Samenvatting
Ontwikkelings Psychologie II
Levensloop vanaf de jongvolwassenheid
8e editie
ISBN: 978-90-430-3619-1
Deze samenvatting bevat alle zeven hoofdstukken. Van de eerste zes hoofdstukken is ook een
begrippenlijst gemaakt die ook kan dienen als oefentoets over de stof. Aan de linkerzijde staan
begrippen of theorieën die benoemt zijn in de stof waarover je iets moet kunnen vertellen.
Ik heb deze samenvatting zelf gebruikt voor het leren en het hielp mij enorm!
Ik wens je alvast heel veel succes met het leren en het halen van je tentamen(s)
P.S als je een opmerking hebt laat het alsjeblieft weten!
,Inhoud
Hoofdstuk 1 ....................................................................................................................................... 3
Tekst .............................................................................................................................................. 3
Begrippenlijst ................................................................................................................................ 8
Hoofdstuk 2 ..................................................................................................................................... 11
Tekst ............................................................................................................................................ 11
Begrippenlijst .............................................................................................................................. 17
Hoofdstuk 3 ..................................................................................................................................... 20
Tekst ............................................................................................................................................ 20
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 27
Hoofdstuk 4 ..................................................................................................................................... 30
Tekst ............................................................................................................................................ 30
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 34
Hoofdstuk 5 ..................................................................................................................................... 36
Tekst ............................................................................................................................................ 36
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 41
Hoofdstuk 6 ..................................................................................................................................... 44
Tekst ............................................................................................................................................ 44
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 48
Hoofdstuk 7 ..................................................................................................................................... 52
Tekst ............................................................................................................................................ 52
,Hoofdstuk 1
Tekst
Lichamelijke ontwikkeling en rijping is rond het twintigste levensjaar voltooid.
Veroudering: De natuurlijke lichamelijke achteruitgang die wordt veroorzaakt door het ouder
worden.
De groei gaat echter nog steeds door, vooral bij late rijpers (in je twintigste jaren).
De hersenen blijven in omvang groeien tot ze ergens tijdens de vroege volwassenheid hun max
bereiken. Later zullen de hersenen weer in volume afnemen
Myelinisering: Vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon omhult. Myelin geeft de
witte stof zijn witte kleur. Het zorgt ervoor dat zenuwimpulsen sneller worden doorgestuurd
Myelinisering ondersteun de cognitieve vordering.
De prefrontale cortex is waar de executieve functies zetelen. Executieve functies zijn de
mogelijkheden die wij hebben om onszelf te organiseren en om te plannen
Zintuigen zijn hier ook op hun best, de ogen worden pas rond het 40ste levensjaar slechter.
Gehoor is bij vrouwen gevoeliger voor hoge tonen dan bij mannen. Alle andere zintuigen zijn hier
ook goed en nemen pas af bij het 50ste levensjaar
Voor een gezond lichaam moeten mensen wel goed gaan eten en sporten, het komt niet vanzelf
Echter niet iedereen kan sporten, mensen met een lage SES kunnen het vaak minder doen. 1 op de
drie Nederlanders beweegt te weinig. Kinderen uit hoger onderwijs sporten ook vaak eerder dan
mensen uit lager onderwijs.
Volgens de Hartstisching en het WHO is dagelijks een halfuur matige inspanning al voldoende.
Matige inspanning is stevig wandelen in een tempo van vijf tot zes kilometer per uur, fietsen met een
snelheid van achttien kilometer per uur, tafeltennissen, of kanoën met een tempo van vier tot zeven
kilometer per uur.
Door sport worden spieren sterker, grotere longcapaciteit, het verbetert de conditie van het
cardiovasculaire systeem waardoor het hart en bloedvaten beter gaan werken.
Mogelijk stimuleert lichaamsbeweging ook het immuunsysteem van het lichaam, waardoor we beter
ziekten kunnen bestrijden. Lichaamsbeweging verminderd stress en angst. Het kan je het gevoel
geven dat je controle hebt over je lichaam.
