1. De pathokinesiologie vd ademhaling
a. Inzichten in normale AH
Ademen
o Rust
Evenwicht tussen inspiratie en expiratie
Longen willen verder uitzetten
Thorax zet niet verder uit
het heft elkaar op
o Inspiratie
Contractie diafragma, intrercostaal
spieren, scaleni en hulpademhalingspieren
Diafragma naar caudaal
Buikinhoud naar onder-voor
PUMP handle
o Bovenste ribben + sternum naar craniaal- ventraal
BUCKET handle
o Onderste ribben + craniaal en lateraal
Middenste ribben
o Ribben naar voor en buiten
Intra-thoracale ruimte wordt groter druk daalt aanzuigen lucht
inspiratie
o Thorax vergroot in 3 richtingen
Latero-lateraal
AP
Craniocaudaal
o Epigastrische hoek stomper
o Expiratie
1e instantie PASSIEF
= rustige AH
Relaxatie inademingspieren (wel excentrische activiteit)
V verkleining door elastische retractiekracht tot evenwicht
o Fel.long= Fel.Thorax
V daalt druk stijgt lucht naar buiten expiratie tot FRC
Verder met expiratiemusculatuur
Contractie abdominale spieren en intercostale spieren (intern)
o Diafragma naar craniaal
o Ribben nr expiratiestand
buikinhoud tegen diafragma diafragma verder naar craniaal
V thorax verkleint verder verdere expiratie tot RV (restV)
o Thorax verkleint in 3D
Laterlo-lateraal
AP
Cranio-caudaal
o Epigastrische hoek scherper
Volumes en capaciteiten
, o Elastische retractiekracht
= de kracht waarmee er getrokken wordt
Onevenwicht
Meer spierkracht nodig om evenwicht te creeren
Longweefsel VS thorax
Normale AH- spieren
o Diafragma
Oorsprong
Rib 7-12
Proc xyphoideus
L1-L3
Lig arcuata med en lat
Insertie
Centrum tendineum = BW plaat = centrum diafragma
O en I kunnen functioneren als bewegend deel en fixerend deel
Eerste fase
o Onderste ribben vast deel
o Centrum tendineum verplaatst naar caudaal
Tweede fase
o Centrum tendineum neemt steun op buikinhoud vast del
o Onderste ribben naar latero-craniaal bewegen (bucket
handle)
o Invloed houding op AH beweging
Ruglig
Diafragma hoger in
thorax grootste
ROM mogelijk
Buikwand ontspannen contractie diafragma zorgt voor beweging
buikwand
Gebogen knie VS gestrekte knie
o Gebogen minder ruimte in buik minder meebewegen
Stand
, Diafragma laagst in thorax laagste ROM mogelijk
Posturele activiteit v abdominale musculatuur beperkt de
buikbeweging
o Centrumtendineum neemt snellere steun op buikinhoud
vast deel diafragma contractie snellere bucket handle
Toegenomen activiteit inspiratoire Thoraxmusculatuur
Zit
Diafragma beweging is meest beperkt
o Snellere steunname v centrum tendineum op buiknhoud
o Sneller bucket handle door contractie
Snellere overgang naar inspiratoire thoraxmusculatuur (indien
ademnood)
Expiratiestand kan geaccentueerd worden
Zijlig
Borst AH beperkt
Abdominaal ademen
makkelijk
o Houding en V/Q
Enkel goede gasuitwisseling
als V en Q optimaal zijn
Beide beïnvloed door houding
V/Q afh v longregio
TOEP
Zijlig, onderste long betere Q? bovenste betere vulling?
