Bedrijfseconomische aspecten
Examennummer: 91401
Datum: 28 juni 2024
Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur
+ antwoordmodel laatste pagina
Voor de berekeningen heb ik bij sommige vragen screenshots gebruikt zodat je berekeningen
perfect kunt lezen anders maakt Word er weer een zootje van 😊
Dit examen bestaat uit 6 pagina’s.
De opbouw van het examen is als volgt:
- 3 cases met in totaal 15 open vragen (maximaal
100 punten)
Als bij een vraag een motivatie of berekening vereist is, worden aan het antwoord
geen punten toegekend als deze motivatie of berekening ontbreekt.
Geef niet meer antwoorden dan er worden gevraagd. Als er drie redenen worden
gevraagd en u geeft er meer dan drie, dan worden alleen de eerste drie in de
beoordeling meegeteld.
De antwoorden dienen ingevuld te worden op bijgevoegd
examenpapier. Schrijf duidelijk leesbaar.
Toegestane hulpmiddelen:
- Niet-programmeerbare rekenmachine- Formulekaart
Bedrijfseconomische aspecten Wij wensen u veel succes!
92401.ex_v1
, NCOI bedrijfseconomische aspecten oefententamen
Case 1: Productiebedrijf Moerman BV
(29 punten)
Een productiebedrijf, gespecialiseerd in het vervaardigen van verschillende stoelmodellen,
produceert maandelijks een specifiek stoelmodel. De vaste kosten voor de productie van dit
model bedragen € 25.000,- per maand. De verkoopprijs van dit model is € 125,- en de berekende
break-evenomzet is € 62.500,- per maand. De variabele kosten van de productie zijn
proportioneel, en maandelijks worden er 820 stoelen van dit model geproduceerd en verkocht.
Het managementteam van het bedrijf heeft recentelijk een vergadering gehouden waarin het
onderwerp automatisering van de productielijnen werd besproken. De belangrijkste redenen voor
deze stap zijn de verwachte kostenbesparing op lange termijn en de verbetering van de
productiviteit.
Het management heeft besloten om dit besluitvormingsproces gestructureerd aan te pakken, met
een stappenplan waarin vijf fasen centraal staan. Men is zich bewust van de grote impact die
volledige automatisering van de productie zal hebben op de gehele organisatie.
Binnen het bedrijf zijn verschillende financiële medewerkers werkzaam. Wim is administrateur
en richt zich volledig op administratieve taken, terwijl zijn collega Frans zich bezighoudt met het
ondersteunen van budgethouders en het nemen van de juiste beslissingen binnen de organisatie.
Voor de afdeling Planning is er een budget toegekend voor het jaar 2025. Dit budget is gebaseerd
op het vaste budget van de voorgaande periode, 2024. Het enige verschil is dat voor 2025 extra
middelen zijn gereserveerd voor de aanschaf van nieuwe computersoftware en de opleiding van
personeel. Uit de balans van het bedrijf per 1 januari 2024 blijkt dat de debiteurenpost €
140.000,- bedraagt. Op 31 december 2024 was deze post gestegen met € 60.000,-. De
resultatenrekening over 2024 laat een omzet zien van € 1.600.000,-, waarvan 98% op rekening
werd verkocht.
1. Welke factoren zouden volgens het management van Moerman BV van invloed kunnen
zijn op de kostenbesparing en efficiëntieverbetering die verwacht wordt van de
verregaande automatisering van de productielijnen?
2. Hoe zou de invoering van de nieuwe computersoftware en de opleiding van personeel het
werkproces binnen de afdeling Planning kunnen beïnvloeden, en wat zijn de verwachte
resultaten van deze investeringen?
3. Hoe zou de stijging van de debiteurenpost met € 60.000,- in 2024 de liquiditeitspositie
van Moerman BV kunnen beïnvloeden, en welke maatregelen zouden er genomen
kunnen worden om dit te beheren?
4. Wat zijn de mogelijke gevolgen van het structureel vaststellen van het budget voor de
afdeling Planning op basis van het voorgaande jaar, zonder verdere aanpassing voor
bijvoorbeeld veranderende marktomstandigheden of interne proceswijzigingen?
5. Wat zou de impact zijn op de break-evenomzet van het stoeltype als de variabele kosten
per stoel veranderen door de implementatie van de automatisering in de productie, en hoe
zou dit het financiële resultaat van Moerman BV beïnvloeden?