M3 Samen opvoeden samenvatting
Hoofdstuk 1
Opvoeden: “Het uitoefenen van invloed (bedoeld of onbedoeld) op de
ontwikkeling van een kind”
Opvoedingsrelaties: De relaties tussen ouders/opvoeders en het kind.
Het doel van opvoeden-> Volwassenwording en begeleiding van het kind.
Belangrijkste opvoedingsdoelen-> Zelfstandigheid en
autonomie/persoonlijkheidsontwikkeling (sociaal gedrag en opkomen voor
jezelf)
Langeveld ziet opvoeding als een ontmoeting tussen een volwassene en
het kind, waarbij volwassenen erop gericht zijn dat het kind zelfstandig en
mondig wordt.
Kok (pedagoog): Het doel van opvoeden is de mogelijkheid om de
eigenheid van een kind te laten ontplooien.
Opvoed/opgroeiomgeving stimuleren en proces begeleiden
Veilige en stimulerende omgeving-> Natuurlijke opdracht voor
ouder/familie (primair verantwoordelijk)
Professionals-> Deze kunnen ondersteuning bieden. Denk aan tijdig
signaleren/een expertise inschakelen.
Brede blik
Over de grenzen van ontwikkelingsstadia heen kijken-> Hoe
ontwikkelt het kind zich in de volgende fase? Wat is daarvoor nodig?
Opvoeding vindt ook plaats bij de kinderopvang, school en
sportvereniging. De school is het tweede pedagogisch milieu, hier leren ze
vaardigheden en kennis maar ook doen ze ervaringen op. Denk hierbij aan
(sociale) relaties en verhoudingen tussen personen.
Normale en afwijkende ontwikkeling jeugdigen
Een achterstand in de ontwikkeling is alleen verontrustend als die wordt
veroorzaakt door een onderliggend probleem en als dit van negatieve
invloed is op de verdere ontwikkeling van het kind. Hierbij is professionele
hulp nodig.
Psychosociale problematiek
Gedragsproblemen: Hierbij gooi je de problemen naar buiten,
externaliseren. Agressief gedrag, druk/impulsief gedrag of pyromanie:
“Ziekelijke neigingen om te stelen of vuur te stoken.”
, Emotionele problemen: Hierbij gooi je de problemen naar binnen,
internaliseren. Teruggetrokkenheid, internaliserend probleemgedrag,
angsten, depressiviteit, stemmingsstoornissen of hypergevoeligheid.
Somatische problemen: Langdurige ziekten of handicaps, astma,
allergieën of eczeem. Deze kunnen een normaal functioneren
belemmeren.
Leerproblemen: Problemen die ontstaan doordat jeugdigen onvoldoende
(kunnen) profiteren van onderwijsaanbod. Denk aan zwakbegaafdheid,
verstandelijke beperking, dyslexie of aandachtsproblemen.
Spraak- en taalproblemen: Denk aan stotteren.
Motorische problemen: Grove: lopen, springen of werpen. Fijne: schrijven,
tekenen of handvaardigheid.
Psychiatrische problemen: Autisme, tics of schizofrenie
Door deze problematiek hebben kinderen mogelijk niet de garantie dat
hun opvoeding (en dus ontwikkeling) goed verloopt. Dit kan ook liggen
aan de opvoedvaardigheden en (pedagogische) kennis van ouders.
Systeemtheorie:
Het is eenvoudig om de oorzaak alleen bij het kind/ouder te leggen->
Binnen de theorie wordt gekeken naar interacties rondom een
klacht/probleem door te kijken naar de wisselwerking tussen de delen van
het systeem.
Risicofactoren: “Bedreigingen”
Beschermende factoren: “Beschermingen”
Tussen deze bedreigingen en beschermingen moet een gezonde balans
zijn, dit draagt bij aan een normale ontwikkeling. (Zie balansmodel p.36)
Meervoudige ontwikkelingsproblematiek: Gelijktijdig twee of meer
problemen.
Rol/taak pedagogisch professionals in het jeugddomein
Versterken opvoedomgeving
Onderlinge verbondenheid tussen bijvoorbeeld school/thuis.
Versterken opvoedingsrelaties
Ouderbegeleiding, versterken van het netwerk gezin en
afstemmingsoverleggen (school, thuis en buurt). Normaliseren, ontzorgen
en demedicaliseren zijn belangrijke termen hierin.
