dit document bevat belangrijke informatie uit de hoofdstukken 1 t/m 7, 9 t/m 15, 17, 19,
20, 25 en 30 uit het handboek ‘Ouderenpsychologie’. Daarnaast bevat het de uitwerking
van de hoofdstukken 1 t/m 3 uit de Reader: ‘Happy and healthy ageing: een
gezondheidspsychologisch perspectief’. Verder zijn nog een aantal onderzoeksartikelen
samengevat.
Het document is onderverdeeld in studietaken en leerdoelen, die voortkomen uit het
studieprogramma Ouderenpsychologie PB2102 van de Open Universiteit.
,Inhoudsopgaven
STUDIETAAK 1.1 OUDERENPSYCHOLOGIE EN BEELDVORMING OVER OUDER WORDEN ........................ 4
STUDIETAAK 1.2 – LEVENSLOOPTHEORIEËN ....................................................................................... 10
STUDIETAAK 1.3 – EEN SOCIAAL PERSPECTIEF OF VEROUDERING ....................................................... 16
STUDIETAAK 2.1 – ZINGEVING EN KWALITEIT VAN LEVEN ..................................................................... 21
STUDIETAAK 2.2 – VERLIES, ROUW EN LEVENSEINDE .......................................................................... 37
STUDIETAAK 2.3 – OUDEREN EN SEKSUALITEIT.................................................................................... 50
STUDIETAAK 3.1 – BIOLOGISCHE EN GEZONDE VEROUDERING ........................................................... 57
STUDIETAAK 3.2 – LEEFSTIJLGEDRAG EN DETERMINANTEN ................................................................. 68
STUDIETAAK 3.3 – GEZONDHEIDSPSYCHOLOGISCHE INTERVENTIES................................................... 71
STUDIETAAK 4.1 – PERSPECTIEVEN OP VEROUDERING IN RELATIE TOT WERK EN PENSIONERING ........ 84
STUDIETAAK 4.2 – VERVULLEN VAN MEERDERE ROLLEN...................................................................... 92
STUDIETAAK 4.3 – PENSIONERING ...................................................................................................... 96
STUDIETAAK 5.1 – COGNITIE EN COGNITIEVE TRAINING .................................................................... 102
STUDIETAAK 5.2 – STEMMING EN PERSOONLIJKHEID ........................................................................ 125
STUDIETAAK 5.3 – PSYCHOLOGISCHE INTERVENTIES ........................................................................ 141
STUDIETAAK 6.1 – CASUS MENEER EN MEVROUW DE KORT ............................................................... 154
, Studietaak 1.1 Ouderenpsychologie en beeldvorming
over ouder worden
Beschrijving van veranderde visie op gezondheid en zorg van afgelopen
jaren
• Het beeld dat wij hebben van ouder worden, ouderen en ouderdom is het resultaat
van maatschappelijk krachtenspel waarin politiek, media, bedrijven en ook ouderen
zelf een rol spelen.
Leeftijdsgrens van oud worden/ oud zijn kan aan de hand van:
– Pensioen (65/67)
– Lid worden ouderenbond (50)
– Wetenschappelijk (75 -80+)
– Gedachten van de mens zelf (50 – Abraham/Sarah)
• 5 levensloopfasen:
1. Vroege jeugd (0-15)
2. Jongvolwassenheid (15-30)
3. Consolidatie en spitsuur (30-60)
4. Actieve ouderdom (60-80)
5. Intensieve verzorging (80+)
• In jaren 60 werden bejaardenhuizen gebouwd en gewild om ouderen te
ondersteunen in hun zelfstandigheid. Nu heeft het begrip zelfstandigheid een totaal
andere invulling gekregen, namelijk thuis blijven wonen.
• Beelden en verwachtingen spelen een belangrijke rol in zorg
– Bij gesprekken tussen artsen en ouderen vaak sprake van miscommunicatie en
interpretatie van symptomen (wat bijdraagt aan minder goede behandeling)
– Uit onderzoek blijkt dat het behandelen van ouderen in de geestelijke
gezondheid wel degelijk zin heeft, maar toch krijgen 80-plussers minder vaak
psychologische hulp aangeboden dan 40-jarigen.
• In de gezondheidszorg komt er steeds meer aandacht voor de veerkracht van
mensen, ook voor die van ouderen.
– Eigen kracht stimuleren
• Verandering van verzorgingsstaat naar participatiestaat
– De nieuwe benadering van eigen kracht is terug te zien in het beleid voor zorg en
welzijn. Vroeger was de staat verantwoordelijk voor het verlenen van zorg en het
bevorderen van welzijn. Nu nemen burgers zelf verantwoordelijkheid voor hun
eigen gezondheid en welzijn.
– Hulpverleners worden niet meer gezien als ‘probleemoplossers’, maar als
‘begeleiders’ in het behouden van regie.