b. Pathokinesiologie vd AH (bij obstructief)
Obstructief VS restrictief
o Obstructief
Beperkte luchtverplaatsing
VC, IRV, ERV daalt
RV, FRC, tiffeneau stijgt
Achterblijvende lucht stijgt
Compensatie
Long vergroten
o Restrictief
Beperkte volumes
VC, RV, FRC, VT, TLC dalen
Hyperinflatie
o Dynamische hyperinflatie
Def
Expiratietijd duurt langer EN/OF inspiratie vroeger start
FRC stijgt
P ademt op hoger longV
Situatie is omkeerbaar
Vb
a. Inzichten in normale AH
Ademen
o Rust
Evenwicht tussen inspiratie en expiratie
Longen willen verder uitzetten
Thorax zet niet verder uit
het heft elkaar op
o Inspiratie
Contractie diafragma, intrercostaal
spieren, scaleni en hulpademhalingspieren
Diafragma naar caudaal
Buikinhoud naar onder-voor
PUMP handle
o Bovenste ribben + sternum naar craniaal- ventraal
BUCKET handle
o Onderste ribben + craniaal en lateraal
Middenste ribben
o Ribben naar voor en buiten
Intra-thoracale ruimte wordt groter druk daalt aanzuigen lucht
inspiratie
o Thorax vergroot in 3 richtingen
Latero-lateraal
AP
Craniocaudaal
o Epigastrische hoek stomper
o Expiratie
1e instantie PASSIEF
= rustige AH
Relaxatie inademingspieren (wel excentrische activiteit)
V verkleining door elastische retractiekracht tot evenwicht
o Fel.long= Fel.Thorax
V daalt druk stijgt lucht naar buiten expiratie tot FRC
Verder met expiratiemusculatuur
Contractie abdominale spieren en intercostale spieren (intern)
o Diafragma naar craniaal
o Ribben nr expiratiestand
buikinhoud tegen diafragma diafragma verder naar craniaal
V thorax verkleint verder verdere expiratie tot RV (restV)
o Thorax verkleint in 3D
Laterlo-lateraal
AP
Cranio-caudaal
o Epigastrische hoek scherper
Volumes en capaciteiten
, o Elastische retractiekracht
= de kracht waarmee er getrokken wordt
Onevenwicht
Meer spierkracht nodig om evenwicht te creeren
Longweefsel VS thorax
Normale AH- spieren
o Diafragma
Oorsprong
Rib 7-12
Proc xyphoideus
L1-L3
Lig arcuata med en lat
Insertie
Centrum tendineum = BW plaat = centrum diafragma
O en I kunnen functioneren als bewegend deel en fixerend deel
Eerste fase
o Onderste ribben vast deel
o Centrum tendineum verplaatst naar caudaal
Tweede fase
o Centrum tendineum neemt steun op buikinhoud vast del
o Onderste ribben naar latero-craniaal bewegen (bucket
handle)
o Invloed houding op AH beweging
Ruglig
Diafragma hoger in
thorax grootste
ROM mogelijk
Buikwand ontspannen contractie diafragma zorgt voor beweging
buikwand
Gebogen knie VS gestrekte knie
o Gebogen minder ruimte in buik minder meebewegen
Stand
, Diafragma laagst in thorax laagste ROM mogelijk
Posturele activiteit v abdominale musculatuur beperkt de
buikbeweging
o Centrumtendineum neemt snellere steun op buikinhoud
vast deel diafragma contractie snellere bucket handle
Toegenomen activiteit inspiratoire Thoraxmusculatuur
Zit
Diafragma beweging is meest beperkt
o Snellere steunname v centrum tendineum op buiknhoud
o Sneller bucket handle door contractie
Snellere overgang naar inspiratoire thoraxmusculatuur (indien
ademnood)
Expiratiestand kan geaccentueerd worden
Zijlig
Borst AH beperkt
Abdominaal ademen
makkelijk
o Houding en V/Q
Enkel goede gasuitwisseling
als V en Q optimaal zijn
Beide beïnvloed door houding
V/Q afh v longregio
TOEP
Zijlig, onderste long betere Q? bovenste betere vulling?
b. Pathokinesiologie vd AH (bij obstructief)
Obstructief VS restrictief
o Obstructief
Beperkte luchtverplaatsing
VC, IRV, ERV daalt
RV, FRC, tiffeneau stijgt
Achterblijvende lucht stijgt
Compensatie
Long vergroten
o Restrictief
Beperkte volumes
VC, RV, FRC, VT, TLC dalen
Hyperinflatie
o Dynamische hyperinflatie
Def
Expiratietijd duurt langer EN/OF inspiratie vroeger start
FRC stijgt
P ademt op hoger longV
Situatie is omkeerbaar
Vb