Mannen hebben een grotere kans op overlijden dan vrouwen
De kans dat een volwassene tussen de twintig en de veertig jaar sterft door een ongeluk (vooral in
het verkeer) is veel groter dan de kans dat hij sterft aan andere oorzaken
andere killers: kanker, hartziekten en uitwendige doodsoorzaken (naast verkeersongelukken zitten
hier heel veel zelfmoorden tussen) Het gebruik van middelen vergroot de kans van deze
doodsoorzaken.
Secundaire veroudering: lichamelijke aftakeling die veroorzaakt wordt door omgevingsfactoren of
individueel gedrag.
, Cultuur heeft een verband met secundaire veroudering, ook geslacht en ras, en het risico op sterfte
tijdens de vroege volwassenheid.
Uit statistieken blijkt dat de verhouding tussen mannen en vrouwen tussen de 25 en 30 ongeveer
gelijk is. Het aantal sterftes is bij de mannen wel dubbel dan bij de vrouwen, dit komt door het grote
aantal ongevallen die mannen meer meemaken.
De drie richtlijnen voor gezond eten:
1. Eet in verhouding meer voeding van plantaardige dan van dierlijke oorsprong
2. Geef de voorkeur aan weinig of niet-bewerkte voeding en eet zo weinig mogelijk ultra-
bewerkte voeding
3. Vermijd overconsumptie en voedselverspilling
Volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven is water drinken het belangrijkste
Wanneer tieners groeien kunnen ze wel veel junkfood hebben omdat ze nog groeien, wanneer ze
echter de volwassenheid in komen kunnen ze dit niet meer.
Overgewicht: lichaamsgewicht dat twintig procent hoger ligt dan het gemiddelde voor iemand met
een bepaalde lengte.
Vooral jongvolwassenen hebben last van overgewicht en komen vaak in een cyclus van aankomen ->
afvallen -> aankomen ->afvallen enzo. Dit komt omdat een dieet vaak niet werkt, het advies is
daarom ook maar om geen dieet te volgen, zolang ze dingen maar met mate gaan eten.
Anorexia nervosa is een eetstoornis waarbij mensen permanent op dieet zijn (dit komt vooral bij
vrouwen voor). Het ondergewicht van 30% bij is dan ook niet raar als je spreekt over anorexia.
Gemiddeld is de ziekteduur 4 jaar. Volgens de DSM 5 staat anorexia gekarakteriseerd door een laag
lichaamsgewicht en een verstoord lichaamsbeeld. Er zijn ook twee types volgens de DSM 5
- Beperkende type, hierbij heeft iemand tijdens een episode van anorexia niet geregeld vreetbuien of
laxeert/braakt/diuretica of klysma’s misbruikt.
- Vreetbuien/purgerende type, waarbij iemand tijdens een episode van anorexia nervosa geregeld
vreetbuien heeft of purgeert.
Een niet aangeboren handicap wil eggen dat iemand op latere leeftijd door een ongeluk of ziekte
gehandicapt raakt.
ADL: algemene dagelijkse levensverrichtingen
HDL: huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen
Mensen met een handicap krijgen allerlei hulpmiddelen zoals rollators en scootmobiels. Mensen met
een handicap hebben nog wel vaak te maken met vooroordelen en discriminatie bij toegang tot de
arbeidsmarkt en andere vormen van maatschappelijke participatie. Soms zien gehandicapte mensen
ook alleen maar hun beperking (doordat ze erop focussen) waardoor ze hun eigen andere
eigenschappen over het hoofd zien.
Stress: de lichamelijke en emotionele reactie op gebeurtenissen die ons bedreigen of uitdagen
Psychoneuro-immunolgie (PNI): onderzoek naar de relatie tussen de hersenen, het immuunsysteem
en psychologische factoren.
Onderzoekers hebben ontdekt dat stress verschillende gevolgen kan hebben.
