Verbintenis wanneer nakoming kan worden gevorderd.
Rechtshandeling > 3:33, een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een
verklaring heeft geopenbaard.
3:37, ontvangsttheorie > verklaring werkt vanaf het moment dat zij degene tot wie
zij is gericht heeft bereikt. Intrekken van de verklaring kan alleen door een tweede
verklaring van intrekking als deze de geadresseerde eerder dan of gelijktijdig
bereikt met de eerste verklaring.
Als de verklaring de wederpartij niet tijdig bereikt heeft het toch haar werking
indien dit het gevolg is van zijn eigen handeling (risicocorrectie, lid 3).
Rechtshandeling is vernietigbaar bij stoornis op moment van verklaring (verband
tussen de twee). Nietig bij een eenzijdige niet gerichte rechtshandeling (3:34).
Als aan te tonen is dat het nadeel ten tijde van het verrichten van de
rechtshandeling onvoorzienbaar was, kan de wederpartij vermoeden doen dat de
verklaring niet onder invloed van de stoornis is gedaan.
Beroep op opgewekt vertrouwen als in 3:35 --> als de wederpartij
gerechtvaardigd heeft vertrouwd op een door de ander gewekte schijn.
De onderzoeksplicht van de wederpartij kan hieraan afbreuk doen. Ook moet er
getoetst worden aan redelijkheid en billijkheid.
Dat de wederpartij gerechtvaardigd moet hebben vertrouwd veronderstelt dat men
naar de ware bedoelingen van de ander onderzoek doet, indien en voor zover
daarvoor in de gegeven omstandigheden aanleiding bestaat. Aanleiding tot
onderzoek ligt in het onverwachte. Ook zijn vaardigheden die van de wederpartij
verwacht mogen worden van belang.
3:11, goede trouw (vereist voor intreden van rechtsgevolg) > iemand is niet te
goeder trouw indien hij de feiten of het recht waarop zijn goede trouw betrekking
moet hebben kende of behoorde te kennen.
Onder redelijkheid en billijkheid valt: algemeen erkende rechtsbeginselen, de in
Nederland levende rechtsovertuigingen, de maatschappelijke en persoonlijke
belangen die bij het gegeven geval zijn betrokken.
Opschortende tijdsbepaling/voorwaarde: rechtshandeling krijgt werking op moment
dat de gebeurtenis plaatsvindt.
Ontbindende tijdsbepaling/voorwaarde: rechtshandeling krijgt direct werking, maar
vervalt op moment dat de gebeurtenis plaatsvindt.
Tijdsbepaling: werking van rechtshandeling is afhankelijk van een gebeurtenis
waarvan zeker is dat deze in zal treden.
,Voorwaarde: werking van rechtshandeling is afhankelijk van een gebeurtenis
waarvan niet zeker is of deze in zal treden.
Gevolgen van vervulling van tijdsbepaling of voorwaarde treden zonder
terugwerkende kracht in, zo dat vervulling niet tot titelverval leidt en de overdracht
geldig blijft.
Derdenbescherming ogv 3:36 --> de derde moet gerechtvaardigd hebben
vertrouwd op een door de ander gewekte schijn, en moet op grond van zijn
vertrouwen hebben gehandeld. De derde moet te goeder trouw zijn in de zin van
3:11. Hij moet objectief aanleiding hebben gehad voor het vertrouwen, en moet hier
daadwerkelijk op hebben vertrouwd.
Overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling. Beginselen van contractenrecht:
1. Contractsvrijheid
2. Pacta sunt servanda > partijen zijn volgens hun afspraken gebonden
3. Consensualisme (vormvrijheid)
De overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (6:217 lid 1). Aanbod
is eenzijdig gerichte rechtshandeling. Aanbod vervalt door:
- Herroeping > kan niet als aanbod al is aanvaard of als al een
aanvaardingsmededeling is verzonden, of bij een onherroepelijk aanbod.
- Tijdsverloop > mondeling aanbod vervalt wanneer het niet onmiddelijk wordt
aanvaard.
- Verwerping
Bij een vrijblijvend aanbod kan herroeping geschieden na aanvaarding. Een aanbod
is onherroepelijk als het een termijn voor aanvaarding inhoudt of als
onherroepelijkheid op andere wijze uit het aanbod volgt.
Aanvaarding moet aan twee eisen voldoen:
1. Zij moet inhoudelijk met het aanbod overeenstemmen
2. Zij moet zijn gedaan op een moment waarop het aanbod nog van kracht was
Als de aanvaarding de aanbieder niet of niet tijdig bereikt door een omstandigheid
die voor rekening van de aanbieder komt, komt de overeenkomst alsnog tot stand.
Wijkt de aanvaarding inhoudelijk af van het aanbod, geldt zij als nieuw aanbod.
Rechtshandelingen om niet vereisen ook aanvaarding.
Te late aanvaarding: wanneer de aanbieder zijn wederpartij ondanks het
tijdsverloop aan diens aanvaarding wil houden, kan dat mits hij dit onverwijld aan
de wederpartij meedeelt (6:223 lid 1). andere uitzondering (lid 2) is wanneer de
aanbieder begrijpt of hoort te begrijpen dat het voor de wederpartij onduidelijk was
dat de aanvaarding te laat plaatsvond > dan geldt de aanvaarding. Tenzij aanbieder
de wederpartij onverwijld meedeelt dat hij het aanbod als vervallen beschouwt. Een
te late aanvaarding is ook geldig wanneer het niet tijdig bereiken van de verklaring
,houdende aanvaarding veroorzaakt is door bijvoorbeeld een werknemer van de
aanbieder.
