Werkcollege 5 Inleiding bestuursrecht
Vraag 1a
In de rechtspraak worden er de volgende eisen aan het zijn van een belanghebbende
gesteld:
1. Het dient te gaan om een eigen belang;
2. Het dient te gaan om een persoonlijk belang;
3. Het belang moet objectief (dus niet op basis van een persoonlijke voorkeur) en
actueel zijn (de gevolgen van het besluit zijn zeker);
4. Iemands belangen moeten rechtstreeks verbonden zijn.
Vraag 1b
Belanghebbendheid is van belang voor de normering binnen het bestuursrecht, omdat
het aangeeft wie gehoord moet worden bij een besluit (hoorplicht=art. 4:8 Awb)
Vraag 1c
Belanghebbendheid is van belang voor de rechtsbescherming binnen het bestuursrecht,
omdat het zijn van belanghebbende ervoor zorgt dat jij in bezwaar en beroep kan gaan
tegen een besluit (art. 7:1 Awb en art. 8:1 Awb).
Vraag 1d
Deze stelling is onjuist. Een rechtspersoon kan namelijk net als een natuurlijk persoon
belanghebbende zijn op grond van art. 1:2 lid 1 Awb, waarbij het hebben van een
persoonlijk of eigen belang voldoende is om als belanghebbende te worden
aangemerkt.
Vraag 1e
De eisen van het hebben van een eigen en persoonlijk belang. Deze worden namelijk al
vervangen door het opkomen voor een collectief of algemeen belang.
Vraag 2
B
Vraag 3a
Deze stelling is onjuist. Op grond van art. 3:1 lid 2 Awb en het Didam-arrest zijn de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur ook van toepassing op het privaatrechtelijk
optreden van de overheid.
Ook deze stelling is onjuist. Hoewel de afdelingen 3.6 en 3.7 niet van toepassing zijn op
avv’s, zijn er nog meerdere beginselen, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, dat in principe
Vraag 1a
In de rechtspraak worden er de volgende eisen aan het zijn van een belanghebbende
gesteld:
1. Het dient te gaan om een eigen belang;
2. Het dient te gaan om een persoonlijk belang;
3. Het belang moet objectief (dus niet op basis van een persoonlijke voorkeur) en
actueel zijn (de gevolgen van het besluit zijn zeker);
4. Iemands belangen moeten rechtstreeks verbonden zijn.
Vraag 1b
Belanghebbendheid is van belang voor de normering binnen het bestuursrecht, omdat
het aangeeft wie gehoord moet worden bij een besluit (hoorplicht=art. 4:8 Awb)
Vraag 1c
Belanghebbendheid is van belang voor de rechtsbescherming binnen het bestuursrecht,
omdat het zijn van belanghebbende ervoor zorgt dat jij in bezwaar en beroep kan gaan
tegen een besluit (art. 7:1 Awb en art. 8:1 Awb).
Vraag 1d
Deze stelling is onjuist. Een rechtspersoon kan namelijk net als een natuurlijk persoon
belanghebbende zijn op grond van art. 1:2 lid 1 Awb, waarbij het hebben van een
persoonlijk of eigen belang voldoende is om als belanghebbende te worden
aangemerkt.
Vraag 1e
De eisen van het hebben van een eigen en persoonlijk belang. Deze worden namelijk al
vervangen door het opkomen voor een collectief of algemeen belang.
Vraag 2
B
Vraag 3a
Deze stelling is onjuist. Op grond van art. 3:1 lid 2 Awb en het Didam-arrest zijn de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur ook van toepassing op het privaatrechtelijk
optreden van de overheid.
Ook deze stelling is onjuist. Hoewel de afdelingen 3.6 en 3.7 niet van toepassing zijn op
avv’s, zijn er nog meerdere beginselen, zoals het zorgvuldigheidsbeginsel, dat in principe