Individu & Maatschappij jaar 2, semester 2. Management en organisatie
Week 1. Inrichting en financiering van de zorg in Nederland.
Een verpleegkundig leider is een professional die vanuit vakinhoudelijke deskundigheid invloed
heeft op de directe zorgverlening aan de zorgvrager en diens naasten en zeggenschap heeft in de
positionering van de beroepsgroep.
Dit doet zij door:
- Interprofessioneel samen te werken.
- Gebruik te maken en delen van evidence based kennis.
- (Continue) kritische reflectie.
- Initiatief te tonen om uitdagingen aan te gaan waardoor veranderingen in gang worden
gezet.
Financieel bestuur binnen een zorginstelling:
1. Het afsluiten van zorgcontracten (meestal jaarlijks).
2. Doorvertaling van die contracten naar begroting en richtlijnen voor afdelingen en
teams.
- Uitrekenen en vaststellen van de gewenste productiviteit: 1 of enkele keren per jaar.
- Vastleggen en rapporteren door de verzorgende van de gemaakte uren en van de
productieve uren.
3. Verantwoording achteraf.
- Per week per team en per teamlid rapporteren over de productiviteit: declarabele uren
als percentage van totaal aantal gedraaide uren.
- Overleggen en bijsturen waar wenselijk.
Nieuwe vorm van organiseren en besturen in de zorg: trust-based control (er wordt meer
vertrouwen geschonken aan de professional).
Populatiebekostiging: dat de zorgaanbieder(s) een bedrag krijgen per inwoner of verzekerde in
hun populatie, ongeacht of deze persoon zorg gebruikt.
De wet noemt een aantal mogelijkheden:
• VAR: verpleegkundig of verzorgende adviesraad als gesprekspartner van de Raad van
Bestuur die adviseert en meedenkt over te voeren beleid.
• Chief Nursing Officer (CNO): de aanstelling van een of meerdere CNO’s,
verpleegkundige directeur of een verpleegkundig decaan ook een goede manier om
invloed op zorginhoudelijk beleid in een organisatie te verstevigen.
• Chief Nursing Information Officer: Deze functie beperkt zich nu nog tot een aantal
ziekenhuizen.
• In de Raad van Bestuur: een organisatie kan ervoor kiezen om een verpleegkundige op
te nemen in de Raad van Bestuur.
Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Organisaties worden hiermee verplicht om het
snel te regelen. De manier waarop is vrij.
Financieringssysteem gezondheidszorg
Is voor zowel voor burgers als zorgprofessionals een hele puzzel.
Uitgangspunt/visie zoals de minister aangeeft:
1. Vitaal thuis wonen
2. Ondersteuning
,Zorgstelsel
Elk zorgstelsel, privaat of publiek, centraal of decentraal, aanbod- of vraaggestuurd, kenmerkt
zich in de samenhang tussen drie dimensies:
1. Betaalbaarheid
2. Toegankelijkheid
3. Kwaliteit
Macro= Wetgeving in snel tempo aangepast van langer thuis wonen mogelijk maken.
- Mantra van de politiek over doe- democratie en termen als affectieve burger.
- Overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid.
Meso= Gemeenten na overheveling spil in de zorg.
- Grote impact van deze koers op terrein van regionale zorg en welzijnsorganisaties.
- (Vragen op gebied van samenwerken, netwerken en buurtwerken) Wie doet wat?
- Volop in beweging experimenteren.
Micro= Gevolgen burger onzekerheid vaak andere en mindere hulp, zorg en ondersteuning.
- Was de burger er klaar voor?
Als verpleegkundige wil je de beste zorg voor de patiënt, dit doe je onder andere door kwaliteit
na te streven en te werken aan de hand van protocollen, richtlijnen maar natuurlijk ook je kennis.
Tegenwoordig is de rol van de verpleegkundige veranderd, mede door druk van sterk gewijzigde
maatschappelijke en financieel-economische omstandigheden.
Punt 1. Veranderende eisen aan zorg en welzijn
- Forse stijging kosten zorg en welzijn in de periode 1999-2015.
Oorzaken: vergrijzing en verandering inhoud van de zorg die we afnemen (innovatie leidt
tot betere, maar ook duurdere gezondheidszorg).
- Als oplossing om de kostenstijging tegen te gaan is er in Nederland een bepaalde vorm
van marktwerking ingevoerd in de zorg. Kernpunt: zorgaanbieders moeten met elkaar
concurreren om hoge kwaliteit te leveren tegen zo laag mogelijke prijzen.