Afwijkende aanvaarding van aanbod: creëert een nieuw aanbod (6:225), tenzij
uitzondering van lid 2 > als de aanvaarding slechts in ondergeschikte punten afwijkt
is het geldig.
Battle of forms: aanbod en aanvaarding verwijzen naar verschillende algemene
voorwaarden. 6:225 lid 3 --> de algemene voorwaarden waarnaar het aanbod
verwijst prevaleren boven die van de aanvaarding, tenzij bij de aanvaarding de
toepasselijkheid van die voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wordt gewezen. In
dit geval bepaal je of lid 1 of 2 van toepassing is (wijken de sets algemene
voorwaarden op ondergeschikte punten af of niet).
Algemene voorwaarden worden contractsinhoud bij aanvaarding, waaraan de
wederpartij dan gebonden is. Vernietigingsgronden voor een beding in algemene
voorwaarden (6:233):
- Als het beding onredelijk bezwarend is voor de wederpartij
- Als de gebruiker de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden
om van de algemene voorwaarden kennis te nemen
6:234, informatieplicht: gebruiker moet de voorwaarden voor of bij
contractssluiting aan de wederpartij ter hand stellen. Indien terhandstelling
redelijkerwijs niet mogelijk is... (lid 1). Bij elektronisch gesloten overeenkomsten
volstaat een terbeschikkingstelling langs elektronische weg.
Geurtzen/Kampstaal > wederpartij kan zich niet op deze vernietigingsgrond
beroepen als hij bij contractssluiting met het beding bekend was of geacht kon
worden daarmee bekend te zijn, of als dat beroep naar maatstaven van redelijkheid
en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Ontstaan van verbintenissen:
- De wet
- Wilsverklaringen, gewoonte, redelijkheid en billijkheid, rechterlijke uitspraken
- Stelsel van de wet
--> Quint/Te Poel
Precontractuele fase heeft drie stadia:
1. Beginfase, eenvoudig terugtrekken mogelijk
2. Middenfase, niet terugtrekken zonder kostenvergoeding
3. Eindfase, terugtrekken niet meer mogelijk
Baris/Riezenkamp --> precontractuele fase wordt niet door de zorgvuldigheidsnorm
van art 6:162 beheersd maar door de (strengere) eisen van redelijkheid en
billijkheid.
Precontractuele fase begint vaak met een uitnodiging om in onderhandeling te
treden, of met een aanbod. Met betrekking tot hetgeen waarover wel reeds
, overeenstemming is bereikt, kan een rompovereenkomst bestaan. Twee
vereisten hiervoor >
- De punten waarover de partijen het eens zijn moeten ten minste de
essentialia van de overeenkomst omvatten (met hulp van wet, gewoonte en
redelijkheid en billijkheid moeten de leemten in de overeenkomst worden
opgevuld).
- Partijen moeten elkaars verklaringen en gedragingen zo begrijpen, dat zij aan
het tot dan toe bereikte onderhandelingsresultaat reeds gebonden zullen zijn
(vaststelling van bedoeling van partijen dmv betekenis van hetgeen wel en
niet geregeld is, en het al dan niet bestaan van het voornemen tot verder
onderhandelen).
--> dus als een partij hoort te begrijpen dat overeenstemming over een bepaald
punt voor de ander van essentieel belang is, kan er sprake zijn van een
rompovereenkomst, zolang partijen het over dat punt eens zijn. Gevolg: afbreken
van rompovereenkomst is nakoming.
Plas/Valburg > wat brengen de redelijkheid en billijkheid mee afhankelijk van het
stadium waarin de onderhandelingen op het moment van afbreken verkeerden?
Drie stadia:
1. Afbreken van onderhandelingen is geoorloofd
2. Onderhandelingen mag je afbreken maar dan wel de door de wederpartij
gemaakte kosten vergoeden
3. Afbreken is in strijd met redelijkheid en billijkheid
CBB/JPO > ieder van de partijen is vrij de onderhandelingen af te breken, tenzij dit
op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand
komen van de overeenkomst of in verband met andere omstandigheden
onaanvaardbaar zou zijn. Er moet hierbij rekening worden gehouden met de mate
waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het
ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde
belangen van deze partij.
Eenzijdige niet gerichte rechtshandeling: voor totstandkoming hiervan is noch de
instemming van een andere persoon, noch de ontvangst door een bepaalde persoon
noodzakelijk.
Er bestaan wederkerige en eenzijdige overeenkomsten > wederkerig indien beide
partijen een verbintenis op zich nemen ter verkrijging van een prestatie. Bij
eenzijdig doen ze dat niet beide.
Als degene met het aanbod een bepaalde manier van verzending voorschrijft of
bedenkt, draagt hij hiervoor het risico. Dus als A een communicatiemiddel of bode
stuurt om een verklaring over te brengen en dit gaat onjuist, geldt dit alsnog als
een verklaring van A.
Wilsleer > interne wil van de handelende persoon is van doorslaggevend belang. Bij
gebreke van een overeenstemmende wil blijft de verklaring zonder gevolg.