Hoofdstuk 1
Opvoeden: “Het uitoefenen van invloed (bedoeld of onbedoeld) op de
ontwikkeling van een kind”
Opvoedingsrelaties: De relaties tussen ouders/opvoeders en het kind.
Het doel van opvoeden-> Volwassenwording en begeleiding van het kind.
Belangrijkste opvoedingsdoelen-> Zelfstandigheid en
autonomie/persoonlijkheidsontwikkeling (sociaal gedrag en opkomen voor
jezelf)
Langeveld ziet opvoeding als een ontmoeting tussen een volwassene en
het kind, waarbij volwassenen erop gericht zijn dat het kind zelfstandig en
mondig wordt.
Kok (pedagoog): Het doel van opvoeden is de mogelijkheid om de
eigenheid van een kind te laten ontplooien.
Opvoed/opgroeiomgeving stimuleren en proces begeleiden
Veilige en stimulerende omgeving-> Natuurlijke opdracht voor
ouder/familie (primair verantwoordelijk)
Professionals-> Deze kunnen ondersteuning bieden. Denk aan tijdig
signaleren/een expertise inschakelen.
Brede blik
Over de grenzen van ontwikkelingsstadia heen kijken-> Hoe
ontwikkelt het kind zich in de volgende fase? Wat is daarvoor nodig?
Opvoeding vindt ook plaats bij de kinderopvang, school en
sportvereniging. De school is het tweede pedagogisch milieu, hier leren ze
vaardigheden en kennis maar ook doen ze ervaringen op. Denk hierbij aan
(sociale) relaties en verhoudingen tussen personen.
Normale en afwijkende ontwikkeling jeugdigen
Een achterstand in de ontwikkeling is alleen verontrustend als die wordt
veroorzaakt door een onderliggend probleem en als dit van negatieve
invloed is op de verdere ontwikkeling van het kind. Hierbij is professionele
hulp nodig.
Psychosociale problematiek
Gedragsproblemen: Hierbij gooi je de problemen naar buiten,
externaliseren. Agressief gedrag, druk/impulsief gedrag of pyromanie:
“Ziekelijke neigingen om te stelen of vuur te stoken.”
, Emotionele problemen: Hierbij gooi je de problemen naar binnen,
internaliseren. Teruggetrokkenheid, internaliserend probleemgedrag,
angsten, depressiviteit, stemmingsstoornissen of hypergevoeligheid.
Somatische problemen: Langdurige ziekten of handicaps, astma,
allergieën of eczeem. Deze kunnen een normaal functioneren
belemmeren.
Leerproblemen: Problemen die ontstaan doordat jeugdigen onvoldoende
(kunnen) profiteren van onderwijsaanbod. Denk aan zwakbegaafdheid,
verstandelijke beperking, dyslexie of aandachtsproblemen.
Spraak- en taalproblemen: Denk aan stotteren.
Motorische problemen: Grove: lopen, springen of werpen. Fijne: schrijven,
tekenen of handvaardigheid.
Psychiatrische problemen: Autisme, tics of schizofrenie
Door deze problematiek hebben kinderen mogelijk niet de garantie dat
hun opvoeding (en dus ontwikkeling) goed verloopt. Dit kan ook liggen
aan de opvoedvaardigheden en (pedagogische) kennis van ouders.
Systeemtheorie:
Het is eenvoudig om de oorzaak alleen bij het kind/ouder te leggen->
Binnen de theorie wordt gekeken naar interacties rondom een
klacht/probleem door te kijken naar de wisselwerking tussen de delen van
het systeem.
Risicofactoren: “Bedreigingen”
Beschermende factoren: “Beschermingen”
Tussen deze bedreigingen en beschermingen moet een gezonde balans
zijn, dit draagt bij aan een normale ontwikkeling. (Zie balansmodel p.36)
Meervoudige ontwikkelingsproblematiek: Gelijktijdig twee of meer
problemen.
Rol/taak pedagogisch professionals in het jeugddomein
Versterken opvoedomgeving
Onderlinge verbondenheid tussen bijvoorbeeld school/thuis.
Versterken opvoedingsrelaties
Ouderbegeleiding, versterken van het netwerk gezin en
afstemmingsoverleggen (school, thuis en buurt). Normaliseren, ontzorgen
en demedicaliseren zijn belangrijke termen hierin.