Inhoud
1. Angle classificaties ............................................................................................ 3
2. Ontwikkelingsfases – wisseling ........................................................................... 5
2.1 Basisbegrippen .......................................................................................... 5
2.2 Kaakgroei tijdens vorming en eruptie van melkelementen .............................. 6
2.2.1 Het kegel-trechtermechanisme .................................................................. 7
2.2.2 Kenmerken van een compleet melkgebit ..................................................... 7
2.3 Basisbegrippen van normale gebitsontwikkeling ........................................... 8
2.3.1 De eerste wisselfase.................................................................................. 8
2.3.2 Intertransitionele fase.............................................................................. 11
2.3.3 De tweede wisselfase .............................................................................. 12
2.3.4 Veranderingen in het molaargebied .......................................................... 13
2.4 Gebit van een volwassene .............................................................................. 14
2.4.1 Inclinatie van blijvende gebitselementen .................................................. 14
2.4.2 Angulatie van blijvende gebitselementen .................................................. 14
2.4.3 Individuele tandstand .............................................................................. 14
3. Ontwikkelingsfases bij Klasse II en Klasse III ...................................................... 15
3.1 Klasse II,1-afwijking .................................................................................. 15
3.2 Klasse II,2-afwijking .................................................................................. 20
3.2.1 Klasse II,2 type A................................................................................ 22
3.2.2 Klasse II,2 type B ............................................................................... 22
3.2.3 Klasse II,2 type C ............................................................................... 23
3.3 Klasse III-afwijking .................................................................................... 24
4. Afwijkingen in de tandboog .............................................................................. 27
4.1 Arch length discrepancy (crowding / spacing) ............................................. 27
4.2 Agenesie .................................................................................................. 28
4.3 Boventallige elementen of surnumerairen .................................................. 29
4.4 Tooth size discrepancy .............................................................................. 29
4.5 Ankylose .................................................................................................. 30
4.6 Impactie .................................................................................................. 31
1
, 4.7 Afwijkende tandvorm ................................................................................ 31
4.8 Afwijkende tandpositie.............................................................................. 31
5. Open beten en non-occlusies .......................................................................... 34
6. Asymmetrieën, transversale afwijkingen en dwangbeten .................................... 37
6.1 Klasse II-subdivisie ................................................................................... 37
6.2 Klasse III-subdivisie .................................................................................. 38
6.3 Unilaterale kruisbeet ................................................................................ 38
6.4 Bilaterale kruisbeet met endo-occlusie ...................................................... 39
6.5 Totale buitenbeet (exo-occlusie): Brodie-syndroom .................................... 39
6.6 Totale binnenbeet ..................................................................................... 39
6.7 Laterale dwangbeet .................................................................................. 40
6.8 Ventrale of progene dwangbeet ................................................................. 40
2
,1. Angle classificaties
- Edward Angle (1855-1930)
- Vader van de moderne orthodontie
Tand verplaatst door kracht die lang genoeg inwerkt, dan
afbraak van bot rond wortel en terug opbouw
Klasse 1: onderkaak staat goed t.o.v. bovenkaak
Klasse 2: onderkaak ligt meer naar achter t.o.v. bovenkaak (bovenkaak te veel naar voor)
met een liptrap (vb 4mm)
Klasse 3: onderkaak staat te veel naar voor t.o.v. bovenkaak = omgekeerde overbeet met
een omgekeerde liptrap (vb -4mm)
Mesiobuccale knobbel van de bovenmolaar past mooi
in de buccale fisuur van de ondermolaar
Bovenhoektand past met punt perfect tussen
onderste hoektand en 1ste molaar
= interdigitatie: perfect in elkaar passen van tanden
Knobbels passen niet goed meer in elkaar
Mesiobuccale knobbel van de bovenmolaar past
niet in de buccale fisuur van de ondermolaar, maar
in fissuur erachter
3
, klasse 1: recht profiel
klasse 2: convex proefiel
klasse 3: concaaf profiel
Neutro-occlusie (klasse 1): molaren en hoektanden passen goed in elkaar
Disto-occlusie (klasse 2): Bovenmolaar staat te veel naar voor, onderkaak staat distaal
t.o.v. bovenkaak
Mesio-occlusie (klasse 3): onderkaak staat te veel naar mesiaal
Er is boven maar 1 premolaar:
- Neutro-occlusie thv hoektanden
- Disto-occlusie thv molaren
1 pb disto = 1 premolaar breedte disto Half pb disto => halve
premolar opgeschoven
Alles staat 1 premolaar naar voor => 1 pb disto thv hoektanden en
molaren
Beschrijving kan per tand verschillen!!!
4
,2. Ontwikkelingsfases – wisseling
Orthodontie= gebitselementen binnen de kaken verplaatsen
Gelaatsorthopedie = groeipotentie van het gelaat benutten en beïnvloeden
Wisseling van het gebit bij een klasse I (normaal verloop):
- Melkgebit: 1ste melkondersnijtand = eerste tand (na 6 maand) → volledig: 2,5 jaar
- 1ste wisselfase: wisseling van snijtanden boven en onder → 6-8 jaar
- Intertransitionele periode: er gebeurt niks in de mond, nog steeds gemengde situatie
→ 8-10 jaar
- 2de wisselfase: wisseling melkmolaren en melkhoektanden → 10-12 jaar
- Definitief gebit: pas definitief als 3de kiezen doorbreken → 18 jaar
2.1 Basisbegrippen
Melkgebit: 20 gebitselementen
Per tandboog: 4 snijtanden (incisieven), 2 hoektanden (cuspidaten), 4 molaren
(kiezen)
Definitief gebit: 32 gebitselementen
Per tandboog: 4 snijtanden (incisieven), 2 hoektanden (cuspidaten), 4 premolaren
(voorkiezen), 6 molaren (kiezen)
Volgorde van verkalking (linker onderkaakskwadrant):
I: centrale snijtand
II: laterale snijtand
III: hoektand
IV: eerste molaar
V: tweede molaar
I – IV – II – III – V
5
, Coalescentie: wanneer 2 gebeende deeltjes elkaar ontmoeten is er geen verdere groei
meer mogelijk, enkel lokaal langs de buitenkant => afstand tussen de knobbels staat
vast
2.2 Kaakgroei tijdens vorming en eruptie van melkelementen
Bij pasgeborene:
- hoofd en romp relatief het grootst
- neurocranium (=schedelbasis) op 6-jarige leeftijd 90% van
uiteindelijk omvang
- naarmate leeftijd toeneemt, gaat splanchnocranium
(=boven- en onderkaak) meer in omvang toenemen dan
neurocranium
Synchondrosis mandibulae = kraakbenige structuur tussen linker en
rechter mandibula, bevindt zich in het midden en laat een verbreding
toe, aanwezig in eerste levensmaanden
• rood = midpalatale structuur
• synchondrosis mandibula = loodrecht onderaan
• Onder: centrale melksnijtanden breken door
• Boven: Centrale melksnijtanden breken door
• Synchondrosis mandibula is verdwenen => geen
verbreding meer mogelijk in laterale zin
• Midpalatale structuur is wel nog aanwezig
• Uiteindelijk breken laterale snijtanden ook door
• 16M: eerste melkmolaren breken door
• 20M: melkhoektanden breken door
6