1. Een veranderende kijk op (mond)zorg
Het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van
fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Deze definiëring van
gezondheid bepaalt in hoge mate het huidig en toekomstig beleid zowel voor de invulling
van geboden zorg als van preventie in de zorg. Optimale fysieke gezondheid, het ideaal
van volledig welzijn zoals al in 1948 door de WHO gedefinieerd, is niet meer het centrale
doel. Belangrijker is dat de patiënt zich kan redden in de maatschappij én hiervoor ook
verantwoordelijkheid neemt. De mondhygiënist deed in 1967 haar (inderdaad, toen
alleen nog vrouwen) intrede in Nederland. De mondhygiënist werd rechtstreeks
toegankelijk en zelfstandig bevoegd voor het gehele deskundigheidsgebied, behalve voor
de drie voorbehouden handelingen (het geven van lokale anesthesie, het prepareren en
restaureren van primaire caviteiten en het maken en interpreteren van röntgenfoto’s).
Daarnaast is er een paradigmaverschuiving in de gezondheidszorg van cure naar care en
is er steeds meer aandacht voor gedrag en gezondheid en de eigen verantwoordelijkheid
van de patiënt hierin. De discussie over de definitie van gezondheid heeft geleid tot een
nieuwe definitie, waarbij de focus ligt op gedrag en gezondheid: ‘Gezondheid is het
vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren in het licht van
fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Gezond zijn betekent zich
kunnen aanpassen aan verstoringen, veerkracht hebben, een balans weten te
handhaven of te hervinden zowel lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk’
Functioneren is het in staat zijn om zelf of met hulp van het sociaal netwerk en
hulpmiddelen zoals technologie, activiteiten te verrichten die van betekenis zijn voor de
persoon, in zijn of haar leefomgeving. Veerkracht is het vermogen van (groepen) burgers
om lichamelijk, psychisch en sociaal te anticiperen, te reageren op en zich aan te
passen aan een voorspelbare of onvoorspelbare gebeurtenis of verandering in de
context van de persoonlijke leefwereld. Eigen regie is het fysieke, psychische en sociale
vermogen zelf sturing te geven aan het leven. Positieve gezondheid zoals dat in 2016
beschreven is door Huber, biedt zorgprofessionals de mogelijkheid om breder te kijken
en te zoeken naar andere zorg en welzijnsprofessionals die een bijdrage kunnen leveren
en kunnen helpen bij het oplossen van het complexe vraagstuk van een patiënt. Dit
betekent dat de mondzorgprofessional de blik meer naar buiten moet richten.
Wanneer de focus ligt op gedrag en gezondheid is preventie een belangrijke pijler.
Randvoorwaarden hierbij zijn een patiënt die meewerkt door zich gezond te gaan
gedragen en daarmee zijn gezondheid verbetert, en de skills van de zorgprofessional om
de patiënt tot die gedragsverandering aan te zetten en hierin te begeleiden.
Er zijn twee vormen van taakverdeling:
, a. Taakdelegatie, Bij taakdelegatie wordt een taak overgedragen aan een lager
gekwalificeerde medewerker.
b. Taakherschikking, Bij taakherschikking in de gezondheidszorg gaat het om het
structureel verschuiven van taken, met bijbehorende bevoegdheden en
verantwoordelijkheden, van het ene beroep naar het andere
De toekomstige professional handelt vanuit de vraag: Wat is nodig om het functioneren
van de patiënt te herstellen dan wel te bevorderen? Anders kijken, anders leren én
anders doen zijn noodzakelijk om antwoord te kunnen geven op uitdagingen voor de
professional van de toekomst. Dit is beschreven in de volgende vijf beeldbepalende
factoren in de (toekomstige) relatie tussen zorgprofessional en patiënt.
Eigen regie/zelfmanagement: van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. De patiënt is eigenaar
van de eigen gezondheid en neemt hierin de regie.
De kritisch reflecterende professional is in staat om planmatig gegevens en informatie te
verzamelen, te interpreteren en te analyseren voor het oplossen van
praktijkvraagstukken. Reflecteren is het steeds opnieuw herzien van het bestaande
denkkader. Er zijn twee vormen van reflecteren: reflectie op het eigen handelen (on
action) en reflectie tijdens het eigen handelen (in action). Deze twee zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden.
