Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen
(EBB152A05)
Leerdoelen
Na afronding van deze cursus kan de student:
1. Rechtvaardigheid en staatsinrichting uitleggen en de relatie met het sociaal contract
benoemen.
2. Normatieve ethiek (deugdenethiek, plichtethiek en gevolgenethiek) begrijpen en toepassen.
3. Gedragsethiek en de basisbeginselen ervan uitleggen en toepassen.
4. Stakeholdertheorie begrijpen en toepassen.
5. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) en de onderliggende theorieën
uitleggen en toepassen.
6. Duurzaamheid als begrip begrijpen en toepassen.
7. Mondiale MVO en duurzaamheidsinitiatieven uitleggen en toepassen.
8. Ethische en juridische aspecten van stakeholders (aandeelhouders, concurrenten,
leveranciers, werknemers, consumenten, milieu en klimaat) analyseren.
9. Ondernemingsrecht, insolventierecht en arbeidsrecht begrijpen en toepassen.
10.Academisch schrijven: een betogende tekst voorbereiden, structureren en schrijven.
Beschrijving van de cursus
Deze cursus biedt een inleiding in ethiek en duurzaamheid binnen het bedrijfsleven. De volgende
thema’s komen aan bod:
1. Rechtvaardigheid en staatsinrichting
○ Rechtsstaat, liberalisme en democratie.
○ Relatie tussen moraal, wet en religie.
○ Problemen zoals relativisme en egoïsme.
2. Normatieve ethiek en besluitvorming
○ Deugdenethiek, plichtethiek en gevolgenethiek.
○ Professionele oordeels- en besluitvorming.
○ Invloed van ethisch klimaat en ethische cultuur.
3. Stakeholders en ethische aspecten
○ Aandeelhouders: ondernemingsvormen, corporate governance, duurzame
financiering.
○ Leveranciers: supply chain due diligence.
○ Concurrenten: misleidende reclame, mededinging.
○ Werknemers: discriminatie, privacy, werkomstandigheden, klokkenluiders.
○ Consumenten: kwetsbare consumenten, oneerlijke handelspraktijken, duurzame
consumptie.
○ Milieu en klimaat: recente ontwikkelingen in bedrijfsethiek, milieuwetgeving en
klimaatverandering.
,Week 1: Normatieve ethiek
● Hoorcollege: Inleiding in Kantiaanse ethiek, utilitarisme en deugdenethiek. Discussie over
toepassing in maatschappelijk verantwoord ondernemen.
● Literatuur: Crane en Matten, hoofdstukken 1–3.
Week 2: Descriptieve ethiek en ethiekinstrumenten
● Hoorcollege: Bespreking persoonlijke waarden, klokkenluiders, gedragscodes, etc.
● Werkcollege:
○ Casus ‘Canada’s oil sands’.
○ Eerste individuele schrijfopdracht.
● Literatuur: Crane en Matten, hoofdstukken 4–5.
Week 3: Start ethiek consultancy rapport
● Geen hoorcollege of werkcolleges.
● Begin met het ethiek consultancyrapport.
Week 4: Aandeelhouders en werknemers
● Hoorcollege: Rol van aandeelhouders, corporate governance, werknemersrechten,
discriminatie, privacy.
● Werkcollege:
○ Casus ‘The expendables: migrant labour in the global workforce’.
○ Tweede individuele schrijfopdracht.
● Literatuur: Crane en Matten, hoofdstukken 6–7.
Week 5: Consumenten, leveranciers, concurrenten
● Hoorcollege: Verantwoordelijkheden richting consumenten, leveranciers en concurrenten.
● Werkcollege:
○ Groepspresentaties en upload ethiek consultancyrapport (deadline: maandag 3 maart,
23:59 CET).
● Literatuur: Crane en Matten, hoofdstukken 8–9.
Week 6: Ondernemingsrecht en duurzaamheid
● Gastcollege: Menko Rittersma over duurzaamheid vanuit ondernemingsrecht.
● Werkcollege: Voor studenten die onderdeel academische vaardigheden binnen de cursus
Inleiding ethiek en recht nog niet of niet voldoende afgerond hebben.
● Literatuur: Wordt via Brightspace bekendgemaakt.
Week 7: Bankieren en duurzaamheid
● Gastcollege: Sandra Phlippen over duurzaamheid in de bankensector.
● Werkcollege:
○ Casus ‘Uzbek cotton: a new spin on responsible sourcing?’
○ Derde individuele schrijfopdracht.
, ● Literatuur: Wordt via Brightspace bekendgemaakt.
Elke maandag van 17.00 - 19.00 verplicht heen!! GEEN SMOES.
Hoorcollege week 1:
- Week 6 + week 7 zeer belangrijk om naar hoorcollege te gaan.
Wat zijn de normatieve theorieën?
- Theorieën die de moreel juiste manier van handelen willen voorschrijven; hoe we ons zouden
moeten gedragen. Deze theorieën stellen dus normen. Ze stellen waarom een bepaalde
handeling onethisch is: omdat deze de norm schendt.
Binnen een groep mensen, zoals een klas, zullen er verschillende opvattingen zijn over goed en
kwaad. Toch kan de vraag worden gesteld of er universele morele principes bestaan. Dit brengt ons bij
ethische theorieën, die helpen om deze vraag te begrijpen. Welke drie zijn er?
● Ethisch absolutisme stelt dat er universele, objectieve morele principes zijn die altijd en
overal gelden, onafhankelijk van de omstandigheden. Goed en kwaad kunnen rationeel worden
bepaald.
● Ethisch relativisme beweert juist dat moraliteit afhankelijk is van context en cultuur. Er zijn
geen universele morele waarheden; wat goed of fout is, hangt af van tradities en
overtuigingen.
○ Descriptief relativisme: verschillende culturen hanteren verschillende ethische
normen.
○ Normatief relativisme: alle ethische overtuigingen kunnen gelijkwaardig zijn. Dit
perspectief komt vooral voor binnen alternatieve denkrichtingen.
● Pluralisme: Een middenweg tussen absolutisme en relativisme. Er worden verschillende
morele overtuigingen en achtergronden geaccepteerd, terwijl men tegelijkertijd streeft naar
consensus over basisprincipes en regels binnen een bepaalde sociale context.
Welke drie ethische grondslagen gaan wij behandelen?
1) Gevolgenethiek (consequentialisme, utilitarisme). = de ethiek van het tellen. (Denk bijv. Aan
Trolley). Ook hier heb je een plicht, maar er wordt op een andere manier nagedacht over de
rechten van die plichten.
2) Plichtenethiek (deontologie) = centrale theorie. = nadenken over je verantwoordelijkheid
(respect, regels volgen, plichten).
3) Dedugdethiek.
, Theorieën
In de filosofische canon van ethische theorieën zijn er twee hoofdgroepen, welke twee zijn dat?
1. Consequentialistische theorieën
(teleologisch):
○ De morele juistheid van een
handeling wordt bepaald door de
gevolgen, doelen of doeleinden van
die handeling. Als de uitkomsten
wenselijk zijn, is de handeling
moreel juist.
2. Niet-consequentialistische theorieën
(deontologisch):
○ De morele juistheid wordt bepaald
door de onderliggende principes en
de motivatie van de besluitvormer, niet door de gevolgen van de handeling.
Consequentistische theorieën, welke twee zijn het en wat is punt ervan?
1) Egoïsme:
○ Richt zich op de gevolgen voor de besluitvormer zelf. Een handeling is moreel juist als
de besluitvormer deze vrij kiest om zijn korte- of langetermijnbelangen na te streven.
○ Dit idee is gebaseerd op het mensbeeld dat men een beperkt inzicht heeft in de
gevolgen van zijn acties, en dat het nastreven van eigen belangen de beste strategie
is voor een goed leven.
○ Adam Smith: Vrije concurrentie en goede informatie leiden uiteindelijk tot moreel
verantwoorde uitkomsten.
○ Verschil met egoïstisch gedrag: Een egoïst kan medelijden voelen en handelen om
zijn eigen ongemak over het lijden van anderen te verminderen, terwijl een egoïstisch
persoon ongevoelig blijft.
○ Zwak punt: Niet alle actoren handelen in hun belang
zonder schade toe te brengen aan anderen.
2) Utilitarisme
Wat is daarvan de essentie?
De essentie van utilitarisme: De moraal van een handeling wordt
bepaald door de gevolgen van die handeling. Hoe meer geluk een
handeling creëert voor de meeste mensen, hoe meer moreel juist de
handeling is.
Het draait om het maximaliseren van geluk en welzijn. Je moet de keuze maken die de
meeste mensen blij maakt. Hier wordt niet gekeken naar vaste regels, maar naar de
gevolgen van je handelingen. Als een leugentje om bestwil bijvoorbeeld meer positieve
gevolgen heeft dan de waarheid spreken, dan is liegen in dat geval toegestaan. Het doel is
om de keuze te maken die het meeste geluk oplevert (happiness maximization).