Probleem 1 Biopsychologie : studie van verbindingen tussen de structuur en
activiteit van het zenuwstelsel, gedrag en mentale processen
Leerdoel 1 Neuronen + Neurotransmitters
Zenuwcellen zijn opgebouwd uit neuronen 1 bundel neuronen = een zenuw, en geeft informatie
door aan andere zenuwcellen
o Motorische neuronen: geven informatie vanuit centrale zenuwstelsel aan spieren en klieren
(je kan iets vastpakken) = efferente neuronen
o Sensorische neuronen: geven informatie door aan het centrale zenuwstel (tast, geluid,
gevoel, smaak, evenwicht, zicht) = afferente neuronen
o Interneuronen: geven informatie van het ene neuron naar het andere schakelcellen
-Synapse: het punt van communicatie tussen twee neuronen
Neurotransmitters: de overdracht van chemische stoffen zorgt ervoor dat informatie (boodschappen)
tussen zenuwcellen wordt overgebracht
-hier is energie voor nodig: een elektrische impuls
impuls gaat vanuit de soma (cellichaam) naar eindknopjes (verdikkingen aan het eind van een axon
die neurotransmitters bevatten) via een lange uitloper (axon) => doorgever; dendriet = ontvanger
-Ionen (elektrisch geladen chemische stoffen) verzorgen de benodigde energie, na stimulatie gaan de
ionen over tot actiepotentieel
o Agonisten (nicotine) kunnen neurotransmitters stimuleren of zelfs nabootsen
o Antagonisten (alcohol, slaapmiddelen) remmen de werking van neurotransmitters
Endocriene stelsel: het hormonale systeem waardoor informatie van en naar klieren wordt gebracht
-net als neurotransmitters (sommige hormonen zijn neurotransmitters) zijn hormonen belangrijk voor
de reacties van de mens
,-regulering van hormonen: door hypofyse => hersenaanhangsel, een klier die in de hersenen
informatie ontvangt
o Stresssituaties: Autonome sympatische stelsel treedt in werking en epinefrine wordt gemaakt
Cortisol: stresshormoon, hoe ernstiger het probleemgedrag is, des te lager het cortisolniveau is
Testosteron: verband tussen testosteron en agressief is significant, maar zwak; zeker bij kinderen
wordt dit verband niet altijd gevonden. Bij jongeren en volwassenen wel
Testosteron alleen is niet genoeg voor antisociaal gedrag, maar hoog testosteron + laag
cortisol is een grotere kans
Centrale zenuwstelsel = ruggenmerg + hersenen
Perifere zenuwstelsel = alles buiten ruggenmerg en hersenen, onderverdeeld in:
o Autonome zenuwstelsel: verzendt zelf en onbewust signalen naar organen en klieren; cruise
control van het lichaam want het houdt je hart kloppend en je longen halen adem
o Sympatisch (=stimulatie van organen in stresssituaties) en parasympatisch (= remt stimulatie
van organen en klieren normale functies van organen en klieren verlopen goed) + kalmte
Er bestaat een significante relatie tussen een lage hartslag in rust en problematisch antisociaal gedrag
-hartslagvariabiliteit: tijd tussen 2 hartslagen in; minder variabiliteit meer antisociaal gedrag
Huidgeleiding: maat om de werking van het autonome zenuwstelsel te meten door zweet te meten
-geen hele duidelijke relatie tussen huidgeleiding en antisociaal gedrag
Medulla: onderzijde van de stam; reguleert de hartslag, ademhaling en bloeddruk
Pons: vormt de bolvormige brug tussen medulla en kleine hersenen (cerebellum) reguleert de slaap-
en droomcyclus
Cerebellum: coördineert bewegingen, de routinematige reacties
o Boven de hersenstam ligt thalamus: alle sensorische en motorische informatie wordt hier
doorheen geleidt het is de gateway naar de cerebrale cortex
o Limbische systeem: bestaat uit delen die het bewustzijn wel oproepen emoties en
geheugen (in tegenstelling tot de andere automatische functies van de hersenstam)
o Amygdala: speelt een rol bij emoties als angst en agressie
o Hippocampus: zorgt dat men dingen of personen herinnert
