Oefenvragen keuzeblok 3.3 Legal Psychology
1. Een taak van een legal psychologist bestaat onder andere Waar/niet
uit het vaststellen van de validiteit van statements die waar
slachtoffers, verdachten en getuigen maken.
2. Om de confirmation bias te voorkomen moet reasoning Waar/niet
backward voorkomen worden. waar
3. Getuigen verwachten dat een dader er altijd tussen zal Waar/niet
zitten bij een line-up. waar
4. Wanneer getuigen met elkaar communiceren voor de Waar/niet
identificatietaak, zal dit geen invloed hebben op de waar
uitkomsten van de line-up.
5. Wanneer ooggetuigen eerst vertellen hoe een persoon Waar/niet
eruitzag, is de kans kleiner dat ze de goede dader waar
aanwijzen in een line-up.
6. Free recall zorgde voor een sterker effect van het verbal Waar/niet
overshadowing effect dan elaborative recall. waar
7. Steblay (1992) onderzocht het weapon focus effect en Waar/niet
kwam tot de conclusie dat er inderdaad sprake is van dit waar
effect.
8. Uit het onderzoekn van Steblay et al. (2003) kwam naar Waar/niet
voren dat een getuige sneller geneigd is om iemand te waar
kiezen in een line-up dan in een show-up.
9. Een sequential superiority effect zou betekenen dan Waar/niet
sequential line-ups accurater zijn dan simultaneous line- waar
ups.
10.Een sequential line-up vergroot de nauwkeurigheid en Waar/niet
verlaagt valse identificaties, vergeleken met een waar
simultaneous line-up.
11.De GKT wordt vaker gebruikt dan de CQT. Waar/niet
waar
12.De GKT is accurater dan de CQT. Waar/niet
waar
13.De GKT detecteert leugens beter dan waarheden. Waar/niet
waar
14.Laboratoriumonderzoeken zijn beter in het detecteren van Waar/niet
leugens dan veldonderzoeken. waar
15.Wanneer de dader in de line-up zit, maakt de sequential Waar/niet
line-up meer identificaties. waar
16.Hoe verder de afstand tussen een ooggetuige en de daad, Waar/niet
hoe minder de false alarms. waar
, 17.Bij een show-up wordt er gebruik gemaakt van relative Waar/niet
judgement proces. waar
18.De structurele line-up procedure bestaat bijvoorbeeld uit Waar/niet
de instructies die aan de ooggetuigen gegeven moeten waar
worden.
19.Valse identificaties dalen met 33% wanneer er wordt Waar/niet
gezegd dat de dader ook afwezig kan zijn. waar
20.Een line-up kan het beste dubbelblind afgenomen worden Waar/niet
om de confirmation bias tegen te gaan. waar
21.Hoe meer deelnemers in de line-up, hoe beter. Waar/niet
waar
22.Zelfverzekerdheid na een identificatie is geassocieerd met Waar/niet
een betere accuraatheid. waar
23.Volwassenen zijn gevoeliger voor hearsay informatie dan Waar/niet
kinderen. waar
24.55% gaf aan beelden te hebben gezien van een Waar/niet
vliegtuigcrash, terwijl deze beelden niet bestaan. waar
25.Irrelevante informatie kan het bewijs bij definitie nooit Waar/niet
assimileren. waar
26.Het vermogen om rationeel te denken is geassocieerd met Waar/niet
een dader vriendelijkere uitkomst. waar
27.Uit de resultaten van Danziger, Levav & Avnaim-Pesso Waar/niet
(2010) kwam naar voren dat de positieve veroordelingen waar
van 65% naar 0% konden dalen, afhankelijk van de tijd van
de dag.
28.In de praktijk is het risico op verbal overshadowing bij Waar/niet
identificatie procedures moeilijk om tegen te gaan. waar
29.De politie in Amerika gaat er vaak in eerste instantie Waar/niet
vanuit dat een verdachte schuldig is. waar
30.De accuraatheid van de GKT is ongeveer 60%. Waar/niet
waar
31.Vrouwen zeiden in het onderzoek van Crombag, Wagenaar Waar/niet
& Van Koppen (1996) significant vaker de beelden van de waar
vliegtuigcrash te hebben gezien.
