Samenvatting
Hoofdstuk 1: Wat is de juiste handelswijze?
3 elementen van Rechtvaardigheid:
1. Maximaliseren van welzijn (welvaart geeft meet welzijn)
2. Respecteren van de vrijheid
3. Bevorderen van deugdzaamheid
Moet de wet deugdzaamheid bevorderen?
Aristoteles:
Wat jij geeft, krijg je terug en andersom. Als ik lief ben tegen anderen zijn zij lief tegen mij, maar als ik
gemeen ben tegen anderen zijn zij dat ook tegen mij.
Rechten moeten wel voortvloeien uit specifieke opvattingen van deugdzaamheid. Rechten geven
richtlijnen voor het goede leven (deugden).
Kant en Rawls:
Rechten moeten niet voortvloeien uit specifieke opvattingen van deugdzaamheid. Rechten moeten
geen richtlijnen geven voor het goede leven. Iedereen heeft daar eigen opvattingen over.
Hoofdstuk 2: Het principe van het grootste geluk / het utilitarisme
Jeremy Bentham:
Maximalisatie van geluk is het belangrijkste. Genot is groter dan pijn.
Wetten en beleid moeten het maximale geluk creëren.
Actutilisme (direct): Je kiest de handeling die het meeste nut oplevert.
Regelutilisme (indirect): Je volgt de wetten en die zijn gericht op het maximale nut.
Bezwaar 1: Rechten van het individu
Individuen zijn wel belangrijk, maar alleen in de zin dat de voorkeuren van elk individu bij elkaar
worden opgeteld. Meerderheid wint.
Bezwaar 2: Een gemeenschappelijke munteenheid voorwaarden
Iedereens voorkeur telt gelijk mee. Je kan het niet in punten weergeven. Geluk is niet meetbaar.
John Stuart Mill:
Menselijke vorm van utilitarisme.Minder berekeningen. Iedereen mag zelf weten wat hij doet, als hij
de anderen geen pijn doet/genot afneemt. Alleen als je andere beïnvloedt moet je verantwoording
afleggen.
Hoofdstuk 3: Kunnen we over onszelf beschikken? Het Neoliberalisme
1
, Neoliberalen:
Ze zijn voor vrije markten en tegen regulering door de overheid in naam voor de menselijke vrijheid.
Hun belangrijkste uitgangspunt is dat we allemaal het recht hebben om te doen wat wel willen met
ons bezit als wij anderen daarin ook respecteren. Zij mogen dat ook doen.
Neoliberalen willen een minimale staat.
Minimale staat: Een staat die toeziet op de naleving van overeenkomsten, zoals vrede handhaven,
maar niet het invoeren van zwaardere belastingen voor rijkere mensen en dergelijke.
3 typen beleid van een moderne staat, waar de neoliberalen zich tegen verzetten:
1. Paternalistische wetgeving: Voorkomen dat mensen schade op lopen (gordel, helm).
2. Plaats voor moraal: Deugdzaamheid is voor iedereen anders, mag niet in de wet.
3. herverdeling van inkomen en welvaart: Herverdeling van rijkdom is een vorm van dwang.
Friedman:
De wetten van de staat die wij ondergaan, maken breuk op onze vrijheid.
Robert Nozick:
Individuen hebben rechten die zo sterk en verreikend zijn dat men zich afvraagt wat de staat mag
doen. Er moet aan 2 voorwaarden worden voldaan voor distributieve rechtvaardigheid:
1. rechtvaardigheid in wat mensen aanvankelijk bezitten
2. rechtvaardigheid in hun onderlinge uitwisseling
Distributieve rechtvaardigheid: Het verdelen van alles wat er te verdelen valt.
Algemeen:
We hebben echter gezien dat een consequente toepassing van de gedachte dat we vrij over onszelf
moeten kunnen beschikken implicaties heeft waar alleen een vurig neoliberaal nog achter kan staan:
een ongereguleerde markt zonder vangnet voor mensen die achterop raken; een minimale staat die
geen maatregelen neemt om ongelijkheid te verzachten en het algemeen belang te bevorderen; en
een huldiging van persoonlijke keuzevrijheid die zo ver gaat dat ze zelfs ruimte laat voor schendingen
van de menselijke waardigheid die men zichzelf toebrengt – zoals kannibalisme met wederzijds
goedvinden of zichzelf als slaaf te koop aanbieden.
Hoofdstuk 5: het gaat om de beweegreden / Immanuel Kant
Kants pleidooi voor rechten:
2