Afasie samenvatting
Wat is het?
Een taalstoornis in het begrijpen en produceren van gesproken en geschreven
taal als gevolg van een hersenleasie, in meestal de linkerhemisfeer, bij mensen
met een normale taalontwikkeling
Hoe?
- Cerebro Vasculair Accident (CVA): acuut optredende stoornis in de
bloedtoevoer naar de hersenen als gevolg van
Trombose: dicht slippen van de aderen, dit geklonterd kan ook een
embolie worden
Embolie: een klonter die los is geraakt en verderop vast komt te
zitten
Hersenbloeding (meer mensen herstellen van een hersenbloeding
maar er gaan tegelijkertijd ook meer mensen aan dood)
o Intracerebraal: in hersenweefsel
o Subarachnoïdaal: tussen het hersenweefsel en het
achnoïdaal
o Subduraal: tussen het achnoïdaal en duraal
- Tumor: beknelling in hersendeel waardoor de functie uitvalt in dat
hersengebied
- Infectie: encephalitis
- Trauma
Oorzaken?
- Hoge bloeddruk
- Hartproblemen
- Veroudering van de aders
- Hoge cholesterol
Waar zit een afasie?
In de linkerhemisfeer
- Frontale functie: taalproductie en motorische schors (ook apraxie)
- Temporale functie: taalbegrip en auditieve verwerking
- Pariëtale functie: lezen, schrijven en integratie van informatie
- Occipitale functie: ondersteunt lezen door visuele verwerking
Symptomen bij afasie
- Problemen met spreken en/of schrijven
- Problemen met begrijpen van gesproken taal en/of lezen
Dit kan zich uiten in semantische parafasiëen dus problemen met
- Receptief
Taal niet begrijpen (luisterhouding)
- Productief
Woordvinding
Benoemingsfouten
Verkeerde woorden noteren
, Dit kan zich uiten in fonematische parafasiëen
- Receptief
Analyseren van taal (luisterhouding)
- Productief
Verwisselingen (substituties)
Weglatingen (deleties)
Toevoegingen (addities)
Dit kan zich ook nog uiten in
- Neologisme: nieuw woord in een bestaande taal
- Recurring utterance: steeds terugkerende zinloze aaneenrijging van
klanken (poppoppoppop)
- Stereotiep: vaak voorkomende uitingen die communicatief passend zijn,
stop woordjes, dit is passend in de context (nou zeg/mijn god)
- Taalautomatisme: steeds gebruikte uiting die niet communicatief passend
is maar bestaat uit bestaande woorden, vaak zegt patiënt niks anders (zet
het op de tafel (heeft niks te maken met het gesprek))
- Echolalie: herhaling van wat de gesprekspartner zegt
- Perseveratie: patiënt blijft ‘hangen’ op een bepaald woord of een bepaalde
woordgroep. Na een tijdje wisselt het woord of de woordgroep: een sok,
nee, een sok, een sok (het verkeerde woord krijgt de hele tijd voorrang,
ook al wil je iets anders vertellen)
- Agrammatisme: alleen de inhoudswoorden blijven over (Meike broodje
eten)
- Paragrammatisme: fout in de grammatica van de zin. Meestal een
constructiefout na een werkwoord of bijwoord in de zin, hierdoor wordt de
zin moeilijker interpreteerbaar.
- Morfologische fout: de vlindertje
Ellis & Young
De logopedist dient bij een woordvindingsstoornis de onderliggende stoornis in
kaart te brengen met een cognitief
linguïstische model
Voordelen:
- Biedt organisatie en structuur, o.a.
voor diagnostiek van afasie
- Hypotheses over welke
taalvaardigheden intact/aangedaan
zijn.
- Basis voor logische therapiekeuzes
- Maakt voorspellen therapie-effect
mogelijk en keuze voor
meetinstrumenten
Soorten afasie
- Vloeiend (temporaal kwab)
Praat veel
Wat is het?
Een taalstoornis in het begrijpen en produceren van gesproken en geschreven
taal als gevolg van een hersenleasie, in meestal de linkerhemisfeer, bij mensen
met een normale taalontwikkeling
Hoe?
- Cerebro Vasculair Accident (CVA): acuut optredende stoornis in de
bloedtoevoer naar de hersenen als gevolg van
Trombose: dicht slippen van de aderen, dit geklonterd kan ook een
embolie worden
Embolie: een klonter die los is geraakt en verderop vast komt te
zitten
Hersenbloeding (meer mensen herstellen van een hersenbloeding
maar er gaan tegelijkertijd ook meer mensen aan dood)
o Intracerebraal: in hersenweefsel
o Subarachnoïdaal: tussen het hersenweefsel en het
achnoïdaal
o Subduraal: tussen het achnoïdaal en duraal
- Tumor: beknelling in hersendeel waardoor de functie uitvalt in dat
hersengebied
- Infectie: encephalitis
- Trauma
Oorzaken?
- Hoge bloeddruk
- Hartproblemen
- Veroudering van de aders
- Hoge cholesterol
Waar zit een afasie?
In de linkerhemisfeer
- Frontale functie: taalproductie en motorische schors (ook apraxie)
- Temporale functie: taalbegrip en auditieve verwerking
- Pariëtale functie: lezen, schrijven en integratie van informatie
- Occipitale functie: ondersteunt lezen door visuele verwerking
Symptomen bij afasie
- Problemen met spreken en/of schrijven
- Problemen met begrijpen van gesproken taal en/of lezen
Dit kan zich uiten in semantische parafasiëen dus problemen met
- Receptief
Taal niet begrijpen (luisterhouding)
- Productief
Woordvinding
Benoemingsfouten
Verkeerde woorden noteren
, Dit kan zich uiten in fonematische parafasiëen
- Receptief
Analyseren van taal (luisterhouding)
- Productief
Verwisselingen (substituties)
Weglatingen (deleties)
Toevoegingen (addities)
Dit kan zich ook nog uiten in
- Neologisme: nieuw woord in een bestaande taal
- Recurring utterance: steeds terugkerende zinloze aaneenrijging van
klanken (poppoppoppop)
- Stereotiep: vaak voorkomende uitingen die communicatief passend zijn,
stop woordjes, dit is passend in de context (nou zeg/mijn god)
- Taalautomatisme: steeds gebruikte uiting die niet communicatief passend
is maar bestaat uit bestaande woorden, vaak zegt patiënt niks anders (zet
het op de tafel (heeft niks te maken met het gesprek))
- Echolalie: herhaling van wat de gesprekspartner zegt
- Perseveratie: patiënt blijft ‘hangen’ op een bepaald woord of een bepaalde
woordgroep. Na een tijdje wisselt het woord of de woordgroep: een sok,
nee, een sok, een sok (het verkeerde woord krijgt de hele tijd voorrang,
ook al wil je iets anders vertellen)
- Agrammatisme: alleen de inhoudswoorden blijven over (Meike broodje
eten)
- Paragrammatisme: fout in de grammatica van de zin. Meestal een
constructiefout na een werkwoord of bijwoord in de zin, hierdoor wordt de
zin moeilijker interpreteerbaar.
- Morfologische fout: de vlindertje
Ellis & Young
De logopedist dient bij een woordvindingsstoornis de onderliggende stoornis in
kaart te brengen met een cognitief
linguïstische model
Voordelen:
- Biedt organisatie en structuur, o.a.
voor diagnostiek van afasie
- Hypotheses over welke
taalvaardigheden intact/aangedaan
zijn.
- Basis voor logische therapiekeuzes
- Maakt voorspellen therapie-effect
mogelijk en keuze voor
meetinstrumenten
Soorten afasie
- Vloeiend (temporaal kwab)
Praat veel