Begripsbepaling:
- Het ziektebeeld uit deze casus is een Delier, dit wordt ook wel een delirium genoemd of
mensen kennen het als een plotselinge verwardheid.
Verspreiding:
- De prevalentie van delier onder ouderen vanaf 65 jaar in de algemene bevolking varieert
van 1,8 tot 2,3%. In onderzoek naar delier onder bewoners in Nederlandse
verzorgingshuizen werd een incidentie van 14,6 per 100 persoonsjaren en een
prevalentie van 8,2% gevonden. Over het voorkomen van delier in de huisartsenpraktijk
zijn slechts beperkt cijfers beschikbaar.
Anatomie/fysiologie:
- De anatomische indeling gebeurt op basis van de bouw en de ligging van het
zenuwstelsel. We onderscheiden het centrale zenuwstelsel (CZS) en het perifere
zenuwstelsel (PZS). Het centrale zenuwstelsel:
Ligt binnen de beschermende botten van de schedel en de wervelkolom; bestaat
uit de hersenen (98% van zenuwstelsel) en het ruggenmerg.
De delen van de hersenen zijn: grote hersenen, tussenhersenen, hersenstam en
kleine hersenen.
- Het perifere zenuwstelsel:
Ligt grotendeels buiten de schedel en de wervelkolom; verbindt het centraal
zenuwstelsel met de organen;
Bestaat uit de hersenzenuwen, de ruggenmergszenuwen, de grensstreng en de
zenuwen van het vegetatieve zenuwstelsel.
- Het vegetatieve zenuwstelsel:
Verzorgt de integratie van de vegetatieve stelsels; werkt autonoom
(onwillekeurig), buiten de wil om;
Bestaat uit twee delen met een antagonistische werking: het sympathische
zenuwstelsel (actief bij actie van het lichaam) en het parasympatische zenuwstelsel
(actief bij rust van het lichaam).
- Het animale zenuwstelsel:
Verzorgt de integratie tussen lichaam en omgeving door middel van communicatie
en gedrag;
Werkt willekeurig, onder invloed van de wil.
Wat betreft functie is er een zekere mate van hiërarchie in het zenuwstelsel. De
hersenen zijn de ‘baas’; zij regelen het bewustzijn en laten het lichaam al of niet
reageren. Op basis van de richting van het signaal (de impulsen) onderscheiden
we: afferente (aanvoerende) informatie, verloopt via sensibele zenuwbanen in de
richting van de grote hersenen; efferente (afvoerende) informatie, verloopt via
motorische zenuwbanen in de richting van de periferie; korte zenuwbanen, zijn
niet efferent of afferent maar verzorgen schakelingen binnen het CZS.
- De zenuwcel (neuron) heeft een relatief groot cellichaam met veel dunne
cytoplasmatische cel uitlopers, de zenuwvezels. Er zijn twee typen zenuwvezels:
De axon, één − vaak lange − zenuwvezel die impulsen van het cellichaam af
vervoert; heeft een omhulling van myeline (myelineschede) die regelmatig
onderbroken is (insnoeringen van Ranvier);
De dendrieten, meerdere − meestal korte en sterk vertakte − zenuwvezels die
impulsen naar het cellichaam toe vervoeren.
De drie soorten zenuwcellen zijn:
Sensibele zenuwcellen, vervoeren impulsen vanaf de sensoren naar het CZS
(afferent);
Schakelcellen (interneuronen), dragen impulsen over van de ene op de andere
zenuwcel;