HOORCOLLEGES WATERKWALITEIT
HOORCOLLEGE 1 – KRW OPBOUW EN SYSTEMATIEK
KRW: Kaderrichtlijn Water
- Europese richtlijn ging op 22 december 2000 van kracht
- doel: middels internationale afstemming bereiken van goede ecologische toestand
oppervlaktewater in 2027
- realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en
grondwater. Deze ‘goede toestand’ moet in 2027 gerealiseerd zijn.
- internationale systematiek opstellen voor meten en beoordelen waterkwaliteit
- voor alle wateren
KRW: beoordelings-systematiek om gericht maatregelen te kunnen nemen om de GET of GEP te
kunnen bereiken
- kwaliteit meten
GET: goede ecologische toestand -> natuurlijke wateren moeten dit hebben bereikt in 2027
GEP: goed ecologisch potentieel -> kunstmatige wateren moeten dit hebben bereikt in 2027. Hebben
nooit de hydromorfologische mogelijkheden om zo goed ecologisch in elkaar te zitten als natuurlijk
water.
Toestandbepaling KRW: moet zowel chemisch (geen enkele stof mag onder de norm scoren, als er
een stof boven de norm zit is het water niet in goede toestand) als ecologisch (macrofauna, vissen,
waterplanten en algen).
Deze vier soortengroepen worden voor groot deel bepaald door hydromorfologische en algemene
fysisch-chemische paramaters.
Fysisch-chemische parameters:
Temperatuur, zuurstof, doorzicht, pH, stikstof, fosfor
,Hydromorfologie
- wordt gebruikt voor:
- indeling typen waterlichamen
- ingezet bij kwaliteitsbepaling bij GET of ZGET
Filmpjes laten het belang van de hydromorfologie zien in drie heel verschillende wateren:
1. STOWA: metingen
2. STOWA: Noordelijke Vechtplassen
- In beschutte, ondiepe delen heb je helder water
- Doorzicht is belangrijk voor waterplanten
- Diepte van het water
- Oevers
- Waar geen golfslag is, is het helderder
- Drijfblad, planten die bij uitstek kunnen leven in troebel water, ondiepe veenwateren, ze moeten
wel kunnen wortelen
- Aanvoer van schoon kwel, zorgt voor schoon water, lage nutriënten belasting
3. Marker Wadden
Hydromorfologische punten die invloed hebben op de waterkwaliteit:
- slib, het substraat (klei versus zand)
- stroming
- windrichting
- oevers/beschoeiing (harde oevers -> geen natuurlijke toestand)
- talud
Waterlichaam
- een waterlichaam is een ‘’onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een
meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook
kustwater’’.
- aanzienlijke omvang: waterlichamen met een oppervlakte van 0,5 km 2 of een stroomgebied tussen
de 10 en 100 km2
- sloten en vennen zijn zelden als waterlichaam gedefinieerd
-> Hierdoor hoeven bijvoorbeeld kleine slootjes niet te voldoen aan de KRW (ze worden niet als
waterlichaam beschouwd), terwijl de grote waterlichamen waarin ze uitmonden wel aan de KRW
moeten voldoen -> dit is een probleem, want de kleine sloten vervuilen de grotere waterlichamen
Hydromorfologie: Stromende wateren
- afvoerdynamiek: groot verschil
- connectiviteit: in hoeverre zijn de wateren met elkaar verbonden -> in Nederland slecht door
dammen en stuwen etc.
- belasting: stikstof en fosfor
- toxiciteit: milieufactoren
- grondwater: kwel
- natte doorsnede: in stromende wateren vaak asymmetrische doorsnede. Minder gradiënten
verloop, langzamere stroming, beter voor de vestiging van planten?
- waterplanten: natuurvriendelijke oevers
,- mate stagnatie: in hoeverre wordt het water vastgehouden, heeft invloed op bezinken van slib maar
ook invloed op connectiviteit -> kunnen vissen nog wel mee met de stuw. Ook invloed op
stroomsnelheid, voor sommige soorten misschien niet meer aangenaam er te vestigen
Parameters hydromorfologie rivieren, beken en getijderivieren: Alle parameters waarin wordt
getoetst in de KRW
Wat doen onderstaande maatregelen voor hydromorfologie, fysisch-chemische parameters en
biologie?
1. Hermeandering van de waterloop
- hydromorfologie: 1) sediment afzetting in de binnenbochten 2) erosie -> bochten vervormen en je
krijgt steile oevers door de erosie -> meer water vasthouden 3) verschil in stroomsnelheid zorgt
ervoor dat op bepaalde plekken soorten wel kunnen vestigen en op sommige plaatsen niet.
- fysisch-chemisch: 1) meer helderheid, doordat slib bezinkt 2) minder stikstof en fosfor -> meer
zuurstof door -> dus de waterplanten komen -> opname voedingsstoffen -> meer doorzicht 2) door
erosie wordt het troebeler -> grotere stroomsnelheid.