32.Mensen zien post-event informatie vaak als first-event Waar/niet
informatie. waar
33.Mensen zijn niet erg goed in source monitoring omdat dit Waar/niet
niet zo belangrijk zou zijn in het dagelijkse leven. waar
1. Een taak van een legal psychologist bestaat onder andere Waar/niet
uit het vaststellen van de validiteit van statements die waar
slachtoffers, verdachten en getuigen maken.
2. Om de confirmation bias te voorkomen moet reasoning Waar/niet
backward voorkomen worden. waar
3. Getuigen verwachten dat een dader er altijd tussen zal Waar/niet
zitten bij een line-up. waar
4. Wanneer getuigen met elkaar communiceren voor de Waar/niet
identificatietaak, zal dit geen invloed hebben op de waar
uitkomsten van de line-up.
5. Wanneer ooggetuigen eerst vertellen hoe een persoon Waar/niet
eruitzag, is de kans kleiner dat ze de goede dader waar
aanwijzen in een line-up.
6. Free recall zorgde voor een sterker effect van het verbal Waar/niet
overshadowing effect dan elaborative recall. waar
7. Steblay (1992) onderzocht het weapon focus effect en Waar/niet
kwam tot de conclusie dat er inderdaad sprake is van dit waar
effect.
8. Uit het onderzoekn van Steblay et al. (2003) kwam naar Waar/niet
voren dat een getuige sneller geneigd is om iemand te waar
kiezen in een line-up dan in een show-up.
9. Een sequential superiority effect zou betekenen dan Waar/niet
sequential line-ups accurater zijn dan simultaneous line- waar
ups.
10.Een sequential line-up vergroot de nauwkeurigheid en Waar/niet
verlaagt valse identificaties, vergeleken met een waar
simultaneous line-up.
11.De GKT wordt vaker gebruikt dan de CQT. Waar/niet
waar
12.De GKT is accurater dan de CQT. Waar/niet
waar
13.De GKT detecteert leugens beter dan waarheden. Waar/niet
waar
14.Laboratoriumonderzoeken zijn beter in het detecteren van Waar/niet
leugens dan veldonderzoeken. waar
15.Wanneer de dader in de line-up zit, maakt de sequential Waar/niet
line-up meer identificaties. waar
16.Hoe verder de afstand tussen een ooggetuige en de daad, Waar/niet
hoe minder de false alarms. waar
, 17.Bij een show-up wordt er gebruik gemaakt van relative Waar/niet
judgement proces. waar
18.De structurele line-up procedure bestaat bijvoorbeeld uit Waar/niet
de instructies die aan de ooggetuigen gegeven moeten waar
worden.
19.Valse identificaties dalen met 33% wanneer er wordt Waar/niet
gezegd dat de dader ook afwezig kan zijn. waar
20.Een line-up kan het beste dubbelblind afgenomen worden Waar/niet
om de confirmation bias tegen te gaan. waar
21.Hoe meer deelnemers in de line-up, hoe beter. Waar/niet
waar
22.Zelfverzekerdheid na een identificatie is geassocieerd met Waar/niet
een betere accuraatheid. waar
23.Volwassenen zijn gevoeliger voor hearsay informatie dan Waar/niet
kinderen. waar
24.55% gaf aan beelden te hebben gezien van een Waar/niet
vliegtuigcrash, terwijl deze beelden niet bestaan. waar
25.Irrelevante informatie kan het bewijs bij definitie nooit Waar/niet
assimileren. waar
26.Het vermogen om rationeel te denken is geassocieerd met Waar/niet
een dader vriendelijkere uitkomst. waar
27.Uit de resultaten van Danziger, Levav & Avnaim-Pesso Waar/niet
(2010) kwam naar voren dat de positieve veroordelingen waar
van 65% naar 0% konden dalen, afhankelijk van de tijd van
de dag.
28.In de praktijk is het risico op verbal overshadowing bij Waar/niet
identificatie procedures moeilijk om tegen te gaan. waar
29.De politie in Amerika gaat er vaak in eerste instantie Waar/niet
vanuit dat een verdachte schuldig is. waar
30.De accuraatheid van de GKT is ongeveer 60%. Waar/niet
waar
31.Vrouwen zeiden in het onderzoek van Crombag, Wagenaar Waar/niet
& Van Koppen (1996) significant vaker de beelden van de waar
vliegtuigcrash te hebben gezien.
32.Mensen zien post-event informatie vaak als first-event Waar/niet
informatie. waar
33.Mensen zijn niet erg goed in source monitoring omdat dit Waar/niet
niet zo belangrijk zou zijn in het dagelijkse leven. waar