Het rechtstreekse gevolg is biologisch: een versnelde hartslag, verhoogde bloeddruk en meer
Ontwikkelings Psychologie II
Levensloop vanaf de jongvolwassenheid
8e editie
ISBN: 978-90-430-3619-1
Deze samenvatting bevat alle zeven hoofdstukken. Van de eerste zes hoofdstukken is ook een
begrippenlijst gemaakt die ook kan dienen als oefentoets over de stof. Aan de linkerzijde staan
begrippen of theorieën die benoemt zijn in de stof waarover je iets moet kunnen vertellen.
Ik heb deze samenvatting zelf gebruikt voor het leren en het hielp mij enorm!
Ik wens je alvast heel veel succes met het leren en het halen van je tentamen(s)
P.S als je een opmerking hebt laat het alsjeblieft weten!
,Inhoud
Hoofdstuk 1 ....................................................................................................................................... 3
Tekst .............................................................................................................................................. 3
Begrippenlijst ................................................................................................................................ 8
Hoofdstuk 2 ..................................................................................................................................... 11
Tekst ............................................................................................................................................ 11
Begrippenlijst .............................................................................................................................. 17
Hoofdstuk 3 ..................................................................................................................................... 20
Tekst ............................................................................................................................................ 20
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 27
Hoofdstuk 4 ..................................................................................................................................... 30
Tekst ............................................................................................................................................ 30
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 34
Hoofdstuk 5 ..................................................................................................................................... 36
Tekst ............................................................................................................................................ 36
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 41
Hoofdstuk 6 ..................................................................................................................................... 44
Tekst ............................................................................................................................................ 44
Begrippenlijst/ oefentoets ........................................................................................................... 48
Hoofdstuk 7 ..................................................................................................................................... 52
Tekst ............................................................................................................................................ 52
,Hoofdstuk 1
Tekst
Lichamelijke ontwikkeling en rijping is rond het twintigste levensjaar voltooid.
Veroudering: De natuurlijke lichamelijke achteruitgang die wordt veroorzaakt door het ouder
worden.
De groei gaat echter nog steeds door, vooral bij late rijpers (in je twintigste jaren).
De hersenen blijven in omvang groeien tot ze ergens tijdens de vroege volwassenheid hun max
bereiken. Later zullen de hersenen weer in volume afnemen
Myelinisering: Vettige stof die op veel plaatsen in het zenuwstelsel het axon omhult. Myelin geeft de
witte stof zijn witte kleur. Het zorgt ervoor dat zenuwimpulsen sneller worden doorgestuurd
Myelinisering ondersteun de cognitieve vordering.
De prefrontale cortex is waar de executieve functies zetelen. Executieve functies zijn de
mogelijkheden die wij hebben om onszelf te organiseren en om te plannen
Zintuigen zijn hier ook op hun best, de ogen worden pas rond het 40ste levensjaar slechter.
Gehoor is bij vrouwen gevoeliger voor hoge tonen dan bij mannen. Alle andere zintuigen zijn hier
ook goed en nemen pas af bij het 50ste levensjaar
Voor een gezond lichaam moeten mensen wel goed gaan eten en sporten, het komt niet vanzelf
Echter niet iedereen kan sporten, mensen met een lage SES kunnen het vaak minder doen. 1 op de
drie Nederlanders beweegt te weinig. Kinderen uit hoger onderwijs sporten ook vaak eerder dan
mensen uit lager onderwijs.
Volgens de Hartstisching en het WHO is dagelijks een halfuur matige inspanning al voldoende.
Matige inspanning is stevig wandelen in een tempo van vijf tot zes kilometer per uur, fietsen met een
snelheid van achttien kilometer per uur, tafeltennissen, of kanoën met een tempo van vier tot zeven
kilometer per uur.
Door sport worden spieren sterker, grotere longcapaciteit, het verbetert de conditie van het
cardiovasculaire systeem waardoor het hart en bloedvaten beter gaan werken.
Mogelijk stimuleert lichaamsbeweging ook het immuunsysteem van het lichaam, waardoor we beter
ziekten kunnen bestrijden. Lichaamsbeweging verminderd stress en angst. Het kan je het gevoel
geven dat je controle hebt over je lichaam.