o Hypothalamus: regelt door middel van een analyse van het bloed de lichaamstemperatuur,
vochtgehalte, hongergevoel en hormoonhuishouding
Cerebrale cortex: hersenschors, het geplooide oppervlak van de hersenen
4 kwabben van de cerebrale cortex
, o Frontaalkwabben: voorzijde met prefontale cortex (verstandelijk vermogen, plannen en
nemen van beslissingen) achterzijde met motorische cortex (aansturing van bewegingen)
-schade hieraan zorgt voor antisociaal gedrag
o Parietaalkwabben: functies zoals waarnemen pijn, tastzin, temperatuur
o Occipitaalkwabben: verwerken van visuele informatie
o Temporaalkwabben: verwerken van auditieve informatie en lange termijn herinneringen
-datgene wat aan de rechterkant van de hersenen wordt waargenomen zal in de linkerhelft worden
verwerkt Contralateraal
Amygdala:
In elke hersenhelft ligt een amygdala, deze spelt een rol bij emoties als angst en agressie
-ontvangt zintuiglijke informatie (zien, horen, ruiken) en produceert emotionele en motivatie output
dat naar de cerebrale cortex wordt gestuurd
-een geremde emotionele ontwikkeling hangt samen met lagere activiteit in de amygdala
-schade en slecht functioneren van de amygdala hangt ook samen met slechter empatisch vermogen,
verslechtering in herkenning van angstige gezichtsuitdrukkingen en ongevoeligheid voor negatieve
prikkels (straf)
Grijze stof:
Zit in uitlopers, het is de plek waar informatie wordt verwerkt en emotieregulatie plaatsvindt
-verkleining in grijze stof hangt samen met ernstig antisociaal gedrag
Elektrische activiteit:
Lage elektrische activiteit in de hersenen: vertraagde rijping van de hersenschors + onvermogen om
relevant hersengebieden te betrekken bij het verwerken van cognitieve informatie
-mensen met antisociaal gedrag en psychopathische trekken laten een ander hersenactivatiepatroon
zien dan antisociale mensen zonder psychopathische trekken
activiteit van het zenuwstelsel, gedrag en mentale processen
Leerdoel 1 Neuronen + Neurotransmitters
Zenuwcellen zijn opgebouwd uit neuronen 1 bundel neuronen = een zenuw, en geeft informatie
door aan andere zenuwcellen
o Motorische neuronen: geven informatie vanuit centrale zenuwstelsel aan spieren en klieren
(je kan iets vastpakken) = efferente neuronen
o Sensorische neuronen: geven informatie door aan het centrale zenuwstel (tast, geluid,
gevoel, smaak, evenwicht, zicht) = afferente neuronen
o Interneuronen: geven informatie van het ene neuron naar het andere schakelcellen
-Synapse: het punt van communicatie tussen twee neuronen
Neurotransmitters: de overdracht van chemische stoffen zorgt ervoor dat informatie (boodschappen)
tussen zenuwcellen wordt overgebracht
-hier is energie voor nodig: een elektrische impuls
impuls gaat vanuit de soma (cellichaam) naar eindknopjes (verdikkingen aan het eind van een axon
die neurotransmitters bevatten) via een lange uitloper (axon) => doorgever; dendriet = ontvanger
-Ionen (elektrisch geladen chemische stoffen) verzorgen de benodigde energie, na stimulatie gaan de
ionen over tot actiepotentieel
o Agonisten (nicotine) kunnen neurotransmitters stimuleren of zelfs nabootsen
o Antagonisten (alcohol, slaapmiddelen) remmen de werking van neurotransmitters
Endocriene stelsel: het hormonale systeem waardoor informatie van en naar klieren wordt gebracht
-net als neurotransmitters (sommige hormonen zijn neurotransmitters) zijn hormonen belangrijk voor
de reacties van de mens
,-regulering van hormonen: door hypofyse => hersenaanhangsel, een klier die in de hersenen
informatie ontvangt
o Stresssituaties: Autonome sympatische stelsel treedt in werking en epinefrine wordt gemaakt
Cortisol: stresshormoon, hoe ernstiger het probleemgedrag is, des te lager het cortisolniveau is
