Hoofdstuk 1: economischer groei
1.1. Hoe kun je zichtbaar maken dat de economie van een land groeit?
Door de stijging van de toegevoegde waarde van de Nederlandse
productie te bepalen. Dat is de reële groei van het bbp (bruto binnenlands
product).
Bij economische groei staat het maken van producten centraal. Eerst
bepaal je de waarde van de totale productie in een land (alles wat er in
een bepaalde periode aan goederen en diensten is gemaakt). De waarde
die wordt geteld is de toegevoegde waarde. Toegevoegde waarde is de
verkoopwaarde min de inkoopwaarde. Economische groei is alleen de groei
van het bbp die is veroorzaakt door een stijging van het aantal goederen
en diensten (volume). Dus alleen als er meer producten zijn geproduceerd
kun je spreken van reële groei van het bbp.
De groei van de economie van een land kun je zichtbaar maken door het
bbp per hoofd te vergelijken met andere landen of te vergelijken met het
bbp per hoofd in het verleden.
Sectoren die hun belang willen benadrukken, gebruiken liever de
verkoopwaarde ipv de toegevoegde waarde. Zo lijken ze belangrijker
omdat je de grondstoffen die je inkoopt om een product te maken
meerekent. Hierdoor is het bedrag hoger.
1.2. Wat inflatie?
Inflatie is de procentuele stijging van het prijspeil in een land. Het prijspeil
in Nederland wordt maandelijks gemeten door het CBS. Dat meet de CPI
(consumenten prijsindex). Dit is een maatstaf voor de kosten van
levensonderhoud van de gemiddelde consument.
Je kunt dit zien als de prijzen van producten in een boodschappenmandje.
Sinds 2007 bekijkt het CBS jaarlijks of de samenstelling van het
boodschappenmandje nog representatief is.
Oorzaken voor inflatie kunnen zijn:
- Oververhitte economie bestedingen zijn zo hoog dat bedrijven de
vraag naar producten niet meer bij kunnen benen, gevolg: bedrijven
verhogen de verkoopprijzen.
- Teveel geld in omloop Kan uit het buitenland komen of door
banken die veel krediet verlenen. Ook kan de overheid de
geldhoeveelheid laten toenemen. Hierdoor kan hyperinflatie
ontstaan: geld is niks meer waard.
1
, - Stijging van prijzen van buitenlandse producten dit heet
geïmporteerde inflatie
- Kostenstijging als kosten van bedrijven bijvoorbeeld werknemers
duurder worden, dan worden de verkoopprijzen ook duurder zodat
bedrijven geen verlies hebben. Als dit massaal gebeurd leidt dit tot
inflatie.
Wie bestrijdt de inflatie en hoe?
De centrale bank van landen is de bestrijder van inflatie, voor Nederland is
dat de Europese Centrale Bank. De ECB zorgt ervoor dat er niet te veel
geld in omloop is en gebruikt de rente om inflatie te bestrijden.
Een te hoge inflatie wordt bestreden met een renteverhoging. Omdat
sparen aantrekkelijker wordt en lenen onaantrekkelijker, koelt de economie
af. Als de oververhitting verdwijnt, nemen de prijsstijgingen af.
1.3. Waarom wordt economische groei gezien als iets positiefs?
De reële toename van het bbp betekent dat er meer geproduceerd is.
Productie leidt tot inkomen. Inkomen is een maatstaf voor welvaart. Meer
productie betekent ook meer werkgelegenheid. Bovendien
Productie leidt tot inkomen, hoe meer er is geproduceerd hoe meer
inkomen er is verdiend in het land. Inkomen zegt iets over de materiële
welvaart. Doordat er meer inkomen is gaan mensen meer consumeren
(uitgeven) waardoor er nog meer geproduceerd word en er dus nog meer
inkomen is. Meer productie betekent ook meer werkgelegenheid. Ook gaan
bedrijven gaan investeren waardoor er ook meer werk(gelegenheid) komt.
Er treedt een sneeuwbaleffect op: meer inkomen leidt tot meer
bestedingen, waardoor de productie nog meer stijgt. Meer productie
betekent weer meer inkomen, enzovoort. Productiecapaciteit en het
consumenten- en producentenvertrouwen begrenzen dit effect.
1.4. Heeft economische groei ook een keerzijde?
Negatieve punten van economische groei zijn:
- De inkomensverdeling kan scheef zijn
- Het milieu kan schade lijden
- Meer welvaart hoeft niet te leiden tot meer geluk
- Wachttijden en levertijden kunnen oplopen
1.5. Waarom wisselen tijden van snelle en langzame groei elkaar af?
In de economie worden perioden van expansie, waarin de productie van
goederen en diensten stijgt, afgewisseld met perioden van recessie,
waarin de productie daalt. De afwisseling van economische expansie en
2