- biologie: waterplanten kunnen vestigen, vissen, macrofauna
2. Afgeschuinde oevers
3. Vrijwaren moeraszone:
- hydromorfologie: slib afvangen, bijna geen stroomsnelheid in moeras, als teveel water staat
overstroomt het en neemt stroomsnelheid af/is die kwijt. Moeras heeft normaal heel variabel
waterpeil. Fugareren als natuurlijke buffers en filter voor water, waardoor doorzicht beter wordt, dus
meer waterplanten.
- fysisch-chemisch:
- biologie: habitat verschillende planten, schuilmogelijkheden voor vissen en andere macrofauna
, 4. Nieuwe stuw
- hydromorfologie: Migratie vissen belemmeren, kan habitats creeëren
- fysisch-chemisch:
- biologie:
Hydromorfologie Fysisch-chemisch Biologie
Hermeandering van Variatie stroomsnelheid, Doorzicht (afvoeren slib) Variatie waardoor betere
de waterloop variatie substraat, afvoer en daarmee mate levensvoorwaarden voor verschillende
slib, dwarsprofiel, eutrofiëring soortgroepen:
erosie/sedimentatie Zuurstof biodiversiteitsbevordering.
structuren Variatie temperatuur
Afgeschuinde oevers Oeververdediging, Doorzicht (bezinken slib) Meer gradiënten, oeverbegroeiing,
waterberging Variatie temperatuur paaiplaatsen vis en macrofauna
Vrijwaren Natuurlijke inundatie, Afvoer slib en water en Mogelijkheid voor afbraak OS in
moeraszone stroomsnelheid daarmee invloed op moerasland
trofietoestand Invloed vegetatie in moerasland,
Moerasland kan andere vergroten biodiversiteit
pH krijgen
Dwarsdijk Groter gebied voor de Zie boven
waterloop, natuurlijk
landgebruik
Nieuwe stuw Passeerbaarheid vis? Betere migratiemogelijkheden voor vis
Continuïteit water in en andere fauna
waterloop
Hydromorfologie: Stilstaande wateren
- verwijdering: verwijderen slib, os, waardoor je voedsel kwijt bent
- productiviteit van water: van helder naar troebel en weer terug. Bodem opgeladen met
voedingsstoffen, hoe meer voedingsstoffen in het water, hoe meer productiever het water is.
- organische belasting
Parameters hydromorfologie meren, sloten en kanalen
Regime: hoeveel komt er binnen en hoeveel gaat eruit
HOORCOLLEGE 1 – KRW OPBOUW EN SYSTEMATIEK
KRW: Kaderrichtlijn Water
- Europese richtlijn ging op 22 december 2000 van kracht
- doel: middels internationale afstemming bereiken van goede ecologische toestand
oppervlaktewater in 2027
- realiseren en behouden van chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlaktewater en
grondwater. Deze ‘goede toestand’ moet in 2027 gerealiseerd zijn.
- internationale systematiek opstellen voor meten en beoordelen waterkwaliteit
- voor alle wateren
KRW: beoordelings-systematiek om gericht maatregelen te kunnen nemen om de GET of GEP te
kunnen bereiken
- kwaliteit meten
GET: goede ecologische toestand -> natuurlijke wateren moeten dit hebben bereikt in 2027
GEP: goed ecologisch potentieel -> kunstmatige wateren moeten dit hebben bereikt in 2027. Hebben
nooit de hydromorfologische mogelijkheden om zo goed ecologisch in elkaar te zitten als natuurlijk
water.
Toestandbepaling KRW: moet zowel chemisch (geen enkele stof mag onder de norm scoren, als er
een stof boven de norm zit is het water niet in goede toestand) als ecologisch (macrofauna, vissen,
waterplanten en algen).
Deze vier soortengroepen worden voor groot deel bepaald door hydromorfologische en algemene
fysisch-chemische paramaters.
Fysisch-chemische parameters:
Temperatuur, zuurstof, doorzicht, pH, stikstof, fosfor
,Hydromorfologie
- wordt gebruikt voor:
- indeling typen waterlichamen
- ingezet bij kwaliteitsbepaling bij GET of ZGET
Filmpjes laten het belang van de hydromorfologie zien in drie heel verschillende wateren:
1. STOWA: metingen
2. STOWA: Noordelijke Vechtplassen
- In beschutte, ondiepe delen heb je helder water
- Doorzicht is belangrijk voor waterplanten
- Diepte van het water
- Oevers
- Waar geen golfslag is, is het helderder
- Drijfblad, planten die bij uitstek kunnen leven in troebel water, ondiepe veenwateren, ze moeten
wel kunnen wortelen
- Aanvoer van schoon kwel, zorgt voor schoon water, lage nutriënten belasting
3. Marker Wadden
Hydromorfologische punten die invloed hebben op de waterkwaliteit:
- slib, het substraat (klei versus zand)
- stroming
- windrichting
- oevers/beschoeiing (harde oevers -> geen natuurlijke toestand)
- talud
Waterlichaam
- een waterlichaam is een ‘’onderscheiden oppervlaktewater van aanzienlijke omvang, zoals een
meer, een waterbekken, een stroom, een rivier, een kanaal, een overgangswater of een strook
kustwater’’.
