Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Klinische Psychologie Samenvatting van les 1 tm 18

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
117
Geüpload op
20-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van les 1 tm 18

Voorbeeld van de inhoud

Klinische psychologie: de psychologische studie van problematisch menselijk gedrag, waarbij
het gedrag problematisch is voor de persoon zelf, voor zijn naaste omgeving, en/of voor de
gemeenschap.

• Een voorbeeld van gedrag dat primair problematisch is voor de persoon zelf, is overmatig
aangepast gedrag. Deze persoon stelt zijn eigen behoeften en persoonlijke ontwikkeling
opzij, wat leidt tot zelfwegcijfering. Dit gedrag is niet pathologisch, maar wel
psychologisch ongezond gedrag.

• Een voorbeeld van gedrag dat vooral problematisch is voor de naasten en de
gemeenschap, is overmatige agressie, bijvoorbeeld bij voetbalhooligans.

• Een voorbeeld van gedrag dat zowel voor de persoon zelf als voor zijn naasten
problematisch is, is smetvrees. Dit betreft de onrealistische overtuiging dat iets of
iemand je bijna letterlijk met iets kwaadaardigs kan besmetten, wat leidt tot overmatige
handwassing (en andere gedragingen). Dit is duidelijk abnormaal gedrag, evenals:

o Langdurige of intensieve depressie
o Manisch gedrag
o Te langdurige rouw
o Dwanggedachten
o Fobieën
o Waandenkbeelden
o Langdurige verwardheid, enzovoorts.

Gedrag als pathologisch:
Gedrag wordt als pathologisch beschouwd wanneer het sterk afwijkt van de notie van realisme,
doelmatigheid en gepaste sociale omgang. Gedrag dat afwijkt van de morele norm kan als
crimineel worden beschouwd.
Norm: De norm is het uitgangspunt voor psychologisch gezond functioneren.
Kenmerken van goed functioneren:
• Het gedrag heeft effect, met name op de buitenwereld.
• Het roept regelmatig een respons van anderen op.
• Het ontmoet weerstand (biedt voldoende uitdaging en roept tegenspel op).
• Het ontketent gebeurtenissen die de betrokkene voor nieuwe problemen en uitdagingen
plaatsen (levensdramatiek, zoals beschreven door Helwig, 1958, 1961).
• Het sluit voldoende aan bij iemands behoeften en interesses.
• Het sluit voldoende aan bij iemands talenten en verworven vaardigheden.
• Het vertoont continuïteit met eerder gedrag.
Verschil met psychiatrie:
• Klinische psychologie en psychiatrie hebben hetzelfde studieobject: menselijk gedrag,
maar er is een accentverschil.
• Psychiatrie richt zich voornamelijk op pathologisch gedrag en is een medische discipline.
• De psychiatrie legt veel nadruk op de rol van het lichamelijke, zoals:
o Het ontstaan van stoornissen
o Het voortduren van stoornissen
o Het verslechteren van de toestand
o Het verlichten van symptomen (bijvoorbeeld met psychofarmaca).
• De rol van het zenuwstelsel, met name de hersenen, speelt een cruciale rol. Andere
factoren zoals de invloed van hormonen, toxische stoffen en medicijnen worden ook in
aanmerking genomen.

, • Psychiaters hebben een medische opleiding gevolgd, in tegenstelling tot psychologen.
Psychologen leren hun vaardigheden voornamelijk tijdens stages. Hoewel psychiaters en
psychologen veelal dezelfde methoden toepassen, schrijven psychiaters vaak
medicijnen voor en hebben ze meer oog voor de invloed van lichamelijke processen.
Psychiater Wertenbroek (1980) stelt dat psychiatrie zich meer moet richten op de lichamelijke
aspecten van psychische stoornissen. "Want wie doet dat anders?" Traditioneel was
psychiatrie een medisch domein waar psychologen als ondergeschikt werden beschouwd, maar
deze hiërarchie is tegenwoordig minder sterk.
Klinische psychologie is een sociaal-wetenschappelijke discipline die zich richt op:
• De omstandigheden van de betrokkene
• Sociale relaties
• De levensgeschiedenis
• Toekomstperspectieven
• Het eigen denken, enzovoorts.
Methode:
Klinische psychologie richt zich op de volgende interventies:
• Bewustmaking van probleemgedrag
• Vergroten van inzicht
• Losmaken van belemmerende patronen
• Aanleren van nuttige vaardigheden
• Afleren van slechte gewoonten
• Veranderen van omstandigheden of interactiepatronen
• Trainen van het denkproces, enzovoorts.

