Inhoud
Thema 1..................................................................................................................................................2
UN 9.2 Causes of overweight and obesity..........................................................................................2
8.5 Voeding bij gezondheid en ziekte.................................................................................................4
Thema 2..................................................................................................................................................7
UN 9.1 Overweight and obesity..........................................................................................................7
UN 9.3 Problems of overweight and obesity......................................................................................8
Dieetbehandelingsrichtlijn ‘Relevant medicijngebruik’......................................................................8
Thema 3................................................................................................................................................10
Artikel Bruin vet, een lichaamseigen middel tegen obesitas?..........................................................10
Thema 4 Adipokinen.............................................................................................................................13
Kennisclip ‘Adipocytokines’..............................................................................................................13
Thema 5................................................................................................................................................15
Thema 6................................................................................................................................................18
Thema 7................................................................................................................................................20
Thema 8................................................................................................................................................24
1
,Thema 1
De DIO kan:
in cijfers beschrijven hoe groot het probleem is.
uitleggen wat de lichamelijke, psychologische/ sociale en omgevingsfactoren zijn die overgewicht
veroorzaken zoals beschreven in de gegeven bronnen.
het belang van behandeling van overgewicht uitleggen.
Bronnen
- Whitney, E .Rolfes S.R. (2016). Understanding Nutrition .Wadsworth: Cengage Learning: par 9.2
- Stegeman, N.(2013). Voeding bij gezondheid en ziekte. Groningen/ Houten: Noordhoff Uitgevers
Par 8.5 tot 8.5.3 (kopie op #OO)
https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/huidige-situatie#node-
overgewicht-volwassenen
UN 9.2 Causes of overweight and obesity
Genetica en epigenetica
Prader-Willi syndroom: een genetische aandoening gekenmerkt door overmatige eetlust,
obesitas, kort gestalte en mentale ontwikkelingsachterstand.
Epigenetica – de invloed van omgevingsfactoren (zoals voeding en fysieke activiteit) op
genexpressie.
Een paar eiwitten die eetlust controle, energie regulatie en obesitas ontwikkeling te helpen
verklaren: Leptine, ghreline en ontkoppelingseiwitten.
Leptine
Obesitas-gen = ob, is voornamelijk uitgedrukt in het vetweefsel en codeert voor het eiwit
leptine.
o Leptine fungeert als een hormoon, voornamelijk in de hypothalamus.
Leptine is een eiwit geproduceerd door vetcellen onder begeleiding van het
ob-geen die de eetlust vermindert en energieverbruik verhoogt.
o Leptine blijft in homeostase door de regulering van voedselinname en
energieverbruik in reactie op vetweefsel.
o Wanneer lichaamsvet toeneemt, neemt leptine toe. Wanneer lichaamsvet
vermindert, vermindert leptine.
Extreem obese kinderen met nauwelijks detecteerbare bloedniveaus van leptine hebben
weinig eetlustcontrole, hebben constant honger en eten aanzienlijk meer. Als ze dagelijks
injecties van leptine gegeven worden, verliezen deze kinderen een aanzienlijke hoeveelheid
gewicht.
Leptine injecties zijn effectief in het onderdrukken van de eetlust en ondersteunen
gewichtsverlies alleen als overeten en obesitas een gevolg is van een leptine deficiëntie.
o Heel weinig mensen hebben een leptine deficiëntie.
Leptine resistentie = leptine stijgt maar faalt om eetlust te onderdrukken of energieverbruik
te versterken. Te veel fructose consumptie lijkt leptine resistentie te induceren en vetopslag
te versnellen.
2
, Ghreline
Fungeert als een hormoon voornamelijk in de hypothalamus.
In tegenstelling tot leptine, is ghreline voornamelijk uitgescheiden door de maagcellen en
bevordert gewichtstoename door het stimuleren van eetlust en efficiënte energieopslag te
bevorderen.
Ghreline triggert het verlangen om te eten.
Gemiddeld zijn ghreline niveaus hoog wanneer het lichaam in negatieve energiebalans is,
zoals bv plaatsvindt tijdens kcalorie-arme voeding. Ghreline niveaus dalen weer wanneer het
lichaam in positieve energiebalans is, zoals optreedt bij gewichtstoename.
Een gebrek aan slaap verhoogt het honger hormoon ghreline en vermindert het
verzadigheidshormoon leptine.
Grehline Leptine
- Fungeert als een hormoon voornamelijk in - Fungeert als een hormoon voornamelijk in
de hypothalamus de hypothalamus
- Uitgescheiden door de maagcellen - Wanneer lichaamsvet toeneemt, neemt
- Bevordert gewichtstoename leptine toe.
- Triggert verlangen naar eten - Leptine injecties zijn effectief in het
- Hoog niveau wanneer lichaam in negatieve onderdrukken van de eetlust en
energiebalans is. ondersteunen.
- Gebrek aan slaap verhoogt het honger - Leptine niveaus verhogen als de BMI
hormoon ghreline verhoogt.
Ontkoppelingseiwitten
Genen coderen ook voor eiwitten betrokken in energiemetabolisme. Deze eiwitten kunnen
de opslag of verbruik van energie met verschillende efficiënties of in verschillende soorten
vet beïnvloeden. Het lichaam heeft twee soorten vet:
o Wit vetweefsel: slaat vet op voor andere cellen om te gebruiken voor energie
o Bruin vetweefsel: geeft opgeslagen energie vrij als warmte.
Bruin vet en warmteproductie is vooral belangrijk in pasgeborenen en in dieren die
blootgesteld worden aan koud weer, vooral degene die overwinteren. Ze hebben veel bruin
vetweefsel. De meeste volwassen mensen hebben weinig bruin vet. Mensen met
overgewicht en obesitas hebben minder bruin vet activiteit dan anderen.
Bruin vetweefsel: massa van gespecialiseerde vetcellen verpakt met gepigmenteerde
mitochondriën die warmte produceren i.p.v. ATP.
Omgeving
Obesitas weerspiegelt de interacties tussen genen en de omgeving.
Genen kunnen eetgedrag beïnvloeden. Zelfs sociale relaties kunnen de ontwikkeling van
obesitas beïnvloeden. De kans dat een persoon obesitas krijgt verhoogt wanneer een vriend,
broer/zus of echtgenoot obesitas krijgt.
Obesitas heeft veel oorzaken en de meeste interacten, waardoor een complex scenario
ontstaat. Omgevingsfactoren (zoals overeten en fysieke inactiviteit) kunnen de genetische
aanleg van een persoon voor obesitas beïnvloeden.
3