Inleiding Biomedische Wetenschappen
Dag 1-3 Cel organellen
Hoofdstuk 1:
De structuur van een cel is in detail zichtbaar te maken door middel van de
elektronenmicroscoop. Zowel voor licht microscopie als elektron microscopie moeten
samples gefixeerd (reactieve chemische oplossing, inbedden (in wax), geknipt of gesneden in
dunne plakjes, en gekleurd worden. Bij elektron microscopie moeten de plakjes nog dunner
en zijn de cellen altijd dood wanneer je ze gaat bekijken.
- Transmission elektron microscoop -> een type elektron microscoop dat gebruikt
wordt om naar dunne secties tissues te kijken. Het lijkt op een licht microscoop maar
in plaats dat het licht gebruikt, gebruikt het elektronen door het sample.
- Scanning elektron microscoop -> verstrooid elektronen op het oppervlak van de
sample om naar het oppervlak van de cel te kijken en de andere structuren.
- Cryo-elektron microscopie -> wordt gebruikt om de positionering van atomen
binnen een drie dimensionaal structuur van eiwitmoleculen en complexen te
bepalen.
Mitochondriën genereren bruikbare energie van voedselmoleculen.
Mitochondriën zijn aanwezig in alle eukaryoten cellen. Met de elektronenmicroscoop is te
zien dat iedere individuele mitochondriën gevonden worden in twee verschillende
membranen. Het inner membraan beschermt het interieur van het organel.
Dit organel oxideert energie vanuit voedsel moleculen, zoals suikers, om vanuit hier
adenosine trifosfaat (ATP) te genereren. ATP is de basis brandstof dat wordt gebruikt in alle
cel activiteiten.
Cell respiration -> De mitochondriën gebruiken O2 en laten CO2 vrij.
Mitochondriën hebben hun eigen DNA en kunnen reproduceren door delen
Hun sterke gelijkenis (uiterlijk en DNA-sequentie) met de moderne bacteriën levert bewijs
dat mitochondriën zijn geëvolueerd uit een aerobe bacterie die werd opgenomen door een
anaerobe voorouder van de huidige eucaryotische cellen levert symbiotische relatie
, Chloroplasten zijn grote, groene organellen die gevonden worden in cellen van planten en
algen. Ze hebben naast een dubbel membraan, interne stapels membraan dat chlorofyl
bevat (groen pigment).
Chloroplasten voeren fotosynthese uit: het opnemen van energie uit zonlicht met de
chlorofyl moleculen en deze energie gebruiken om energierijke suikermoleculen te maken.
Daarbij komen O2 vrij als bijproduct.
Chloroplasten geven planten dus de mogelijkheid om energie te halen uit zonlicht en planten
kunnen voedsel moleculen produceren die mitochondriën gebruiken voor het produceren
van ATP. Chloroplasten en mitochondriën werken dus samen.
Chloroplasten hebben net als mitochondriën hun eigen DNA en reproduceren door middel
van delen. Er wordt gedacht dat ze zijn ontstaan vanuit bacteriën: fotosynthetische bacteriën
waren opgenomen door eukaryoten cellen die al mitochondriën hadden.
Interne membranen creëren intracellulaire compartimenten met verschillende functies.
Het cytoplasma bevat organellen die allen een membraan hebben en meestal zijn deze
betrokken bij de mogelijkheid om materialen naar binnen en buiten de cel te transporteren.
Het endoplasmatische reticulum (ER) bevindt zich rondom de nucleair envelop en is de kant
waar de meest celmembraan componenten en materialen die bedoeld zijn voor export uit
de cel gemaakt worden.
Dit organel is extra uitgebreid in cellen die gespecialiseerd zijn in het uitscheiden van grote
hoeveelheden eiwit.
Golgi apparaat (stapels platte membraan dichte zakjes) modificeert zakken moleculen
gemaakt in de ER die bedoeld zijn om uitgescheiden te worden of getransporteerd te
worden naar een ander cel compartiment.
Lysosomen zijn kleine, membraandichte onregelmatig gevormde organellen waarin
intracellulaire digestie plaatsvindt. Dit geeft nutriënten vrij in het cytosol uit voedsel en
breekt ongewilde moleculen af voor recycling of excretie uit de cel.
Peroxisomen zijn kleine, membraandichte zakjes die de juiste omgeving verzorgd voor veel
verschillende chemische reacties. Hierbij wordt waterperoxide gebruikt om toxische
moleculen uit te schakelen.
Membranen maken ook verschillende typen transport vesicles/zakjes die materialen tussen
membraan dichte organellen vervoerd.
Cytosol = het deel van het cytoplasma dat de gaten buiten de organellen opvult.
Een continue uitwisseling van materialen vindt plaats tussen het endoplasmatische
reticulum, golgi apparaat, lysosomen, plasmamembraan, en buiten de cel. Deze transport
wordt verzorgd door transport zakjes die ontstaan uit het membraan van een organel en
fuseert met het membraan van het andere organel.
- Endocytose = import van extracellulaire materialen via endosomen.
- Exocytose = export van intern afval of materialen naar buiten de cel (hormonen
secretie, communicatie).