De term 'klinisch' komt van het Griekse woord "kliniek", wat verwijst naar een ziekenhuisbed.
Ongeveer 200 jaar geleden werd abnormaal gedrag vaak in ziekenhuizen behandeld, maar
tegenwoordig gebeurt dit steeds meer in de spreekkamer van een psycholoog. Klinische
psychologie is inmiddels volledig ingeburgerd in de praktijk.
Het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) zorgt voor de registratie van psychologen.
Registratie als GZ-psycholoog is voldoende om te beginnen met het uitoefenen van het beroep.
De eerstelijnspsycholoog kan worden vergeleken met een huisarts voor psychologische
problemen en klachten. Sinds 2014 wordt de praktijkondersteuner (POH) bij de huisarts steeds
meer betrokken bij het zorgproces.
Niet-klinische psychologie
Niet-klinische psychologie richt zich op verschillende deelgebieden van de psychologie:
• Functieleer bestudeert psychologische functies zoals waarnemen, leren, denken,
geheugen en probleem oplossen.
• Sociale psychologie onderzoekt de processen en interacties die plaatsvinden tussen
mensen.
• Ontwikkelingspsychologie richt zich op de karakteristieke gedragsveranderingen die
plaatsvinden van de babyfase tot en met de ouderdom. De studie van de laatste
levensfase wordt gerontopsychologie genoemd.
• Fysiologische psychologie onderzoekt de invloed van fysiologische processen op
psychologische functies.
• Persoonlijkheidspsychologie probeert het gedrag en functioneren van mensen in
diverse omstandigheden te begrijpen, met name door te kijken naar de verschillen
tussen mensen die dit gedrag beïnvloeden.
• Forensische psychologie richt zich op het begrijpen van recidiverende criminelen,
psychopaten, en mensen die een misdaad hebben gepleegd onder invloed van een
psychose of ernstige persoonlijkheidsstoornis.
• Arbeids- en organisatiepsychologie bestudeert het gedrag van mensen in organisaties
en op de werkvloer, evenals beroepskeuze en personeelsselectie.

, • Theoretische psychologie gaat in op de belangrijke theorieën uit de geschiedenis van
de psychologie en hun betekenis voor de hedendaagse wetenschap, evenals de
filosofische aspecten van de psychologie.
Onderverdeling van problematisch/pathologisch gedrag
De onderverdeling van pathologisch gedrag, zoals die werd voorgesteld in de vroege 19e-eeuwse
psychiatrie, kan worden verdeeld in neuroses, psychoses, en psychopathie.
1. Neuroses
Neuroses verwijzen naar mildere vormen van problematisch gedrag. Kenmerken zijn onder
andere:
• Emotionele, psychosomatische en/of depressieve klachten (psychosomatisch verwijst
naar lichamelijke problemen die voortkomen uit psychische factoren).
• De persoon heeft een realistisch wereldbeeld en houdt vast aan de werkelijkheid.
• Symptomen kunnen zijn: extreme zelfwegcijfering, paniek, gegeneraliseerde angst,
fobieën, milde depressies, dwangstoornissen met behoud van ziektebesef,
conversiestoornissen, en angststoornissen.
De term "neurose" werd in de 18e eeuw geïntroduceerd door William Cullen (1769), die aannam
dat verstoringen in gedrag en leven het gevolg waren van hersenaandoeningen (onbewezen).
Freud en Jung maakten de term populair in de 19e eeuw, door er een psychologische verklaring
voor te geven.
2. Psychoses
De term "psychose" werd in 1841 geïntroduceerd door Canstatt en in 1847 door Von
Feuchtersleben. Psychoses worden gezien als een afwijking in de psyche, in tegenstelling tot de
neurose, die als meer 'lichte' stoornis wordt beschouwd.
Kenmerken van psychoses zijn:
• Zware stoornissen met ernstige desorganisatie van gedrag en denken/voelen, vaak
gepaard met oncorrigeerbare en min of meer systematische waandenkbeelden.
• Vaak gaat de desorganisatie gepaard met vluchtige, fragmentarische waandenkbeelden
en hallucinaties. Het contact met de werkelijkheid is sterk verstoord.
• Voorbeelden zijn schizofrene stoornissen, waanstoornissen, acute psychoses,
psychotische depressies en manie.
Tussengevallen: Sommige aandoeningen, zoals anorexia, dwangstoornissen en borderline
persoonlijkheidsstoornis, vertonen symptomen die tussen neuroses en psychoses in liggen.
Deze aandoeningen worden vaak gekarakteriseerd door bizar gedrag en verminderd ziektebesef.
3. Psychopathie
Psychopathie verwijst naar een zware persoonlijkheidsstoornis waarbij de gewetensfunctie is
aangetast of niet goed ontwikkeld. Het contact met de realiteit is niet verstoord, maar er is een
gebrek aan inlevingsvermogen met medemensen en de samenleving.
Kenmerken van psychopathie zijn:
• Het afreageren van eigen moeilijkheden op anderen.
• Er lijkt geen inlevingsvermogen te zijn, maar recent onderzoek door Meffert (2013)
suggereert dat psychopathen wel degelijk inlevingsvermogen hebben, maar dit kunnen
"uitzetten" (wat verklaart waarom ze vaak oppervlakkige charme vertonen).
• Andere termen die vaak worden gebruikt voor psychopathie zijn sociopaat en
antisociale persoonlijkheidsstoornis.
De systematische classificatie van Kraepelin
Emil Kraepelin (1856-1926) was een pionier in de systematische ordening en definiëring van
pathologische verschijnselen. In zijn werk Compendium der Psychiatrie (dat regelmatig werd
herzien en uitgebreid) deelde hij psychosen in twee hoofdgroepen in:
• Dementia praecox (voortijdige dementie), later hernoemd door Bleuler naar
schizofrenie.
• Manisch-depressieve stoornis, later ook aangevuld met paranoia
(achtervolgingswaan).

