Hoofdstuk 4 –
Werkapitaalbeheer en
cashmangement
Paragraaf 1
1. Waardecreatie en het bedrijfsproces
Het doel van organisaties is het creëren van waarde. Dit kan zich uiten in
verschillende vormen, zoals:
Maatschappelijke waarde (bijdrage aan de samenleving)
Klantwaarde (de waarde die klanten ervaren)
Aandeelhouderswaarde (financiële waarde voor investeerders)
Waardecreatie treedt op wanneer de waarde van de output hoger is dan
de totale kosten van de input die gebruikt wordt in het productieproces.
Als dit niet het geval is, spreken we van waardevernietiging.
De input in een organisatie bestaat uit:
Arbeid en grondstoffen
Gebruik van vaste activa zoals gebouwen, machines en
inventaris
De transformatie van input naar output, oftewel de productie van
goederen of diensten, wordt het omzettingsproces genoemd. Dit is een
fundamenteel onderdeel van elke onderneming. Naast dit proces is er een
geldstroom die de transacties binnen het bedrijfsproces complementeert.
2. De Cash Conversion Cycle (CCC)
De cash conversion cycle (CCC) meet hoe efficiënt een bedrijf zijn
vlottende activa inzet. Het geeft aan hoe lang het duurt voordat een
onderneming de investeringen in grondstoffen en andere inputs
terugverdient via de verkoop van goederen en diensten.
De cash conversion cycle omvat drie belangrijke fasen:
1. De inkoop van grondstoffen en hulpstoffen (betaald aan
leveranciers → opgenomen als crediteuren)
2. De productie en opslag van eindproducten (waardoor er
voorraad ontstaat)
, 3. De verkoop en inning van betalingen van klanten (waardoor
debiteuren ontstaan en uiteindelijk liquide middelen beschikbaar
komen)
Hoe langer deze cyclus duurt, hoe meer werkkapitaal een onderneming
nodig heeft om haar activiteiten te financieren. Daarom is het beheersen
van deze cyclus essentieel voor een gezonde financiële positie.
3. Beheersing van de Cash Conversion Cycle
Er zijn twee manieren om de CCC te beheersen:
1. Beheersen van de hoeveelheden (zoals het minimaliseren van
voorraden)
2. Beheersen van de tijdsduur (zoals het verkorten van de
doorlooptijd van productie of het sneller innen van betalingen)
In de praktijk wordt de CCC berekend door het totaal aantal dagen dat
grondstoffen, magazijnvoorraad en debiteuren in beslag nemen, te
verminderen met het aantal dagen dat het bedrijf krijgt om leveranciers te
betalen. Dit geeft aan hoeveel dagen externe financiering nodig is.
4. Voorbeeld – Jonam BV
Een praktijkvoorbeeld van Jonam BV laat zien hoe de CCC in de praktijk
werkt:
Grondstoffen worden gemiddeld 45 dagen vastgehouden
De productie en opslag in het magazijn duren gemiddeld 15
dagen
Klanten betalen hun facturen na gemiddeld 43 dagen
Leveranciers worden na gemiddeld 25 dagen betaald
Dit leidt tot een totale cash conversion cycle van 78 dagen, wat betekent
dat Jonam BV gemiddeld 78 dagen haar voorraden met externe
financiering (zoals bankkrediet) moet bekostigen.
Conclusie:
De cash conversion cycle is een cruciale maatstaf voor bedrijven om hun
werkkapitaal te optimaliseren. Een kortere CCC betekent minder behoefte
aan externe financiering en efficiënter beheer van activa. Bedrijven
kunnen hun CCC verbeteren door sneller betalingen van klanten te innen,
hun voorraadbeheer te optimaliseren en gunstigere betalingsvoorwaarden
met leveranciers af te spreken.
, Paragraaf 2
1. Wat is werkkapitaalbeheer?
Werkkapitaalbeheer verwijst naar het proces van het beheren van een
bedrijf zijn voorraad, debiteuren, crediteuren en de liquiditeit. Dit
heeft invloed op het inkoopproces, de productie, de verkoop en het innen
van geld.
Het werkkapitaal van een bedrijf heeft betrekking op:
Voorraad (grondstoffen, halffabricaten en eindproducten)
Debiteuren (klanten die op krediet kopen)
Crediteuren (betalingen aan leveranciers)
Het aanhouden van voorraden en debiteuren is een investering die
financiële middelen vereist. Het beheren van deze posten is cruciaal om
liquiditeitsproblemen te voorkomen.
2. Risico’s van werkkapitaal
Voorraadrisico: Goederen kunnen niet meer verkocht worden,
bijvoorbeeld door modeveroudering, bederf of beschadiging.
Debiteurenrisico: Klanten betalen mogelijk hun facturen niet op
tijd, wat een impact heeft op de kaspositie van het bedrijf.
Financieringsrisico: Als een bedrijf te veel voorraad aanhoudt of
te lange betalingstermijnen aan klanten geeft, heeft het mogelijk
externe financiering nodig.
Een belangrijk aspect van werkkapitaalbeheer is dat leveranciers vaak
krediet verstrekken aan bedrijven. Dit betekent dat bedrijven pas na een
bepaalde periode hoeven te betalen, wat wordt geboekt onder
crediteuren.
Daarnaast wordt personeel pas aan het einde van de maand betaald, wat
een natuurlijke vorm van kortetermijnfinanciering is. Belastingen
worden ook pas achteraf betaald, wat een vorm van geïnduceerd
vermogen is.
3. Bruto- en netto-werkkapitaal
Om het werkkapitaal effectief te beheren, wordt een onderscheid gemaakt
tussen bruto-werkkapitaal en netto-werkkapitaal.
Bruto-werkkapitaal
Het bruto-werkkapitaal is de optelsom van alle vlottende activa:
Werkapitaalbeheer en
cashmangement
Paragraaf 1
1. Waardecreatie en het bedrijfsproces
Het doel van organisaties is het creëren van waarde. Dit kan zich uiten in
verschillende vormen, zoals:
Maatschappelijke waarde (bijdrage aan de samenleving)
Klantwaarde (de waarde die klanten ervaren)
Aandeelhouderswaarde (financiële waarde voor investeerders)
Waardecreatie treedt op wanneer de waarde van de output hoger is dan
de totale kosten van de input die gebruikt wordt in het productieproces.
Als dit niet het geval is, spreken we van waardevernietiging.
De input in een organisatie bestaat uit:
Arbeid en grondstoffen
Gebruik van vaste activa zoals gebouwen, machines en
inventaris
De transformatie van input naar output, oftewel de productie van
goederen of diensten, wordt het omzettingsproces genoemd. Dit is een
fundamenteel onderdeel van elke onderneming. Naast dit proces is er een
geldstroom die de transacties binnen het bedrijfsproces complementeert.
2. De Cash Conversion Cycle (CCC)
De cash conversion cycle (CCC) meet hoe efficiënt een bedrijf zijn
vlottende activa inzet. Het geeft aan hoe lang het duurt voordat een
onderneming de investeringen in grondstoffen en andere inputs
terugverdient via de verkoop van goederen en diensten.
De cash conversion cycle omvat drie belangrijke fasen:
1. De inkoop van grondstoffen en hulpstoffen (betaald aan
leveranciers → opgenomen als crediteuren)
2. De productie en opslag van eindproducten (waardoor er
voorraad ontstaat)
, 3. De verkoop en inning van betalingen van klanten (waardoor
debiteuren ontstaan en uiteindelijk liquide middelen beschikbaar
komen)
Hoe langer deze cyclus duurt, hoe meer werkkapitaal een onderneming
nodig heeft om haar activiteiten te financieren. Daarom is het beheersen
van deze cyclus essentieel voor een gezonde financiële positie.