Cytosol is een onderdeel van het cytoplasma dat niet is omgeven door een membraan. Het
bevat enorm veel kleine moleculen en gedraagt zich als een water gebaseerd gel. Het cytosol
Dag 1-3 Cel organellen
Hoofdstuk 1:
De structuur van een cel is in detail zichtbaar te maken door middel van de
elektronenmicroscoop. Zowel voor licht microscopie als elektron microscopie moeten
samples gefixeerd (reactieve chemische oplossing, inbedden (in wax), geknipt of gesneden in
dunne plakjes, en gekleurd worden. Bij elektron microscopie moeten de plakjes nog dunner
en zijn de cellen altijd dood wanneer je ze gaat bekijken.
- Transmission elektron microscoop -> een type elektron microscoop dat gebruikt
wordt om naar dunne secties tissues te kijken. Het lijkt op een licht microscoop maar
in plaats dat het licht gebruikt, gebruikt het elektronen door het sample.
- Scanning elektron microscoop -> verstrooid elektronen op het oppervlak van de
sample om naar het oppervlak van de cel te kijken en de andere structuren.
- Cryo-elektron microscopie -> wordt gebruikt om de positionering van atomen
binnen een drie dimensionaal structuur van eiwitmoleculen en complexen te
bepalen.
Mitochondriën genereren bruikbare energie van voedselmoleculen.
Mitochondriën zijn aanwezig in alle eukaryoten cellen. Met de elektronenmicroscoop is te
zien dat iedere individuele mitochondriën gevonden worden in twee verschillende
membranen. Het inner membraan beschermt het interieur van het organel.
Dit organel oxideert energie vanuit voedsel moleculen, zoals suikers, om vanuit hier
adenosine trifosfaat (ATP) te genereren. ATP is de basis brandstof dat wordt gebruikt in alle
cel activiteiten.
Cell respiration -> De mitochondriën gebruiken O2 en laten CO2 vrij.
Mitochondriën hebben hun eigen DNA en kunnen reproduceren door delen
Hun sterke gelijkenis (uiterlijk en DNA-sequentie) met de moderne bacteriën levert bewijs
dat mitochondriën zijn geëvolueerd uit een aerobe bacterie die werd opgenomen door een
anaerobe voorouder van de huidige eucaryotische cellen levert symbiotische relatie
, Chloroplasten zijn grote, groene organellen die gevonden worden in cellen van planten en
algen. Ze hebben naast een dubbel membraan, interne stapels membraan dat chlorofyl
bevat (groen pigment).
Chloroplasten voeren fotosynthese uit: het opnemen van energie uit zonlicht met de
chlorofyl moleculen en deze energie gebruiken om energierijke suikermoleculen te maken.
Daarbij komen O2 vrij als bijproduct.
Chloroplasten geven planten dus de mogelijkheid om energie te halen uit zonlicht en planten
kunnen voedsel moleculen produceren die mitochondriën gebruiken voor het produceren
van ATP. Chloroplasten en mitochondriën werken dus samen.
Chloroplasten hebben net als mitochondriën hun eigen DNA en reproduceren door middel
van delen. Er wordt gedacht dat ze zijn ontstaan vanuit bacteriën: fotosynthetische bacteriën
waren opgenomen door eukaryoten cellen die al mitochondriën hadden.
Interne membranen creëren intracellulaire compartimenten met verschillende functies.
Het cytoplasma bevat organellen die allen een membraan hebben en meestal zijn deze
betrokken bij de mogelijkheid om materialen naar binnen en buiten de cel te transporteren.
Het endoplasmatische reticulum (ER) bevindt zich rondom de nucleair envelop en is de kant
waar de meest celmembraan componenten en materialen die bedoeld zijn voor export uit
de cel gemaakt worden.
Dit organel is extra uitgebreid in cellen die gespecialiseerd zijn in het uitscheiden van grote
hoeveelheden eiwit.
Golgi apparaat (stapels platte membraan dichte zakjes) modificeert zakken moleculen
gemaakt in de ER die bedoeld zijn om uitgescheiden te worden of getransporteerd te
worden naar een ander cel compartiment.
Lysosomen zijn kleine, membraandichte onregelmatig gevormde organellen waarin
intracellulaire digestie plaatsvindt. Dit geeft nutriënten vrij in het cytosol uit voedsel en
breekt ongewilde moleculen af voor recycling of excretie uit de cel.
Peroxisomen zijn kleine, membraandichte zakjes die de juiste omgeving verzorgd voor veel
verschillende chemische reacties. Hierbij wordt waterperoxide gebruikt om toxische
moleculen uit te schakelen.
Membranen maken ook verschillende typen transport vesicles/zakjes die materialen tussen
membraan dichte organellen vervoerd.
Cytosol = het deel van het cytoplasma dat de gaten buiten de organellen opvult.
Een continue uitwisseling van materialen vindt plaats tussen het endoplasmatische
reticulum, golgi apparaat, lysosomen, plasmamembraan, en buiten de cel. Deze transport
wordt verzorgd door transport zakjes die ontstaan uit het membraan van een organel en
fuseert met het membraan van het andere organel.
- Endocytose = import van extracellulaire materialen via endosomen.
- Exocytose = export van intern afval of materialen naar buiten de cel (hormonen
secretie, communicatie).
Cytosol is een onderdeel van het cytoplasma dat niet is omgeven door een membraan. Het
bevat enorm veel kleine moleculen en gedraagt zich als een water gebaseerd gel. Het cytosol