, • In 1984 werd de term psychopaat vervangen door antisociale
persoonlijkheidsstoornis, wat vroeger werd aangeduid als ernstige
persoonlijkheidsstoornissen in het algemeen.
De onderverdeling van DSM-IV (-TR)
De American Psychiatric Association (APA) introduceerde het Diagnostic and Statistical
Manual of Mental Disorders (DSM) als een gestandaardiseerde manier om psychische
aandoeningen te classificeren. Dit handboek werd opgesteld door een internationaal team van
psychiaters en psychologen en is bedoeld om misverstanden te voorkomen door een duidelijke
classificatie van problematisch en abnormaal gedrag op basis van eerdere inzichten en
veranderde kennis in de psychiatrie.
De eerste versie, DSM-I, werd gepubliceerd in 1952. Sindsdien zijn er verschillende herzieningen
geweest:
• DSM-II (1968)
• DSM-III (1980)
• DSM-III-R (revised) (1987)
• DSM-IV (1994)
• DSM-IV-TR (Text Revision) (2000)
De laatste versie (DSM-IV-TR) wordt het meest besproken, omdat deze dicht bij de
oorspronkelijke versie van Kraepelin staat, hoewel er veel vooruitgang is geboekt sinds die tijd.
Classificatie in DSM-IV:
DSM-IV gebruikt vijf assen om een patiënt te beoordelen:
1. As I – Klinische syndromen: Dit betreft de hoofdstoornissen of symptomen die de patiënt
vertoont.
2. As II – Persoonlijkheidsstoornissen en specifieke ontwikkelingsstoornissen: Dit richt zich
op meer stabiele patronen van gedrag die aanwezig zijn gedurende een langere tijd.
3. As III – Fysieke stoornissen en aandoeningen: Dit omvat lichamelijke aandoeningen die
mogelijk invloed hebben op de psychische gezondheid.
4. As IV – Psychosociale stressbronnen: Een score van 1 tot 7, afhankelijk van de ernst van
de psychosociale stress die de patiënt in het afgelopen jaar heeft ervaren. (7 is het
ernstigste).
5. As V – Globaal niveau van functioneren: Een score van 1 tot 100, afhankelijk van hoe
goed de patiënt functioneert op verschillende levensgebieden. (1-10 is zeer slecht
functioneren, 90-100 is uitstekend functioneren).
Meestal worden patiënten/cliënten alleen getypeerd op As I en As II. De betrokkene moet
voldoen aan een aantal welomschreven criteria die specifiek voor de betreffende aandoening
gelden.
DSM-IV criteria voor acute stressstoornis
De DSM-IV geeft specifieke criteria voor het stellen van de diagnose acute stressstoornis (ASS).
Dit kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de symptomen die optreden binnen drie dagen tot
vier weken na een traumatische gebeurtenis, waaronder flashbacks, nachtmerries en verhoogde
prikkelbaarheid.
Er wordt vaak minder zorgvuldig gekeken bij het toebedelen van een diagnose aan As I of As II,
doordat er druk van bovenaf is om snel tot een diagnose te komen. As III en As IV worden niet
altijd ingevuld, en As IV en As V worden vaak beschouwd als minder betrouwbaar, aangezien ze
grof en onnauwkeurig zijn.
De DSM-IV dient dan ook meer als richtlijn dan als een strikte standaard voor het stellen van
diagnoses.
DSM-5 (mei 2013, Amerikaanse versie, september 2013, Nederlandse versie)
De DSM-5 brak met de traditie van Romeinse cijfers. De verschuiving naar deze versie was
omstreden, onder andere door Allen Frances, hoofdredacteur van DSM-IV, die zich kritisch
uitliet over de nieuwe versie en een soort "kruistocht" voerde tegen de veranderingen.
• Veel van de kritiek lijkt voorbarig te zijn.

Documentinformatie

Geüpload op
20 maart 2025
Aantal pagina's
117
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING
€9,99
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
tasjar

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
tasjar Nationale Handelsacademie (NHA)
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen