Week 1
Types onderzoeksvragen
- Positiefrechtelijke vragen: doctrinaire analyse van geldende regels
van positieve recht en ontwikkeling daarvan o.b.v. rechtsbronnen en
interpretatie daarvan
o Is sanctie juridisch gezien toegestaan? (Is dochterbedrijf ook
aansprakelijk voor schade veroorzaakt door hoofdbedrijf?)
o Kijken naar geldende regels en relevante jurisprudentie
- Rechtsfilosofische vragen: analyse van rechtvaardigheid en
wenselijkheid van rechtsregels o.b.v. filosofische uitgangspunten of
theorieën
o Is de sanctie rechtvaardig en wenselijk? (Moeten bedrijven
aansprakelijk kunnen worden gesteld voor milieuschade?)
o Kijken naar wat andere filosofen en theoretische denkers
vinden en verschillende standpunten analyseren
- Empirische vragen: analyse van werking van recht in praktijk en
wijze waarop betrokkenen dit ervaren en geïnterpreteerd wordt
o.b.v. sociaalwetenschappelijke methoden en dataverzameling
o In hoeverre gaat sanctie effectief zijn in werkelijkheid? (Schrikt
boete Chemour andere bedrijven af?)
o Kijken naar dataverzameling afkomstig uit sociale
wetenschappen (observatie, enquêtes, experimenten)
o Goede onderzoeksvraag is: voldoende afgebakend,
maatschappelijk en wetenschappelijk relevant
Basisaannames
- Mensen hebben kennis van het recht
- Deze kennis bepaalt hun reactie op hun gebruik van het recht
- Dit veronderstelt dat de tekst van het recht ook een directe invloed
heeft op de uiteindelijke werking van het recht
- Werkelijkheid: kennis van recht is beperkt
,Verschillen juridisch en empirisch onderzoek
Dimensie Juridisch Empirisch
Onderzoeksdoelen Praktisch en normatief
Beschrijvend/
verklarend en objectief
Perspectief Intern (binnen Extern (verplaatsen in
rechtssysteem) de respondent)
Methode Geesteswetenschappel Sociaalwetenschappelij
ijk: interpretatie k: systematisch data
teksten verzamelen en
(hermeneutisch) analyseren
(replicatiestandaard)
Kennisclaims Gebonden aan Persoonsonafhankelijk
autoriteit, tijd en en universeel
plaats
Typen empirisch onderzoek
- Kwalitatief: verkennen en interpreteren van het te bestuderen
fenomeen en op het genereren van theorieën en hypothesen ->
verplaatsen in standpunt van actoren (geringer aantal personen,
maar met meer detail en meer inductief)
o Inductief: vanuit specifieke generaliseren naar abstracte (eerst
waarnemingen en dan theorie formuleren)
- Kwantitatief: toetsen van hypothesen en theorieën -> verzamelen
getalsmatige patronen voor statistische analyse (groter aantal
personen, minder detail)
o Deductief: vanaf abstracte naar specifiek (vanaf bestaande
theorieën) -> bestaande theorieën toetsen
Typen kwalitatief onderzoek
- Participerende observatie: bestudering van processen in
werkelijkheid tijdens participatie in die processen
- Diepte-interviews: data verzamelen door vragen te snellen aan
respondenten
- Focusgroepen: groepsgesprekken o.l.v. moderator gericht op
achterhalen verschillende en gedeelde visies op bepaald onderwerp
- Inhoudsanalyse: systematische analyse van inhoud van teksten
, Typen kwantitatief onderzoek
- Enquêtes: data verzameld d.m.v. vragenlijst ingevuld door
respondenten
- Statistische analyse van bestaande datasets: analyse van data
verzameld door overheid of bedrijfsleven
- Laboratoriumexperiment: testen effect van interventies/variabele in
gecontroleerde onderzoeksomgeving
- Veldexperiment: testen effect van interventies/variabele in
dagelijkse praktijk
- Quasi-experimenten: vergelijken data tussen twee of meer
praktische situaties die van elkaar verschillen op een (of beperkt
aantal) variabele
Mixen van onderzoeksmethodes
- Mixen van onderzoeksmethoden: triangulatie -> leidt tot nog
nauwkeuriger inzicht
- Mixen van kwalitatieve EN kwantitatieve methoden: multi-methods
- Mixen van kwalitatieve OF kwantitatieve methoden: mixed-methods
Kwaliteitsaspecten van empirisch-juridisch onderzoek
- Validiteit: mate waarin onderzoeker daadwerkelijk onderzoekt wat zij
bedoelt te onderzoeken -> geeft het natuurgetrouw beeld van de
werkelijkheid?, mensen kunnen ook sociaal wenselijk antwoord
geven
o Kwantitatief onderzoek: meet onderzoeker wat ze wil meten?
o Kwalitatief onderzoek: is het aannemelijk en nauwkeurig? ->
thick description: uitvoerige beschrijving kan bijdragen
o Alleen van toepassing op eigen bevindingen, niet op
bestaande
o Voorbeeld: Heeft aanwezigheid onderzoekers reactie op boete
van boa’s beïnvloed?
- Generaliseerbaarheid: mate waarin bevindingen van onderzoek ook
kunnen worden toegepast op andere situaties
o Voorbeeld: Zegt een studie over telefoongebruik in auto in
China ook iets over telefoongebruik in auto in Nederland?
- Robuustheid: Mate waarin onderzoeker betrouwbare conclusies trekt
over verbanden tussen onderzochte verschijnselen/gedragingen
o Correlatie: wel samenhang, maar geen oorzakelijk verband ->
meer A betekent meer B en andersom
Types onderzoeksvragen
- Positiefrechtelijke vragen: doctrinaire analyse van geldende regels
van positieve recht en ontwikkeling daarvan o.b.v. rechtsbronnen en
interpretatie daarvan
o Is sanctie juridisch gezien toegestaan? (Is dochterbedrijf ook
aansprakelijk voor schade veroorzaakt door hoofdbedrijf?)
o Kijken naar geldende regels en relevante jurisprudentie
- Rechtsfilosofische vragen: analyse van rechtvaardigheid en
wenselijkheid van rechtsregels o.b.v. filosofische uitgangspunten of
theorieën
o Is de sanctie rechtvaardig en wenselijk? (Moeten bedrijven
aansprakelijk kunnen worden gesteld voor milieuschade?)
o Kijken naar wat andere filosofen en theoretische denkers
vinden en verschillende standpunten analyseren
- Empirische vragen: analyse van werking van recht in praktijk en
wijze waarop betrokkenen dit ervaren en geïnterpreteerd wordt
o.b.v. sociaalwetenschappelijke methoden en dataverzameling
o In hoeverre gaat sanctie effectief zijn in werkelijkheid? (Schrikt
boete Chemour andere bedrijven af?)
o Kijken naar dataverzameling afkomstig uit sociale
wetenschappen (observatie, enquêtes, experimenten)
o Goede onderzoeksvraag is: voldoende afgebakend,
maatschappelijk en wetenschappelijk relevant
Basisaannames
- Mensen hebben kennis van het recht
- Deze kennis bepaalt hun reactie op hun gebruik van het recht
- Dit veronderstelt dat de tekst van het recht ook een directe invloed
heeft op de uiteindelijke werking van het recht
- Werkelijkheid: kennis van recht is beperkt
,Verschillen juridisch en empirisch onderzoek
Dimensie Juridisch Empirisch
Onderzoeksdoelen Praktisch en normatief
Beschrijvend/
verklarend en objectief
Perspectief Intern (binnen Extern (verplaatsen in
rechtssysteem) de respondent)
Methode Geesteswetenschappel Sociaalwetenschappelij
ijk: interpretatie k: systematisch data
teksten verzamelen en
(hermeneutisch) analyseren
(replicatiestandaard)
Kennisclaims Gebonden aan Persoonsonafhankelijk
autoriteit, tijd en en universeel
plaats
Typen empirisch onderzoek
- Kwalitatief: verkennen en interpreteren van het te bestuderen
fenomeen en op het genereren van theorieën en hypothesen ->
verplaatsen in standpunt van actoren (geringer aantal personen,
maar met meer detail en meer inductief)
o Inductief: vanuit specifieke generaliseren naar abstracte (eerst
waarnemingen en dan theorie formuleren)
- Kwantitatief: toetsen van hypothesen en theorieën -> verzamelen
getalsmatige patronen voor statistische analyse (groter aantal
personen, minder detail)
o Deductief: vanaf abstracte naar specifiek (vanaf bestaande
theorieën) -> bestaande theorieën toetsen
Typen kwalitatief onderzoek
- Participerende observatie: bestudering van processen in
werkelijkheid tijdens participatie in die processen
- Diepte-interviews: data verzamelen door vragen te snellen aan
respondenten
- Focusgroepen: groepsgesprekken o.l.v. moderator gericht op
achterhalen verschillende en gedeelde visies op bepaald onderwerp
- Inhoudsanalyse: systematische analyse van inhoud van teksten
, Typen kwantitatief onderzoek
- Enquêtes: data verzameld d.m.v. vragenlijst ingevuld door
respondenten
- Statistische analyse van bestaande datasets: analyse van data
verzameld door overheid of bedrijfsleven
- Laboratoriumexperiment: testen effect van interventies/variabele in
gecontroleerde onderzoeksomgeving
- Veldexperiment: testen effect van interventies/variabele in
dagelijkse praktijk
- Quasi-experimenten: vergelijken data tussen twee of meer
praktische situaties die van elkaar verschillen op een (of beperkt
aantal) variabele
Mixen van onderzoeksmethodes
- Mixen van onderzoeksmethoden: triangulatie -> leidt tot nog
nauwkeuriger inzicht
- Mixen van kwalitatieve EN kwantitatieve methoden: multi-methods
- Mixen van kwalitatieve OF kwantitatieve methoden: mixed-methods
Kwaliteitsaspecten van empirisch-juridisch onderzoek
- Validiteit: mate waarin onderzoeker daadwerkelijk onderzoekt wat zij
bedoelt te onderzoeken -> geeft het natuurgetrouw beeld van de
werkelijkheid?, mensen kunnen ook sociaal wenselijk antwoord
geven
o Kwantitatief onderzoek: meet onderzoeker wat ze wil meten?
o Kwalitatief onderzoek: is het aannemelijk en nauwkeurig? ->
thick description: uitvoerige beschrijving kan bijdragen
o Alleen van toepassing op eigen bevindingen, niet op
bestaande
o Voorbeeld: Heeft aanwezigheid onderzoekers reactie op boete
van boa’s beïnvloed?
- Generaliseerbaarheid: mate waarin bevindingen van onderzoek ook
kunnen worden toegepast op andere situaties
o Voorbeeld: Zegt een studie over telefoongebruik in auto in
China ook iets over telefoongebruik in auto in Nederland?
- Robuustheid: Mate waarin onderzoeker betrouwbare conclusies trekt
over verbanden tussen onderzochte verschijnselen/gedragingen
o Correlatie: wel samenhang, maar geen oorzakelijk verband ->
meer A betekent meer B en andersom