Paragraaf 1:
Zuur: Staat H+ deeltje af (Protondonor)
- Vaak moleculaire stof, soms een ion
- Zuur + water = zure oplossing:
o HZ + H2O → Z- + H3O+
Dus er ontstaat een H3O-ion en een zuurrestion. Dit heet ionisatie
Base: neemt H+ deeltje op (protonacceptor)
- Vaak negatief ion, soms moleculaire stof
- Base + water = basische oplossing
o B- + H2O → HB + OH-
Dus er ontstaat een hydroxide-ion.
Waterevenwicht:
Water is zuur én base. Watermoleculen reageren volgens een evenwicht met elkaar:
- 2 H2 O H3O+ + OH-
- Waterconstante Kw:
o Kw= [H3O+] [OH-]
In een zure oplossing geldt: [H3O+] >> [OH-]
In een neutrale oplossing geldt: [H3O+] = [OH-]
In een basische oplossing geldt: [H3O+] << [OH-]
pH-waarde:
pH-waarde is een maat om de zuurgraad en dus de [H3O+] in uit te drukken.
- Zuur: pH onder 7
- Base: pH boven 7
pH berekenen bij een zuur:
pH= -log [H3O+]
[H3O+] = 10pH