College 1
Voorheen ‘smalle visie’ op ontwikkeling, begrippen die daarvoor gelden:
Sequentieel Verschillende stadia/niveaus/fases
Unidirectioneel Eerdere veranderingen zijn voorwaarde voor
latere
End state (eindstaat) Hogere waarde dan de oorspronkelijke staat
Onomkeerbaar Niet om te keren in vooruitgang
Kwalitatief Structurele transformaties
Biologische groei Onafhankelijk van cultuur
Universeel Hetzelfde voor iedereen
‘Brede visie’ op ontwikkeling:
- Niet noodzakelijk gebaseerd op fases die elkaar opvolgen
- Heeft niet altijd een eindstaat die een hogere waarde heeft
- Is zowel kwalitatief als kwantitatief
- Kan universeel zijn, maar ook verschillende tussen personen
- Wordt beïnvloed door cultuur en biologie
- Kan personen in positieve zin veranderen maar ook slecht, afhankelijk van de
omstandigheden
Ontwikkelingspsychologie betreft de veranderingen binnen personen gedurende levensloop,
en de verschillen en overeenkomsten tussen personen met betrekking tot de aard van
veranderingen
1
,Ontwikkelingspsychologie focust zich op →
- Normatieve ontwikkeling
- Individuele verschillen
Bij het bestuderen van de normatieve ontwikkeling, linken we belangrijke veranderingen in de
ontwikkeling aan bepaalde leeftijden
Jonge ouderdom (60-80 jaar):
- Relatief gezond
- Actief
Oude ouderdom (80+):
- Toegenomen risico voor fysieke en cognitieve problemen
Wat ontwikkeld zich wanneer?
- Biologische leeftijd is nooit verantwoordelijk voor veranderingen, en verklaart
veranderingen daarom ook niet
- Veranderingen kunnen wel correleren met leeftijd → vehicle of change
- Variabiliteit: Kortetermijn veranderingen die min of meer omkeerbaar zijn
- Verandering: Min of meer blijvende veranderingen
- Variabiliteit kan leiden tot verandering
2
,Leeftijd
- op een continue manier (correlatie tussen leeftijd en vaardigheid)
- Vergelijken tussen groepen (leeftijdsgroepen)
Verschillende manieren van onderzoek in ontwikkelingspsychologie (voorbeelden):
Cross-sectionele designs Verschil onderzoeken:
Individuen van verschillende leeftijden op
hetzelfde moment onderzoeken
Longitudinal designs Verandering onderzoeken:
Dezelfde individuen op verschillende
tijdsmomenten
Cross-sectionele designs:
Voordelen:
- Economisch met betrekking tot tijd
- Goedkoop
- Toont overeenkomsten en verschillen tussen leeftijdsgroepen
Nadelen:
- Leeftijdseffecten verstrengeld met cohort effecten
- Geen informatie over individuele paden van ontwikkeling
- Beperkt generaliseerbaar naar andere meetmomenten
Longitudinale designs:
Voordelen:
- Meting intrapersoonlijke veranderingen
- Meting van stabiliteit en verandering van variabelen
Nadelen:
- Leeftijdseffecten zijn verstrengeld met tijd-van-meting effecten, test-hertest effecten
en attrition (uitval) effecten
- Beperkt generaliseerbaar naar andere cohorten
- Kost veel tijd
- Kost veel geld
Cohort Iedere groep uit dezelfde culturele omgeving
en die op dezelfde tijdsinterval geboren zijn
Cohorteffect Verschillen in variabelen die relevant zijn voor
de ontwikkeling, die voortkomen uit (niet
leeftijdsgerelateerde) factoren waaraan
iedere geboortecohort is blootgesteld
3
, Sequentie studies Combinatie van cross sectioneel design en
longitudinaal design
Problemen van ontwikkelingsleer in onderzoek door verschil leeftijdsgroepen:
- Receptie en productie van spraak
- Sensorische vaardigheden
- Suggestibility
- Aandachtsspanne/vermoeidheid
- Subjectieve betekenis van concepten
- Ongediagnosticeerde klinische beperkingen
→ Oplossing: pas methoden aan an de mogelijkheden van de individuen
Experimenteel onderzoek bij baby’s:
1. Orienterend respons
2. Habituatie: Respons op
herhaald aanbieden van
dezelfde stimulus wordt
langzamer, verandert of stopt
3. Dishabituatie: Verhoogde
respons op een nieuwe
stimulus of op een
gehabitueerde stimulus na
introductie van wijziging
Respons van baby meten: Assumptie dat kijken, zuigen, hoofd draaien → geïnteresseerd
4
Voorheen ‘smalle visie’ op ontwikkeling, begrippen die daarvoor gelden:
Sequentieel Verschillende stadia/niveaus/fases
Unidirectioneel Eerdere veranderingen zijn voorwaarde voor
latere
End state (eindstaat) Hogere waarde dan de oorspronkelijke staat
Onomkeerbaar Niet om te keren in vooruitgang
Kwalitatief Structurele transformaties
Biologische groei Onafhankelijk van cultuur
Universeel Hetzelfde voor iedereen
‘Brede visie’ op ontwikkeling:
- Niet noodzakelijk gebaseerd op fases die elkaar opvolgen
- Heeft niet altijd een eindstaat die een hogere waarde heeft
- Is zowel kwalitatief als kwantitatief
- Kan universeel zijn, maar ook verschillende tussen personen
- Wordt beïnvloed door cultuur en biologie
- Kan personen in positieve zin veranderen maar ook slecht, afhankelijk van de
omstandigheden
Ontwikkelingspsychologie betreft de veranderingen binnen personen gedurende levensloop,
en de verschillen en overeenkomsten tussen personen met betrekking tot de aard van
veranderingen
1
,Ontwikkelingspsychologie focust zich op →
- Normatieve ontwikkeling
- Individuele verschillen
Bij het bestuderen van de normatieve ontwikkeling, linken we belangrijke veranderingen in de
ontwikkeling aan bepaalde leeftijden
Jonge ouderdom (60-80 jaar):
- Relatief gezond
- Actief
Oude ouderdom (80+):
- Toegenomen risico voor fysieke en cognitieve problemen
Wat ontwikkeld zich wanneer?
- Biologische leeftijd is nooit verantwoordelijk voor veranderingen, en verklaart
veranderingen daarom ook niet
- Veranderingen kunnen wel correleren met leeftijd → vehicle of change
- Variabiliteit: Kortetermijn veranderingen die min of meer omkeerbaar zijn
- Verandering: Min of meer blijvende veranderingen
- Variabiliteit kan leiden tot verandering
2
,Leeftijd
- op een continue manier (correlatie tussen leeftijd en vaardigheid)
- Vergelijken tussen groepen (leeftijdsgroepen)
Verschillende manieren van onderzoek in ontwikkelingspsychologie (voorbeelden):
Cross-sectionele designs Verschil onderzoeken:
Individuen van verschillende leeftijden op
hetzelfde moment onderzoeken
Longitudinal designs Verandering onderzoeken:
Dezelfde individuen op verschillende
tijdsmomenten
Cross-sectionele designs:
Voordelen:
- Economisch met betrekking tot tijd
- Goedkoop
- Toont overeenkomsten en verschillen tussen leeftijdsgroepen
Nadelen:
- Leeftijdseffecten verstrengeld met cohort effecten
- Geen informatie over individuele paden van ontwikkeling
- Beperkt generaliseerbaar naar andere meetmomenten
Longitudinale designs:
Voordelen:
- Meting intrapersoonlijke veranderingen
- Meting van stabiliteit en verandering van variabelen
Nadelen:
- Leeftijdseffecten zijn verstrengeld met tijd-van-meting effecten, test-hertest effecten
en attrition (uitval) effecten
- Beperkt generaliseerbaar naar andere cohorten
- Kost veel tijd
- Kost veel geld
Cohort Iedere groep uit dezelfde culturele omgeving
en die op dezelfde tijdsinterval geboren zijn
Cohorteffect Verschillen in variabelen die relevant zijn voor
de ontwikkeling, die voortkomen uit (niet
leeftijdsgerelateerde) factoren waaraan
iedere geboortecohort is blootgesteld
3
, Sequentie studies Combinatie van cross sectioneel design en
longitudinaal design
Problemen van ontwikkelingsleer in onderzoek door verschil leeftijdsgroepen:
- Receptie en productie van spraak
- Sensorische vaardigheden
- Suggestibility
- Aandachtsspanne/vermoeidheid
- Subjectieve betekenis van concepten
- Ongediagnosticeerde klinische beperkingen
→ Oplossing: pas methoden aan an de mogelijkheden van de individuen
Experimenteel onderzoek bij baby’s:
1. Orienterend respons
2. Habituatie: Respons op
herhaald aanbieden van
dezelfde stimulus wordt
langzamer, verandert of stopt
3. Dishabituatie: Verhoogde
respons op een nieuwe
stimulus of op een
gehabitueerde stimulus na
introductie van wijziging
Respons van baby meten: Assumptie dat kijken, zuigen, hoofd draaien → geïnteresseerd
4