- aanzienlijke omvang: waterlichamen met een oppervlakte van 0,5 km 2 of een stroomgebied tussen
de 10 en 100 km2
- sloten en vennen zijn zelden als waterlichaam gedefinieerd
-> Hierdoor hoeven bijvoorbeeld kleine slootjes niet te voldoen aan de KRW (ze worden niet als
waterlichaam beschouwd), terwijl de grote waterlichamen waarin ze uitmonden wel aan de KRW
moeten voldoen -> dit is een probleem, want de kleine sloten vervuilen de grotere waterlichamen
Hydromorfologie: Stromende wateren
- afvoerdynamiek: groot verschil
- connectiviteit: in hoeverre zijn de wateren met elkaar verbonden -> in Nederland slecht door
dammen en stuwen etc.
- belasting: stikstof en fosfor
- toxiciteit: milieufactoren
- grondwater: kwel
- natte doorsnede: in stromende wateren vaak asymmetrische doorsnede. Minder gradiënten
verloop, langzamere stroming, beter voor de vestiging van planten?
- waterplanten: natuurvriendelijke oevers
,- mate stagnatie: in hoeverre wordt het water vastgehouden, heeft invloed op bezinken van slib maar
ook invloed op connectiviteit -> kunnen vissen nog wel mee met de stuw. Ook invloed op
stroomsnelheid, voor sommige soorten misschien niet meer aangenaam er te vestigen
Parameters hydromorfologie rivieren, beken en getijderivieren: Alle parameters waarin wordt
getoetst in de KRW
Wat doen onderstaande maatregelen voor hydromorfologie, fysisch-chemische parameters en
biologie?
1. Hermeandering van de waterloop
- hydromorfologie: 1) sediment afzetting in de binnenbochten 2) erosie -> bochten vervormen en je
krijgt steile oevers door de erosie -> meer water vasthouden 3) verschil in stroomsnelheid zorgt
ervoor dat op bepaalde plekken soorten wel kunnen vestigen en op sommige plaatsen niet.
- fysisch-chemisch: 1) meer helderheid, doordat slib bezinkt 2) minder stikstof en fosfor -> meer
zuurstof door -> dus de waterplanten komen -> opname voedingsstoffen -> meer doorzicht 2) door
erosie wordt het troebeler -> grotere stroomsnelheid.
- biologie: waterplanten kunnen vestigen, vissen, macrofauna
2. Afgeschuinde oevers
3. Vrijwaren moeraszone:
- hydromorfologie: slib afvangen, bijna geen stroomsnelheid in moeras, als teveel water staat
overstroomt het en neemt stroomsnelheid af/is die kwijt. Moeras heeft normaal heel variabel
waterpeil. Fugareren als natuurlijke buffers en filter voor water, waardoor doorzicht beter wordt, dus
meer waterplanten.
- fysisch-chemisch:
- biologie: habitat verschillende planten, schuilmogelijkheden voor vissen en andere macrofauna
, 4. Nieuwe stuw
- hydromorfologie: Migratie vissen belemmeren, kan habitats creeëren
- fysisch-chemisch:
- biologie:
Hydromorfologie Fysisch-chemisch Biologie
Hermeandering van Variatie stroomsnelheid, Doorzicht (afvoeren slib) Variatie waardoor betere
de waterloop variatie substraat, afvoer en daarmee mate levensvoorwaarden voor verschillende
slib, dwarsprofiel, eutrofiëring soortgroepen:
erosie/sedimentatie Zuurstof biodiversiteitsbevordering.
structuren Variatie temperatuur
Afgeschuinde oevers Oeververdediging, Doorzicht (bezinken slib) Meer gradiënten, oeverbegroeiing,
waterberging Variatie temperatuur paaiplaatsen vis en macrofauna
Vrijwaren Natuurlijke inundatie, Afvoer slib en water en Mogelijkheid voor afbraak OS in
moeraszone stroomsnelheid daarmee invloed op moerasland
trofietoestand Invloed vegetatie in moerasland,
Moerasland kan andere vergroten biodiversiteit
pH krijgen
Dwarsdijk Groter gebied voor de Zie boven
waterloop, natuurlijk
landgebruik
Nieuwe stuw Passeerbaarheid vis? Betere migratiemogelijkheden voor vis
Continuïteit water in en andere fauna
waterloop
Hydromorfologie: Stilstaande wateren
- verwijdering: verwijderen slib, os, waardoor je voedsel kwijt bent
- productiviteit van water: van helder naar troebel en weer terug. Bodem opgeladen met
voedingsstoffen, hoe meer voedingsstoffen in het water, hoe meer productiever het water is.
- organische belasting
Parameters hydromorfologie meren, sloten en kanalen
Regime: hoeveel komt er binnen en hoeveel gaat eruit