Onderdeel I: titel 1.6 BW, Week 1 t/m 3
Onderdeel II: titel 1.7 BW, Week 4 t/m 6
Onderdeel III: titel 1.8 BW, Week 7 t/m 12
Onderdeel I: titel 1.6 BW
Betrekkingen tussen echtgenoten zijn dus:
Art. 1:81 t/m 1:83 BW
Getrouwheid, hulp en bijstand
Verzorging en opvoeding van de kinderen
Informatieplicht
Werking na het huwelijk? Partneralimentatie? Kinderalimentatie?
Art. 1:156 & 1:157 BW
HR afstand van partneralimentatie I
HR voorhuwelijks nihilbeding inzake partneralimentatie blijft nietig
HR Nihilbeding kinderalimentatie
Kosten der huishouding
Alle kosten die dienstbaar zijn aan het lichamelijk en geestelijk welzijn van
de echtgenoten en hun kinderen en die passen bij de levensstandaard van
het gezin
Draagplicht art. 1:84 BW
Wat is de tussen de echtgenoten geldende huwelijksgoederenregime?
Geen huwelijkse voorwaarden of daarin geen regeling hierover, dan zegt
lid 1;
1. Gemene inkomen:
Door ieder van echtgenoten voor de helft gedragen
o art. 1:100 lid 1 BW: naar mate de gerechtigdheid is men ook
draagplichtig
o Bij koude uitsluiting geen gemene inkomen
2. Ontbrekend/ontoereikend?
Privé-inkomens van de echtgenoten naar evenredigheid.
3. Ontoereikend?
, Gemeenschappelijk vermogen
4. Ontbrekend/ontoereikend?
Privévermogens van de echtgenoten naar evenredigheid.
Noem wat elk van de echtgenoten in totaal draagt
Fourneerplicht (art. 1:84 lid 2)
‘Voor zover bijzondere omstandigheden zich daartegen niet
verzetten’
Wanneer strikte toepassing van de regels onrechtvaardig zou zijn
Afwijkende regeling bij schriftelijke overeenkomst
Verjaring vergoedingsrecht
Geen verjaring tijdens het huwelijk
Verjaart zes maanden na echtscheiding (art. 3:320 jo. art. 3:321 BW)
o Vaak binnen een jaar
Vaak rechtsverwerking! Alleen over het afgelopen jaar een
vergoedingsrecht.
o HR Ridder te voet
o HR Ter Kuile/Kofman
Gewone gang van huishouding
Beperkter begrip dan ‘kosten der huishouding’:
Rechtshandeling waarvan de handelende echtgenoot niet verwacht dat hij
daarover eerst met de andere echtgenoot moet overleggen, en waarvan
de ander ook niet had verwacht, vooraf geraadpleegd te worden, omdat
de omvang ervan zo gering is dat het gezinsinkomen of -vermogen dit
makkelijk kan dragen
Subjectieve element: omstandigheden van het gezin
Objectieve element: wat de schuldeiser kan weten van de
levensstandaard van het gezin
Externe aansprakelijkheid
Wie is aansprakelijk?
1. Degene die de koopovereenkomst is aangegaan is aansprakelijk op
grond van de hoofdregels van het verbintenissenrecht.
, 2. De andere echtgenoot is aansprakelijk op grond van art. 1:85 BW.
3. De schuldeiser kan beiden voor het geheel aanspreken (art. 6:6 lid 2
BW).
De andere echtgenoot wordt dus geen contractspartij
Hoofdelijke aansprakelijk kan worden opgeheven (art. 1:86 BW) maar dit
heeft geen gevolgen voor de fourneerplicht of draagplicht.
Op welke vermogens kan men zich verhalen bij externe aansprakelijkheid
1. Op het privévermogen van beide schuldenaren (art. 3:276 BW)
2. Op de goederen uit de gemeenschap (art. 1:96 BW)
Verjaringstermijn van de uit art. 1:85 BW voortvloeiende rechtsvordering
jegens de andere echtgenoot
HR Reikwijdte art. 1:85 BW en verjaring -> 5 jaar na de opeisbaarheid van
de vordering (art. 3:207 lid 1 BW)
Vergoedingsrecht art. 1:87 BW
Investering voor of na 2012 gedaan?
Voor 2012 (HR Kriek/Smit):
Nominale waarde
Na 2012:
1. Verkrijging goed (sub a lid 2)
Investering/ tegenprestatie verkrijging goed x eindwaarde
Tegenprestatie verkrijging goed = in de regel de koopprijs van het
goed
2. Investering anders dan verkrijging (verbouwingen en verbeteringen)
(sub b lid 2)
Investering/ (waarde van het goed op moment verbouwing of
verbetering + de verbouwings- of verbeteringskosten) x eindwaarde
van het goed
Peildatum: de datum van de verdeling van de ontbonden
huwelijksgemeenschap, tenzij partijen bijvoorbeeld anders zijn
overeengekomen of de redelijkheid en billijkheid dat eist
NB: gaat het om een mixvorm, dan past men de berekenmethode van (2)
toe. Om te spreken van een mixvorm moeten de investeringen niet los in
de tijd staan.