Interprofessioneel samenwerken is een proces van samenwerking tussen verschillende
disciplines met de (zorg)vraag van de patiënt als uitgangspunt. De (zorg)vraag van de
patiënt wordt in onderlinge afstemming vertaald naar een zorgplan. De zorgverlener is in
dit interprofessioneel samenwerken de specialist op het eigen vakgebied, die ook in
staat is om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken en verbindingen te
leggen: de T-shaped professional.
Zorg en technologie: De zorgprofessionals zullen moeten leren deze mogelijkheden, ook
wel e-health genoemd, in te zetten. Er zijn drie soorten e-healthdiensten:
• In de primaire zorg rondom de patiënt: diagnose, therapie en begeleiding.
• In de preventie en voorlichting.
• In de ondersteuning van de zorg: bijv. logistiek, administratie, financiering,
dossiervorming en kwaliteitsmonitoring.
Deze ontwikkelingen hebben consequenties voor de organisatie en structuur van de zorg
en vergen van de zorgprofessional een continue aanpassing aan vernieuwingen. Kennis
veroudert snel en permanent leren in teams, organisaties en netwerken draagt bij aan
een betere aansluiting bij de veranderende hulp- en zorgvragen.
Ondernemende vaardigheden van de zorgprofessional: Onder ondernemendheid
verstaan we zowel ondernemerschap als een ondernemende houding. In de huidige en
, toekomstige tijd is het ondernemend zijn een noodzaak voor de zorgprofessional. Van
een zorgprofessional wordt verwacht dat die vanuit interesse in de patiënt en
vakinhoudelijke motivatie kansen ziet voor de patiënt en de organisatie waarvoor hij
werkt. Dat is nodig om tijdig en dynamisch te kunnen reageren op de steeds sneller
veranderende zorgmarkt.
De ‘klassieke’ gedachte van de zorgverlener als regisseur van de zorg zal verdwijnen: de
autonome patiënt zal primair (leren) zelf de regie over zijn zorg te organiseren, al dan niet
met ondersteuning van een zorgverlener, waarbij meerdere zorgverleners betrokken zijn.
Deze verandering zal nieuw zijn voor de patiënt en vraagt ook van hen in deze transitie
mee te gaan. De patiënt zal steeds meer een actieve rol spelen bij het bepalen welke
zorg voor hem nodig/gewenst is (shared decision making)
2. Het domein van de mondhygiënist
Alle ingrepen die de mondhygiënist bij de beroepsuitoefening toepast, zijn doorspekt
met preventieve handelingen, worden minimaal invasief uitgevoerd en zijn erop gericht
dat de patiënt steeds opnieuw kan beginnen met een ‘gezonde’ mond. Deze manier van
werken herhaalt zich met als doel dat de patiënt uiteindelijk zelf de verantwoordelijkheid
kan nemen voor zijn mondgezondheid én dat de mondgezondheid van de patiënt een
steeds hoger niveau bereikt (structurele mondzorg). De mondhygiënist monitort de
mondgezondheid en ondersteunt de patiënt in het managen van de eigen
mondgezondheid.
Het handelen van de mondhygiënist wordt onderbouwd met kennis uit de medische
weten schappen, de gedragswetenschappen en de mondzorg(kunde). Het gaat om
gepersonaliseerde zorg, maar ook in de collectieve mondzorgpreventie spelen
mondhygiënisten een belangrijke rol.
De therapeutische interventies die de mondhygiënist uitvoert, zijn onder andere het non
chirurgisch behandelen van tandvleesproblemen (gingivitis en parodontitis), het
prepareren en restaureren van primaire caviteiten (minimaal invasief) en sealen.
Daarnaast is de mondhygiënist bevoegd voor het geven van anesthesie en het indiceren,
maken en interpreteren van röntgenfoto’s voor een zorgvuldige diagnosestelling en een
risico-inschatting binnen het deskundigheidsgebied.
• Universele preventie richt zich op de gezonde bevolking (of delen daarvan) en
bevordert en beschermt actief de gezondheid van de bevolking. Denk bijvoorbeeld aan
tv-reclames over elektrisch poetsen.
• Selectieve preventie richt zich op bevolkingsgroepen met een verhoogd risico en
voorkomt dat personen met één of meerdere risicofactoren (determinanten) voor een