Boeren bewerkten als lijfeigenen van tsaar, edelman of klooster hun grond.
De mir: toegewezen stuk grond aan dorpsgemeenschap. Groot deel van oogst in vorm van belasting
naar grondbezitter.
Lijfeigenen waren vrijwel rechteloos.
Russische steden leefden middenstanders.
Boeren grond niet mogen verlaten -> nauwelijks arbeiders -> weinig industrie
Tsaar Alexander II verbiedt lijfeigenschap in 1861, maar moesten betalen voor vrijheid en voorzichtige
vorm van lokaal zelfbestuur
Industriearbeiders zwaar werk, arbeidsomstandigheden erg slecht
Rond 1910: 10% Russische bevolking tot burgerij, boeren 10%, arbeiders 10%, 70% armoedig bestaan
en gebonden aan grootgrondbezitters
Verzet tegen maatschappelijke en politieke verhoudingen nam toe
Anarchisten wilden drastische verandering aan politieke invloed
-> anarchisten opgespoord en veroordeeld
-> als reactie in 1879 de radicale organisatie Volkswil opgericht
-> Volkswil-terrorist vermoordde tsaar Alexander II
-> Alexander III pakt anarchisten nóg harder aan met geheime politie
-> radicalen (vaak communistisch) verbannen of geëxecuteerd
-> ontstaan Groep Lenin Bolsjewieken (bewuste revolutie) & mensjewieken (spontane revolutie)
Middenklasse steunde de liberale Constitutioneel-Democratische Partij (doel: grondwet & parlement)
om macht tsaar te beperken
Alexander III -> Nicolaas II
Liberalen wilden meer inspraak in het bestuur
Honger -> opstanden -> brief met wensen tsaar aanbieden -> lijfwacht vermoorden demonstranten ->
Bloedige Zondag
Fabrieksarbeiders stichtten sovjets: gekozen en zelfstandige arbeidersraden die bestuursmacht eisten
Doema werd gesticht door tsaar om rust te herstellen. Liberalen zagen dit als een vooruitgang.
Tsaar mocht zelf wetten uitvaardigen, gebruikt bij partijen die tegen zijn macht waren -> Doema
nauwelijks macht
Lijfeigenen: Boeren die niet vrij zijn, behoren tot de heer van het landgoed
Anarchisten: Mensen die streven naar afschaffing van de staat, bestuur en geschreven wetgeving
Geheime politie: Politie die politieke tegenstanders opspoort, arresteert en voor de rechter brengt
Bolsjewieken: Communisten menen dat revolutie wordt aangestuurd door keiharde revolutionairen
Mensjewieken: Communisten die menen dat de revolutie spontaan zal ontstaan
Arbeidersraden: Vergaderingen van arbeiders die spontaan en zelfstandig organisten, om zelf te
zorgen bestuur. In de Sovjet-Unie: sovjets