Rekenen bovenbouw
Leerjaar 2 blok 3
,Werkgroep 1 – Verhoudingen deel 1
Begrippenlijst bij hoofdstuk 2: Verhoudingen
Alle begrippen uit hoofdstuk 1 komen ook voor in de begrippenlijst van de hoofdstukken 2 tot en met
5.
Onderstaande begrippen uit hoofdstuk 2 moet je kennen, maar vooral kunnen toepassen in de toets.
dichtheid
dubbele getallenlijn
eenheid
grootheid
kwalitatieve verhouding
kwantitatieve verhouding
lineair verband
rechtevenredig verband
referentiematen
samengestelde grootheid
schaal
schaallijn
snelheid
uitrekentabel
verdelingsdeling
vergrotingen
Verhoudingsdeling
verhoudingstabel
Doelen van de werkgroep:
• Je kent vakinhoudelijke termen die bij verhoudingen horen (zie kantlijn in hoofdstuk 2).
• Je kent de opbouw van de leerlijn verhoudingen (zie pag. 42).
• Je kent de wiskundige modellen voor verhoudingen (pag. 46 t/m 54).
• Je kunt rekenen met verhoudingen bij vergroten en verkleinen van lengte, oppervlakte en
inhoud.
• Je kunt verhoudingsopgaven op het niveau van de kennisbasis rekenen (3F+), met
gebruikmaking van modellen, oplossen in toepassingssituaties.
• Je kunt leerlingen bij verhoudingsopgaven, met passende modellen helpen hun denken te
visualiseren en te organiseren.
2
, Verhoudingen
- Een verhouding is een recht evenredig verband tussen 2 of meer getalsmatige of
meetkundige beschrijven.
- Recht evenredig verband: HET STARTGETAL IS ALTIJD 0.
- Voorbeeld: bedrag voor benzine en aantal liters benzine.
- Recht evenredig verband in het dagelijks leven:
2 kilo appels voor 4 euro 4 kilo appels voor 8 euro.
Schaalnotatie
Wanneer gebruik je de schaal 1 : 20?
- 1 cm op mijn kaart is 20 cm in werkelijkheid.
- Werkelijkheid verkleinen (20x).
Wanneer gebruik je de schaal 20 : 1?
- Werkelijkheid vergroten (20x).
Kwalitatieve en kwantitatieve verhoudingen (pag. 29)
Kwantitatieve verhoudingen
- De verhouding wordt uitgedrukt in één of meer getallen,
bijv. 1 op de 3 kleuters in Afrika is ondervoed.
Kwalitatieve verhoudingen
- De verhouding wordt uitgedrukt in woorden,
bijv. een kind is lang voor zijn leeftijd.
Lineair verband, maar niet verhoudingsgewijs
• Er is een vast startgetal en daarbij een vaste verhouding (y=ax+b)
• Verhouding zonder startgetal (y=ax)
• Lineair: START GETAL GEEN 0.
• Recht evenredig verband: START GETAL IS ALTIJD 0.
3
Leerjaar 2 blok 3
,Werkgroep 1 – Verhoudingen deel 1
Begrippenlijst bij hoofdstuk 2: Verhoudingen
Alle begrippen uit hoofdstuk 1 komen ook voor in de begrippenlijst van de hoofdstukken 2 tot en met
5.
Onderstaande begrippen uit hoofdstuk 2 moet je kennen, maar vooral kunnen toepassen in de toets.
dichtheid
dubbele getallenlijn
eenheid
grootheid
kwalitatieve verhouding
kwantitatieve verhouding
lineair verband
rechtevenredig verband
referentiematen
samengestelde grootheid
schaal
schaallijn
snelheid
uitrekentabel
verdelingsdeling
vergrotingen
Verhoudingsdeling
verhoudingstabel
Doelen van de werkgroep:
• Je kent vakinhoudelijke termen die bij verhoudingen horen (zie kantlijn in hoofdstuk 2).
• Je kent de opbouw van de leerlijn verhoudingen (zie pag. 42).
• Je kent de wiskundige modellen voor verhoudingen (pag. 46 t/m 54).
• Je kunt rekenen met verhoudingen bij vergroten en verkleinen van lengte, oppervlakte en
inhoud.
• Je kunt verhoudingsopgaven op het niveau van de kennisbasis rekenen (3F+), met
gebruikmaking van modellen, oplossen in toepassingssituaties.
• Je kunt leerlingen bij verhoudingsopgaven, met passende modellen helpen hun denken te
visualiseren en te organiseren.
2
, Verhoudingen
- Een verhouding is een recht evenredig verband tussen 2 of meer getalsmatige of
meetkundige beschrijven.
- Recht evenredig verband: HET STARTGETAL IS ALTIJD 0.
- Voorbeeld: bedrag voor benzine en aantal liters benzine.
- Recht evenredig verband in het dagelijks leven:
2 kilo appels voor 4 euro 4 kilo appels voor 8 euro.
Schaalnotatie
Wanneer gebruik je de schaal 1 : 20?
- 1 cm op mijn kaart is 20 cm in werkelijkheid.
- Werkelijkheid verkleinen (20x).
Wanneer gebruik je de schaal 20 : 1?
- Werkelijkheid vergroten (20x).
Kwalitatieve en kwantitatieve verhoudingen (pag. 29)
Kwantitatieve verhoudingen
- De verhouding wordt uitgedrukt in één of meer getallen,
bijv. 1 op de 3 kleuters in Afrika is ondervoed.
Kwalitatieve verhoudingen
- De verhouding wordt uitgedrukt in woorden,
bijv. een kind is lang voor zijn leeftijd.
Lineair verband, maar niet verhoudingsgewijs
• Er is een vast startgetal en daarbij een vaste verhouding (y=ax+b)
• Verhouding zonder startgetal (y=ax)
• Lineair: START GETAL GEEN 0.
• Recht evenredig verband: START GETAL IS ALTIJD 0.
3