Mannen hebben een grotere kans op overlijden dan vrouwen
De kans dat een volwassene tussen de twintig en de veertig jaar sterft door een ongeluk (vooral in
het verkeer) is veel groter dan de kans dat hij sterft aan andere oorzaken
andere killers: kanker, hartziekten en uitwendige doodsoorzaken (naast verkeersongelukken zitten
hier heel veel zelfmoorden tussen) Het gebruik van middelen vergroot de kans van deze
doodsoorzaken.
Secundaire veroudering: lichamelijke aftakeling die veroorzaakt wordt door omgevingsfactoren of
individueel gedrag.
, Cultuur heeft een verband met secundaire veroudering, ook geslacht en ras, en het risico op sterfte
tijdens de vroege volwassenheid.
Uit statistieken blijkt dat de verhouding tussen mannen en vrouwen tussen de 25 en 30 ongeveer
gelijk is. Het aantal sterftes is bij de mannen wel dubbel dan bij de vrouwen, dit komt door het grote
aantal ongevallen die mannen meer meemaken.
De drie richtlijnen voor gezond eten:
1. Eet in verhouding meer voeding van plantaardige dan van dierlijke oorsprong
2. Geef de voorkeur aan weinig of niet-bewerkte voeding en eet zo weinig mogelijk ultra-
bewerkte voeding
3. Vermijd overconsumptie en voedselverspilling
Volgens het Vlaams Instituut Gezond Leven is water drinken het belangrijkste
Wanneer tieners groeien kunnen ze wel veel junkfood hebben omdat ze nog groeien, wanneer ze
echter de volwassenheid in komen kunnen ze dit niet meer.
Overgewicht: lichaamsgewicht dat twintig procent hoger ligt dan het gemiddelde voor iemand met
een bepaalde lengte.
Vooral jongvolwassenen hebben last van overgewicht en komen vaak in een cyclus van aankomen ->
afvallen -> aankomen ->afvallen enzo. Dit komt omdat een dieet vaak niet werkt, het advies is
daarom ook maar om geen dieet te volgen, zolang ze dingen maar met mate gaan eten.
Anorexia nervosa is een eetstoornis waarbij mensen permanent op dieet zijn (dit komt vooral bij
vrouwen voor). Het ondergewicht van 30% bij is dan ook niet raar als je spreekt over anorexia.
Gemiddeld is de ziekteduur 4 jaar. Volgens de DSM 5 staat anorexia gekarakteriseerd door een laag
lichaamsgewicht en een verstoord lichaamsbeeld. Er zijn ook twee types volgens de DSM 5
- Beperkende type, hierbij heeft iemand tijdens een episode van anorexia niet geregeld vreetbuien of
laxeert/braakt/diuretica of klysma’s misbruikt.
- Vreetbuien/purgerende type, waarbij iemand tijdens een episode van anorexia nervosa geregeld
vreetbuien heeft of purgeert.
Een niet aangeboren handicap wil eggen dat iemand op latere leeftijd door een ongeluk of ziekte
gehandicapt raakt.
ADL: algemene dagelijkse levensverrichtingen
HDL: huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen
Mensen met een handicap krijgen allerlei hulpmiddelen zoals rollators en scootmobiels. Mensen met
een handicap hebben nog wel vaak te maken met vooroordelen en discriminatie bij toegang tot de
arbeidsmarkt en andere vormen van maatschappelijke participatie. Soms zien gehandicapte mensen
ook alleen maar hun beperking (doordat ze erop focussen) waardoor ze hun eigen andere
eigenschappen over het hoofd zien.
Stress: de lichamelijke en emotionele reactie op gebeurtenissen die ons bedreigen of uitdagen
Psychoneuro-immunolgie (PNI): onderzoek naar de relatie tussen de hersenen, het immuunsysteem
en psychologische factoren.
Onderzoekers hebben ontdekt dat stress verschillende gevolgen kan hebben.
Het rechtstreekse gevolg is biologisch: een versnelde hartslag, verhoogde bloeddruk en meer