Vier wetten sinds 2015:
Sinds 2015 zijn er 4 verschillende wetten van kracht die elk een ander zorgvraagstuk regelen en
hierin geïntegreerd de financiering:
1. Zorgverzekeringwet (Zvw): alle Nederlandse burgers moeten verplicht een
zorgverzekering afsluiten. Hiermee heb je toegang tot basiszorg.
2. Wet Langdurige zorg (Wlz): regelt de zorg voor mensen die blijvend langdurige zorg
nodig hebben. Er wordt een eigen bijdrage gevraagd op basis van het inkomen.
3. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): wet bedoeld om mensen met een
beperking zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Als aanvulling op wat je zelf kunt regelen
en waar mensen uit je omgeving je bij kunnen helpen. Regelt ondersteuning die niet
medisch is. Kan worden aangevraagd bij de gemeente. Er wordt een vaste eigen bijdrage
gevraagd.
4. Jeugdwet: regelt de hulp aan kinderen onder de 18 en hun ouders.
De patiënt kan kiezen uit vier leveringsvormen van de Wlz:
1. Persoonsgebonden budget (pgb): de patiënt krijgen een budget toegekend om zelf
zorgverleners in te huren voor de zorg die hij nodig heeft.
2. Zorg in natura: opname in een verpleeghuis.
3. Zorg in natura – VPT (Volledig Pakket Thuis).
4. Zorg in natura – MPT (Modulair Pakket Thuis).
, De manier waarop financiële beheersing van kosten is georganiseerd, hangt af van de basis
waarom wordt gefinancierd:
Ouderenzorg:
1. Zorg gefinancierd op basis van zorgprofielen (veelal intramuraal).
2. Zorg gefinancierd op basis van uren (veelal extramuraal).
Toezicht op gezondheidszorg in Nederland
- De NZA controleert of zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren zich aan de
regels houden. De NZA voert overleg met verschillende partijen om ervoor te zorgen dat
mensen de zorg krijgen waar zij recht op hebben. Ook adviseert de NZA het ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en sport (VWS).
- Nederlandse zorgautoriteit houdt toezicht op zorgaanbieders, zorgverzekeraars,
zorgkantoren en het CAK. Controleren of zorgaanbieders, zorgverzekeraars en
zorgkantoren zich aan de regels houden. Analyseren risico's en doen onderzoek. Zo is het
belangrijk dat zorgverzekeraars iedereen accepteren voor de basisverzekering.
- Zorginstituut zorgt voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de
Nederlandse gezondheidzorg. Daarnaast adviseren ze het VWS.
Vragen: verbetert de kwaliteit van leven van de patiënt door deze behandeling? Voor welke
patiënten is het goede en noodzakelijke zorg, en welke niet? Is de behandeling uiteindelijk het
geld waard?
RIVM
De vergrijzing heeft grote impact op de volksgezondheid en de zorg. Mensen hebben in de
toekomst steeds vaker een chronische aandoening, vaak zelfs meerdere tegelijk. Sociale
problemen zoals eenzaamheid nemen eveneens toe. Ouderen wonen vaker zelfstandig en vaak
ook alleen.
Zorgverzekeringswet (Zvw): wet die de verplichte basisverzekering regelt voor verzekerden.
• De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Zvw.
• De Zvw wordt bekostigd door Inkomensafhankelijke bijdragen, premies van de
verzekerden en eigen risico.
Basispakket
• Geneeskundige zorg (eerstelijns zorg) in ziekenhuizen, huisartsen en andere erkende
zorgaanbieders
• Ziekenvervoer
• Tandheelkundige zorg (voor jongeren)
• Farmaceutische zorg (medicatie)
• Bepaalde hulpmiddelen, zoals een kunstgebit of gehoorapparaat
• Persoonlijke verzorging en verpleging via de wijkverpleegkundige (thuiszorg)
• Kraam- en verloskundige zorg
• Paramedische zorg (bij bepaalde chronische aandoeningen)
• Tandheelkundige zorg voor minderjarigen (< 18 jaar)
Wet langdurige zorg (Wlz):
• Regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en
mensen met een psychische aandoening.
• Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor
zorg vanuit de Wlz.
• Met een Wlz-indicatie kunnen mensen terecht in een verpleeghuis, een instelling voor
mensen met een handicap of een ggz-instelling. Maar ze kunnen er ook voor kiezen om
Week 1. Inrichting en financiering van de zorg in Nederland.
Een verpleegkundig leider is een professional die vanuit vakinhoudelijke deskundigheid invloed
heeft op de directe zorgverlening aan de zorgvrager en diens naasten en zeggenschap heeft in de
positionering van de beroepsgroep.
Dit doet zij door:
- Interprofessioneel samen te werken.
- Gebruik te maken en delen van evidence based kennis.
- (Continue) kritische reflectie.
- Initiatief te tonen om uitdagingen aan te gaan waardoor veranderingen in gang worden
gezet.
Financieel bestuur binnen een zorginstelling:
1. Het afsluiten van zorgcontracten (meestal jaarlijks).
2. Doorvertaling van die contracten naar begroting en richtlijnen voor afdelingen en
teams.
- Uitrekenen en vaststellen van de gewenste productiviteit: 1 of enkele keren per jaar.
- Vastleggen en rapporteren door de verzorgende van de gemaakte uren en van de
productieve uren.
3. Verantwoording achteraf.
- Per week per team en per teamlid rapporteren over de productiviteit: declarabele uren
als percentage van totaal aantal gedraaide uren.
- Overleggen en bijsturen waar wenselijk.
Nieuwe vorm van organiseren en besturen in de zorg: trust-based control (er wordt meer
vertrouwen geschonken aan de professional).
Populatiebekostiging: dat de zorgaanbieder(s) een bedrag krijgen per inwoner of verzekerde in
hun populatie, ongeacht of deze persoon zorg gebruikt.
De wet noemt een aantal mogelijkheden:
• VAR: verpleegkundig of verzorgende adviesraad als gesprekspartner van de Raad van
Bestuur die adviseert en meedenkt over te voeren beleid.
• Chief Nursing Officer (CNO): de aanstelling van een of meerdere CNO’s,
verpleegkundige directeur of een verpleegkundig decaan ook een goede manier om
invloed op zorginhoudelijk beleid in een organisatie te verstevigen.
• Chief Nursing Information Officer: Deze functie beperkt zich nu nog tot een aantal
ziekenhuizen.
• In de Raad van Bestuur: een organisatie kan ervoor kiezen om een verpleegkundige op
te nemen in de Raad van Bestuur.
Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Organisaties worden hiermee verplicht om het
snel te regelen. De manier waarop is vrij.
Financieringssysteem gezondheidszorg
Is voor zowel voor burgers als zorgprofessionals een hele puzzel.
Uitgangspunt/visie zoals de minister aangeeft:
1. Vitaal thuis wonen
2. Ondersteuning
,Zorgstelsel
Elk zorgstelsel, privaat of publiek, centraal of decentraal, aanbod- of vraaggestuurd, kenmerkt
zich in de samenhang tussen drie dimensies:
1. Betaalbaarheid
2. Toegankelijkheid
3. Kwaliteit
Macro= Wetgeving in snel tempo aangepast van langer thuis wonen mogelijk maken.
- Mantra van de politiek over doe- democratie en termen als affectieve burger.
- Overheid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid.
Meso= Gemeenten na overheveling spil in de zorg.
- Grote impact van deze koers op terrein van regionale zorg en welzijnsorganisaties.
- (Vragen op gebied van samenwerken, netwerken en buurtwerken) Wie doet wat?
- Volop in beweging experimenteren.
Micro= Gevolgen burger onzekerheid vaak andere en mindere hulp, zorg en ondersteuning.
- Was de burger er klaar voor?
Als verpleegkundige wil je de beste zorg voor de patiënt, dit doe je onder andere door kwaliteit
na te streven en te werken aan de hand van protocollen, richtlijnen maar natuurlijk ook je kennis.
Tegenwoordig is de rol van de verpleegkundige veranderd, mede door druk van sterk gewijzigde
maatschappelijke en financieel-economische omstandigheden.
Punt 1. Veranderende eisen aan zorg en welzijn
- Forse stijging kosten zorg en welzijn in de periode 1999-2015.
Oorzaken: vergrijzing en verandering inhoud van de zorg die we afnemen (innovatie leidt
tot betere, maar ook duurdere gezondheidszorg).
- Als oplossing om de kostenstijging tegen te gaan is er in Nederland een bepaalde vorm
van marktwerking ingevoerd in de zorg. Kernpunt: zorgaanbieders moeten met elkaar
concurreren om hoge kwaliteit te leveren tegen zo laag mogelijke prijzen.
Vier wetten sinds 2015:
Sinds 2015 zijn er 4 verschillende wetten van kracht die elk een ander zorgvraagstuk regelen en
hierin geïntegreerd de financiering:
1. Zorgverzekeringwet (Zvw): alle Nederlandse burgers moeten verplicht een
zorgverzekering afsluiten. Hiermee heb je toegang tot basiszorg.
2. Wet Langdurige zorg (Wlz): regelt de zorg voor mensen die blijvend langdurige zorg
nodig hebben. Er wordt een eigen bijdrage gevraagd op basis van het inkomen.
3. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): wet bedoeld om mensen met een
beperking zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Als aanvulling op wat je zelf kunt regelen
en waar mensen uit je omgeving je bij kunnen helpen. Regelt ondersteuning die niet
medisch is. Kan worden aangevraagd bij de gemeente. Er wordt een vaste eigen bijdrage
gevraagd.
4. Jeugdwet: regelt de hulp aan kinderen onder de 18 en hun ouders.
De patiënt kan kiezen uit vier leveringsvormen van de Wlz:
1. Persoonsgebonden budget (pgb): de patiënt krijgen een budget toegekend om zelf
zorgverleners in te huren voor de zorg die hij nodig heeft.
2. Zorg in natura: opname in een verpleeghuis.
3. Zorg in natura – VPT (Volledig Pakket Thuis).
4. Zorg in natura – MPT (Modulair Pakket Thuis).
, De manier waarop financiële beheersing van kosten is georganiseerd, hangt af van de basis
waarom wordt gefinancierd:
Ouderenzorg:
1. Zorg gefinancierd op basis van zorgprofielen (veelal intramuraal).
2. Zorg gefinancierd op basis van uren (veelal extramuraal).
Toezicht op gezondheidszorg in Nederland
- De NZA controleert of zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren zich aan de
regels houden. De NZA voert overleg met verschillende partijen om ervoor te zorgen dat
mensen de zorg krijgen waar zij recht op hebben. Ook adviseert de NZA het ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en sport (VWS).
- Nederlandse zorgautoriteit houdt toezicht op zorgaanbieders, zorgverzekeraars,
zorgkantoren en het CAK. Controleren of zorgaanbieders, zorgverzekeraars en
zorgkantoren zich aan de regels houden. Analyseren risico's en doen onderzoek. Zo is het
belangrijk dat zorgverzekeraars iedereen accepteren voor de basisverzekering.
- Zorginstituut zorgt voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de
Nederlandse gezondheidzorg. Daarnaast adviseren ze het VWS.
Vragen: verbetert de kwaliteit van leven van de patiënt door deze behandeling? Voor welke
patiënten is het goede en noodzakelijke zorg, en welke niet? Is de behandeling uiteindelijk het
geld waard?
RIVM
De vergrijzing heeft grote impact op de volksgezondheid en de zorg. Mensen hebben in de
toekomst steeds vaker een chronische aandoening, vaak zelfs meerdere tegelijk. Sociale
problemen zoals eenzaamheid nemen eveneens toe. Ouderen wonen vaker zelfstandig en vaak
ook alleen.
Zorgverzekeringswet (Zvw): wet die de verplichte basisverzekering regelt voor verzekerden.
• De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Zvw.
• De Zvw wordt bekostigd door Inkomensafhankelijke bijdragen, premies van de
verzekerden en eigen risico.
Basispakket
• Geneeskundige zorg (eerstelijns zorg) in ziekenhuizen, huisartsen en andere erkende
zorgaanbieders
• Ziekenvervoer
• Tandheelkundige zorg (voor jongeren)
• Farmaceutische zorg (medicatie)
• Bepaalde hulpmiddelen, zoals een kunstgebit of gehoorapparaat
• Persoonlijke verzorging en verpleging via de wijkverpleegkundige (thuiszorg)
• Kraam- en verloskundige zorg
• Paramedische zorg (bij bepaalde chronische aandoeningen)
• Tandheelkundige zorg voor minderjarigen (< 18 jaar)
Wet langdurige zorg (Wlz):
• Regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en
mensen met een psychische aandoening.
• Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt of iemand in aanmerking komt voor
zorg vanuit de Wlz.
• Met een Wlz-indicatie kunnen mensen terecht in een verpleeghuis, een instelling voor
mensen met een handicap of een ggz-instelling. Maar ze kunnen er ook voor kiezen om