Psychopathologie: Het is het deelgebied van de psychiatrie en de klinische psychologie dat
zich bezighoudt met diverse vormen van afwijkende emoties, gedachten en gedrag, de
oorzaken daarvan en de behandelmogelijkheden.
Voorbeeld toets vraag
Hoe heet de stoornis waarbij iemand vaak de rechten van anderen schendt, de wet
overtreedt en geen respect heeft voor sociale normen en interpersoonlijke of beroepsmatige
verplichtingen?
a. Antisociale-persoonlijkheidsstoornis
b. Borderline-persoonlijkheidsstoornis
c. Vermijdende-persoonlijkheidsstoornis
d. Schizoïde-persoonlijkheidsstoornis
Controverses in de psychiatrie
- Vakgebied psychiatrie is geen ‘uitgemaakte zaak’
- Is veel te leren!
- Blijf kritisch nadenken, er bestaan veel controverses
Wat is normaal?
- Wie normaal is beantwoord aan bepaalde normen, denk aan lengte
- Wat is normaal bij gedrag?
- Persoon, leeftijd
- Tijd, plaats
- Waarden, normen van deze tijd
- Abnormaal is niet gestoord
Criteria van afwijkend gedrag
1. Uitzonderlijkheid
2. Sociaal afwijkend → afwijkend gedrag is gedrag dat door de samenleving als
afwijkend of ongepast wordt beschouwd
3. Foute perceptie of interpretatie van de realiteit
4. Aanzienlijk emotioneel lijden
5. Ongepast of contraproductief gedrag (disfunctioneren)
6. Gevaar
→ paragraaf 1.2.1
Hoofdstuk 1
Diagnostisch criterium: Symptomen moeten voldoen aan bepaalde voorwaarden voordat ze
als passend bij een bepaalde stoornis worden beschouwd.
Symptomen: Specifieke kenmerken of eigenschappen die passen bij een bepaalde
psychische stoornis.
Ethische richtlijnen: informed consent en vertrouwelijkheid
Hoofdstuk 2
,Cerebellum: gedeelte in hersenen dat betrokken is bij evenwicht en motorisch gedrag
(spieractiviteit)
Hypothalamus: de kleine structuur in de hersenen die zich tussen de thalamus en de
hypofyse bevindt, en die noodzakelijk is bij het reguleren van de lichaamstemperatuur,
concentratie van lichaamsvloeistoffen, opslag van voedingsstoffen en motivatie en emotie?
Twee onderdelen zenuwstelsel: centrale en perifere
Serotonine heeft te maken met regulatie van stemmingen. Draagt bij aan depressie. Meeste
medicijnen verhogen het.
Wordt vermoed dat de ziekte van Alzheimer (hersenziekte waarbij geheugen en functies
achteruit gaan) en afname van acetylcholine in hersenen verband hebben.
Onbalans in aanwezigheid van dopamine lijkt samen te hangen met ontstaan van
Schizofrenie
Via een elektrische impuls in het neuron en vrijlating van neurotransmitters in synaps geven
neuronen boodschappen door.
Freud: ego + afweermechanismen: psychoanalytisch perspectief
Afwijkend gedrag volgens leerperspectief: verwerven van verkeerd, ongepast gedrag
Cognitieve theorie als verklaring op afwijkend gedrag: Foutieve verwerking van informatie
over de wereld en onze plek daarin.
Diathese-stressmodel: interactie kwetsbaarheid en stress
Beck’s selectieve abstractie: Het zich volledig blindstaren op die delen van een ervaring die
tekortkomingen weerspiegelen en het negeren van bewijzen van competentie.
Rogers visie op afwijkend gedrag: Als gevolg van een verstoord concept van het zelf.
Sociaal-cognitieve theoretici benadrukken de rol van cognitieve activiteiten bij vorming van
persoonlijkheid
Humanistische psychologen noemen het streven alles te worden waartoe we in staat zijn
zelfactualisatie
De grondlegger van de rationeel-emotieve gedragstherapie is Ellis
De interactie tussen genetische factoren en omgevingsinvloeden bepaalt de gevoeligheid voor
bepaalde psychische stoornissen. → genetische basis
Vrije associatie: Doel: het afweermechanismen geleidelijk afbreken. Dat houdt in: het
uitspreken van gecensureerde gedachten zodra ze in patiënt opkomen
Rationeel-emotieve therapie: betwisten van irrationele opvattingen en premissen waarop die
opvatting gebaseerd zijn, alsook het ontwikkelen van alternatieve, passendere opvattingen
Hoofdstuk 3
DSM is classificatiesysteem. Kenmerken en symptomen van afwijkend gedrag. Is
beschrijvend en niet verklarend. Heeft dimensies voor matig, zwaar etc.
Hulpverleners gebruiken veel interviews als beoordelingsmethode
Beoordelingsmethode ATQ wordt meest gebruikt voor niet-functionele gedachten
MMPI heeft beperkte antwoordmogelijkheden en meet persoonlijkheid patronen die
samenhangen met andere klinische stoornissen
Door neuropsychologisch onderzoek meer onderzoek naar formele beoordeling van
cognitieve functioneren
Stanford-Binet: meten intelligentie bij kinderen en jongvolwassenen
MRI: iemand in sterk magnetisch veld in tunnel geplaatst om hersensignalen te meten.
EEG: elektrische hersenactiviteit en staat waarin iemand verkeert meten
,PET-scan: onderzoekt werking van de verschillende delen van de hersenen door tracer in
bloedbaan te brengen en te zien waar activiteit plaatsvindt.
, Week 2
Vraag
Soms is Els plotseling heel erg bang zonder dat ze weet waarom. Ze weet dan niet meer
waar ze het zoeken moet. Ze krijgt geen lucht meer en ze is als de dood om flauw te vallen.
Daarna is ze bang dat het weer gebeurd. Els heeft waarschijnlijk een:
a. Dwangstoornis (obsessieve compulsieve stoornis)
b. Fobie
c. Paniekstoornis
Angst
- Angst als gezonde reactie op gevaar = reactief
- Angststoornis:
- Buitensporig en niet realistisch
- Ernstige belemmering van het dagelijks leven
Angst is combinatie van:
Lichamelijke kenmerken
Fysieke reactie: bleek worden, spieren spannen, sneller ademen, sneller slaan hart
Gedragskenmerken
Emotionele reactie: vrees, paniek, gruwel, afgrijzen
Cognitieve reactie: moeilijk concentreren, verstoorde kijk op de werkelijkheid: overdrijven
vrees
- Angst uit zich bij verschillende mensen op verschillende manieren
- Welke situatie tot stress response / angst leidt, verschilt per persoon
- Reële angst vs pathologische angst
- Angst als symptoom van diverse psychische stoornissen: depressie, psychose, drugs
Angst en DSM-V
DSM-V hoofdstuk angststoornissen is een cluster van klinische beelden waarin angst, vrees
en vermijding een grote rol spelen.
Moeilijk te classificeren:
- Angst, vrees en vermijding normale en adaptieve gedragingen
- Angstgerelateerde emoties worden vooral als somatische symptomen ervaren
- Angststoornissen zowel onderling als met stemming- en persoonlijkheidsstoornissen
comorbide
Centraal in angststoornissen:
1. Angst
= emotionele gesteldheid die wordt gekenmerkt door:
- Fysiologische arousal
- Onaangename spanning
- Gevoel van vrees of bezorgdheid
2. Vermijden van die angst
Anticiperende angst
Bang worden voor de angst. Bepaalde situaties gaan mijden.