Testosteron: verband tussen testosteron en agressief is significant, maar zwak; zeker bij kinderen
wordt dit verband niet altijd gevonden. Bij jongeren en volwassenen wel
Testosteron alleen is niet genoeg voor antisociaal gedrag, maar hoog testosteron + laag
cortisol is een grotere kans
Centrale zenuwstelsel = ruggenmerg + hersenen
Perifere zenuwstelsel = alles buiten ruggenmerg en hersenen, onderverdeeld in:
o Autonome zenuwstelsel: verzendt zelf en onbewust signalen naar organen en klieren; cruise
control van het lichaam want het houdt je hart kloppend en je longen halen adem
o Sympatisch (=stimulatie van organen in stresssituaties) en parasympatisch (= remt stimulatie
van organen en klieren normale functies van organen en klieren verlopen goed) + kalmte
Er bestaat een significante relatie tussen een lage hartslag in rust en problematisch antisociaal gedrag
-hartslagvariabiliteit: tijd tussen 2 hartslagen in; minder variabiliteit meer antisociaal gedrag
Huidgeleiding: maat om de werking van het autonome zenuwstelsel te meten door zweet te meten
-geen hele duidelijke relatie tussen huidgeleiding en antisociaal gedrag
Medulla: onderzijde van de stam; reguleert de hartslag, ademhaling en bloeddruk
Pons: vormt de bolvormige brug tussen medulla en kleine hersenen (cerebellum) reguleert de slaap-
en droomcyclus
Cerebellum: coördineert bewegingen, de routinematige reacties
o Boven de hersenstam ligt thalamus: alle sensorische en motorische informatie wordt hier
doorheen geleidt het is de gateway naar de cerebrale cortex
o Limbische systeem: bestaat uit delen die het bewustzijn wel oproepen emoties en
geheugen (in tegenstelling tot de andere automatische functies van de hersenstam)
o Amygdala: speelt een rol bij emoties als angst en agressie
o Hippocampus: zorgt dat men dingen of personen herinnert
o Hypothalamus: regelt door middel van een analyse van het bloed de lichaamstemperatuur,
vochtgehalte, hongergevoel en hormoonhuishouding
Cerebrale cortex: hersenschors, het geplooide oppervlak van de hersenen
4 kwabben van de cerebrale cortex
, o Frontaalkwabben: voorzijde met prefontale cortex (verstandelijk vermogen, plannen en
nemen van beslissingen) achterzijde met motorische cortex (aansturing van bewegingen)
-schade hieraan zorgt voor antisociaal gedrag
o Parietaalkwabben: functies zoals waarnemen pijn, tastzin, temperatuur
o Occipitaalkwabben: verwerken van visuele informatie
o Temporaalkwabben: verwerken van auditieve informatie en lange termijn herinneringen
-datgene wat aan de rechterkant van de hersenen wordt waargenomen zal in de linkerhelft worden
verwerkt Contralateraal
Amygdala:
In elke hersenhelft ligt een amygdala, deze spelt een rol bij emoties als angst en agressie
-ontvangt zintuiglijke informatie (zien, horen, ruiken) en produceert emotionele en motivatie output
dat naar de cerebrale cortex wordt gestuurd
-een geremde emotionele ontwikkeling hangt samen met lagere activiteit in de amygdala
-schade en slecht functioneren van de amygdala hangt ook samen met slechter empatisch vermogen,
verslechtering in herkenning van angstige gezichtsuitdrukkingen en ongevoeligheid voor negatieve
prikkels (straf)
Grijze stof:
Zit in uitlopers, het is de plek waar informatie wordt verwerkt en emotieregulatie plaatsvindt
-verkleining in grijze stof hangt samen met ernstig antisociaal gedrag
Elektrische activiteit:
Lage elektrische activiteit in de hersenen: vertraagde rijping van de hersenschors + onvermogen om
relevant hersengebieden te betrekken bij het verwerken van cognitieve informatie
-mensen met antisociaal gedrag en psychopathische trekken laten een ander hersenactivatiepatroon
zien dan antisociale mensen zonder psychopathische trekken