3. Beheersing van de Cash Conversion Cycle
Er zijn twee manieren om de CCC te beheersen:
1. Beheersen van de hoeveelheden (zoals het minimaliseren van
voorraden)
2. Beheersen van de tijdsduur (zoals het verkorten van de
doorlooptijd van productie of het sneller innen van betalingen)
In de praktijk wordt de CCC berekend door het totaal aantal dagen dat
grondstoffen, magazijnvoorraad en debiteuren in beslag nemen, te
verminderen met het aantal dagen dat het bedrijf krijgt om leveranciers te
betalen. Dit geeft aan hoeveel dagen externe financiering nodig is.
4. Voorbeeld – Jonam BV
Een praktijkvoorbeeld van Jonam BV laat zien hoe de CCC in de praktijk
werkt:
Grondstoffen worden gemiddeld 45 dagen vastgehouden
De productie en opslag in het magazijn duren gemiddeld 15
dagen
Klanten betalen hun facturen na gemiddeld 43 dagen
Leveranciers worden na gemiddeld 25 dagen betaald
Dit leidt tot een totale cash conversion cycle van 78 dagen, wat betekent
dat Jonam BV gemiddeld 78 dagen haar voorraden met externe
financiering (zoals bankkrediet) moet bekostigen.
Conclusie:
De cash conversion cycle is een cruciale maatstaf voor bedrijven om hun
werkkapitaal te optimaliseren. Een kortere CCC betekent minder behoefte
aan externe financiering en efficiënter beheer van activa. Bedrijven
kunnen hun CCC verbeteren door sneller betalingen van klanten te innen,
hun voorraadbeheer te optimaliseren en gunstigere betalingsvoorwaarden
met leveranciers af te spreken.
, Paragraaf 2
1. Wat is werkkapitaalbeheer?
Werkkapitaalbeheer verwijst naar het proces van het beheren van een
bedrijf zijn voorraad, debiteuren, crediteuren en de liquiditeit. Dit
heeft invloed op het inkoopproces, de productie, de verkoop en het innen
van geld.
Het werkkapitaal van een bedrijf heeft betrekking op:
Voorraad (grondstoffen, halffabricaten en eindproducten)
Debiteuren (klanten die op krediet kopen)
Crediteuren (betalingen aan leveranciers)
Het aanhouden van voorraden en debiteuren is een investering die
financiële middelen vereist. Het beheren van deze posten is cruciaal om
liquiditeitsproblemen te voorkomen.
2. Risico’s van werkkapitaal
Voorraadrisico: Goederen kunnen niet meer verkocht worden,
bijvoorbeeld door modeveroudering, bederf of beschadiging.
Debiteurenrisico: Klanten betalen mogelijk hun facturen niet op
tijd, wat een impact heeft op de kaspositie van het bedrijf.
Financieringsrisico: Als een bedrijf te veel voorraad aanhoudt of
te lange betalingstermijnen aan klanten geeft, heeft het mogelijk
externe financiering nodig.
Een belangrijk aspect van werkkapitaalbeheer is dat leveranciers vaak
krediet verstrekken aan bedrijven. Dit betekent dat bedrijven pas na een
bepaalde periode hoeven te betalen, wat wordt geboekt onder
crediteuren.
Daarnaast wordt personeel pas aan het einde van de maand betaald, wat
een natuurlijke vorm van kortetermijnfinanciering is. Belastingen
worden ook pas achteraf betaald, wat een vorm van geïnduceerd
vermogen is.
3. Bruto- en netto-werkkapitaal
Om het werkkapitaal effectief te beheren, wordt een onderscheid gemaakt
tussen bruto-werkkapitaal en netto-werkkapitaal.
Bruto-werkkapitaal
Het bruto-werkkapitaal is de optelsom van alle vlottende activa: